De kruisbesvlaaien schoot van Afrodite

'ER IS een Nederlandse literatuur en een Rotterdamse', schreef Gerrit Komrij in zijn voorwoord bij de verzamelde gedichten van Riekus Waskowsky....

Piet Gerbrandy

In zijn bekende 'Aars poetica' schreef Waskowsky in 1970: 'Dichten is net als koken:/ je pleurt maar wat in de pan// als je koken kan.' De nieuwe bundel van de Limburgse Rotterdammer Manuel Kneepkens besluit met een recept voor 'zoervleis'. Het betreft hier een bereidingswijze van paardenvlees, waarvoor een ogenschijnlijk ongebruikelijke combinatie van ingrediënten benodigd is: azijn, uien, boter, suiker, stroop, ontbijtkoek, laurier, kruidnagel, peper en zout. Paardenvlees, azijn en ontbijtkoek? Een poging het gerecht te bereiden alvorens de gedichten te lezen, strandde bij ontstentenis van paardenvlees: Kneepkens' traditionele gerecht is historisch geworden.

In veel opzichten lijkt Kneepkens op Waskowsky. Hoewel beide dichters een gezonde belangstelling voor drank, eten en seks tentoonspreiden, lijken ze toch naar iets hogers op zoek te zijn. Aardse en alledaagse ingrediënten worden met filosofische citaten doorspekt en met literaire allusies gekruid. Daarbij komt dat beide dichters graag historische en moderne elementen vermengen. Een frisse, opgewekte toon en een wat rommelige vormgeving completeren het beeld.

Maar er zijn ook grote verschillen. Waskowsky was een cynicus die na een spetterend debuut in toenemende mate zijn toevlucht nam tot oeverloze meligheid, tot hij uitgeput stierf op 44-jarige leeftijd. Bij Manuel Kneepkens, inmiddels achter in de vijftig, spat daarentegen de levenslust eraf. Bovendien is Kneepkens, ondanks zijn Rotterdamse nuchterheid, een volbloed lyricus. Zo begint het 'Lied van het Gulpdal':

Kust hier niet, temidden van de fanfa res

van de varens

bronsgroene Gulp-

faun

z'n Gulpmeermin roodkoper?

Potztausend!

Hier heerst nog 't Antiek

Rijk der peerlijvige

appelwangige

abri-

kozenden!

Als we Kneepkens mogen geloven is het Gulpdal 's zomers het toneel van bacchantische orgieën waaraan geen einde komt. Limburg is de laars van Sophia Loren, de spleet van Gina Lollobrigida, en de Universiteit van Maastricht is het 'lustoord van vogelend Bourgondië'. De dichter beschrijft zichzelf als 'hartstochtelijk Frivolutionair' voor wie 'de konten uwer libidineuze Aphrodites/ overspelig van over-/ gewicht' nooit veilig zijn.

Wie veronderstelt dat het herinnerde Limburg voor Kneepkens een verloren paradijs is, vergist zich echter. De mijnstreek is eerder een soort hel:

Wie een aardbei neemt

zo'n beroete rode

eet zijn jeugd

terug

z'n Moeder, zingend

onder het wasgoed van de wolken

liederen uit de Duisternis

O, als de merels

verstrikt

in Vaders aardbei-net. . .

Het land van herkomst blijkt een geheimzinnig Rijk van de Duisternis te zijn, een landschap vol schachten die naar het onderbewuste leiden:

Onze diepste herinneringen

afgevoerd

met wagonladingen cokes naar de Hoogovens

Wie het over grotten en herinneringen heeft, denkt al gauw aan Plato. Dat deze associatie niet te ver gezocht is, blijkt wanneer de dichter zijn oude school bezoekt en daar slechts het lijk van Hektor aantreft. Hij heeft de grot definitief verlaten:

Te laat! Scholier! Te laat!

De tocht vanuit de duisternis van Pla to's grot

ad astra - 't Heelal in. . .

gaat niet langer in de Taal van de Pléiaden

maar in de Hades-spraak der High Tech. . .

En naar uw beroete poorten, Aker straat, keert Niemand terug

Niemand, dat is Odysseus, 'gered van de Titanic, de Lusitania/ de Hindenburg', een 'killer met een hart'. Maar hoe graag deze Ulysses ook zou terugkeren in de idyllische hel van jeugd, het zal hem nooit lukken. Daarom zweeft hij voorlopig nog 'paradijselijk/ in een luchtschip zonder schaduw/ hoog boven Botlek-/ Rotterdam'.

Maar filosofisch gezien is er geen wezenlijk verschil tussen Maastricht en Rotterdam, want beide steden hopen de Dalai Lama ooit als ereburger te mogen verwelkomen. In twee voor meer dan de helft gelijkluidende gedichten kondigt de boeddhistische meester zijn komst naar Maastricht casu quo Rotterdam aan. 'Die dag zal het immers eeuwig Vrede zijn, in héél 't Heelal!' En is de 'kruisbesvlaaien schoot' van Aphrodite niet in alle provincies even begeerlijk? Rotterdam behoeft niet te hopen of te vrezen dat Kneepkens binnenkort vertrekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden