De kwal gaat het hier langer volhouden dan wij

Een Amerikaanse kwal rukt op in Europa en dat is slecht nieuws, want het is een veelvraat die al eens de ansjovis-visserij in de Zwarte Zee deed instorten. In het Amsterdamse IJ lijkt zich zelfs een verbeterde versie te ontwikkelen, zegt Victor Langenberg, die onderzoek deed naar de gelatinebeesten.

Beeld Sytske Dijksen

In 2006 duikt een nieuw zeebeestje op voor de Nederlandse kust. Hoewel het een onschuldig ogend gelatinebolletje van nog geen 4 centimeter betreft, gaan onmiddellijk de alarmbellen af. De indringer is niemand minder dan de Amerikaanse langlob-ribkwal, die in de jaren tachtig de ansjovis-visserij in de Zwarte Zee op een haar na de nek omdraaide. Het neteldier - dat overigens niet tot de echte kwallen behoort - is met het ballastwater van Amerikaanse schepen in West-Europa terechtgekomen.

'En het is een blijvertje', zegt Victor Langenberg, ecosysteemspecialist alias 'de kwallenman' van onderzoeksinstituut Deltares. Hij deed de afgelopen drie jaar mee aan een groot Europees onderzoek naar het gedrag en de verspreiding van de Mneniopsis leidyi, zoals het beest officieel wordt aangeduid. Het project is onlangs afgerond, de eerste wetenschappelijke publicaties komen eraan. 'De Amerikaanse langlob-ribkwal is een extreem flexibel beest', vertelt Langenberg. En de opkomst van het dier staat niet op zichzelf, is zijn overtuiging. 'De kwal en zijn geleiachtige kornuiten rukken op, en dat gaat ons handenvol geld kosten', aldus de kwallenman.

Er zwemt een Amerikaanse exoot rond in onze zeeën, die daar oorspronkelijk niet thuishoort. Waarom is dat erg?

'Omdat het een veelvraat is. De Amerikaanse langlob-ribkwal kan dagelijks tot tien keer zijn eigen lichaamsgewicht aan voedsel naar binnen werken, een veelvoud van wat hij daadwerkelijk nodig heeft. Dat, en het feit dat hij in deze omgeving nauwelijks natuurlijke vijanden heeft, maakt hem een stuk schadelijker dan de kwallen die we hier gewend zijn. De Mnemiopsis leeft van plankton, visseneitjes en vissenlarven - hij eet dus zowel de vissen zelf als hun voer op. En het tikt nogal aan: een emmertje larven is uiteindelijk goed voor een ton vis. Bovendien komen de kwallen in de netten en dat geeft ook problemen. De vissen die in zo'n kwallenmassa terechtkomen raken gewond en gestresst, of gaan gewoon dood.

'In de jaren tachtig was er een invasie van deze gelatinebeesten in de Zwarte Zee. De ansjovisvisserij stortte toen volledig in, omdat de ribkwallen massaal de larven van de ansjovis en hun voedsel op aten. In 1999 gebeurde iets soortgelijks in de Kaspische Zee.'

Beeld Valentina Vos

En zoiets gaat hier nu ook gebeuren?

'In West-Europa komt de Amerikaanse langlob-ribkwal in veel kleinere aantallen voor dan destijds in de Zwarte Zee en de Kaspische Zee, maar de vraag is hoelang dat nog zo blijft. Uit ons onderzoek is gebleken dat het er steeds meer worden. Bovendien verspreidt het dier zich over een steeds groter gebied. De langlob-ribkwal leeft inmiddels in de Noordzee, de Oostzee en de Waddenzee. Sinds een paar jaar is hij ook in het IJ te vinden en hij doet het daar uitstekend. Wetenschappers komen vanuit heel Europa naar Amsterdam om hem daar te onderzoeken.

'Wat mij vooral zorgen baart, is dat in het IJ de jaarlijkse wintersterfte nauwelijks optreedt. Door de bedrijvigheid langs het water is het IJ een soort lappendeken van leefgebieden, een mozaïek van koud, warm, zoet en zout water. Bij een strenge winter kunnen de kwallen dus vrij makkelijk overleven door naar het meest geschikte stukje IJ te verhuizen. De jaarlijkse natuurlijke 'reset' van het kwallenbestand is daarmee afwezig. Mijn hypothese is dat het IJ hiermee weleens het ideale atelier zou kunnen zijn voor innovaties in de eigenschappen van deze holtedieren, een snelkookpan voor de evolutie. Ribkwallen kunnen zich al voortplanten als ze drie weken oud zijn, dus de generaties volgen elkaar razendsnel op. Uit een verkennend onderzoek van mijn collega van het NIOZ bleek al dat de Amerikaanse ribkwal uit het IJ veel beter tegen water met een laag zoutgehalte kan die uit Texel. Het lijkt erop dat zich een zeer aangepaste soort ontwikkelt in onze hoofdstad.'

Project Memo
In 2006 verschijnen de eerste langlob-ribkwallen in Europa. Als blijkt dat ze zich steeds vaker laten zien, wordt besloten tot een groot Europees onderzoek om de risico's in kaart te brengen. Het project MEMO (Mnemiopsis leidyi: Ecology, Modelling and Observation), waarin vijf onderzoeksinstituten uit Nederland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk samenwerkten, is begonnen in 2011 en nam drie jaar in beslag.

Dat klinkt weinig geruststellend. Kunnen we er niks tegen doen?

'Om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen, moeten we de kwal eerst beter leren kennen. Er is nog steeds te veel dat we niet weten. Wat minder enthousiast allerlei bouwconstructies in zee zetten zou in elk geval helpen. Kwallen worden geboren uit poliepen, die aan de bodem vastzitten. Op een gegeven moment stulpen de jonge kwalletjes zich daar van los.

'In Nederland hebben we er tegenwoordig een handje van om de kust vol te zetten met infrastructuur, zoals pieren en havendammen, en drijvende tuinen. Daar kunnen zulke kwallenpoliepen welig op tieren. Voor de windmolenparken in zee geldt dat ook, overigens.'

De Amerikaanse ribkwal is een exoot voor Nederland die een bedreiging kan vormen voor inheemse soorten.Beeld Theo Audena

Kunnen we ze niet gewoon opeten?

'Dat is op zichzelf een goed idee, grotere kwallen worden inderdaad wel gegeten. De Nederlandse zijn niet erg lekker, maar de Aziatische soorten zijn zeer geschikt. Als je erin gelooft, zijn ze bovendien erg gezond: ze passen perfect in het low-carb dieet dat nu zo populair is, en ze zitten nog vol complexe moleculen ook. Bovendien kun je heerlijke snoepjes van ze maken. Maar onze Mnemiopsis is te klein om te bereiden, dan blijft er niks van over.'

U ziet de opkomst van de Amerikaanse langlob-ribkwal als onderdeel van een trend. Komen er steeds meer kwallen?

'Of er in kilo's gerekend meer kwallen zijn dan voorheen durf ik niet te zeggen. Wel is het zo dat de maatschappelijke impact toeneemt. Wereldwijd veroorzaakt de kwal nu voor tientallen miljarden euro's aan schade. In Spanje en Frankrijk was het echt een drama de afgelopen jaren. Vanwege kwallenplagen in de Middellandse Zee moesten drukke stranden regelmatig gesloten worden. Er worden miljoenen uitgegeven aan netten en speciale kwallenstofzuigers, om ze maar bij de stranden weg te houden.

'Ook komen er steeds vaker kwallen in het koelwater van elektriciteitscentrales terecht. Dat verandert dan in een slijmerige brij. Er zijn al een aantal gevallen bekend van kerncentrales die om deze reden tijdelijk dicht moesten. Een jaar geleden nog, in Oskarshamm in Zweden, en in 2008 in Diablo in Californië. Daar zaten opeens honderdduizenden mensen een paar dagen zonder stroom.'

Hoe komt het, dat de kwal oprukt?

'We zijn zelf een gunstige omgeving voor de kwal aan het organiseren. Door overbevissing verdwijnen zijn grootste concurrenten uit zee, door overbemesting groeit er op veel plekken meer plankton in het water dan vroeger - en we bouwen dus zelf de ideale kwallenkraamkamers in zee.

'Sommige soorten hebben ook voordeel van het warmer wordende water, en verspreiden zich over een veel groter gebied. Voor de kust van Australië heb je een giftige dooskwal, als die je steekt kun je binnen enkele minuten overlijden. Die dooskwal rukt de laatste jaren steeds verder op naar het noorden en is inmiddels al opgedoken bij Thailand. En de parelkwal uit de Middellandse Zee, ook geen lieverdje, wordt nu ook regelmatig bij Ierland en Schotland gezien.'

Komen we ooit van de kwal af?

'Nee. Kwallen zijn sterk. Ze zwommen 500 miljoen jaar geleden, in het Cambrium, al rond in onze oerzeeën, ze zijn er nu nog steeds, en mochten wij alles verknoeien hier op aarde, dan heb je grote kans dat zij degenen zijn die het allemaal toch overleven. Ze gaan extreem goed om met verstoringen. De kwal gaat het hier langer volhouden dan wij.'

De longribkwal.Beeld Lodewijk van Walraven
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden