Reportage

De kliniek die kilo's wegwerkt

Elke patiënt draagt zijn eigen overgewicht, en dus haalt internist en hoogleraar Liesbeth van Rossum in haar vernieuwende Rotterdamse obesitaskliniek alles uit de kast om maatwerk te bieden. Met succes - en zonder drastische maagingrepen.

Corné Jansen is 19 jaar en weegt 142 kilo. Hij heeft een fixatie op eten en is nooit verzadigd. Hoe dat komt, vertelt zijn moeder onderaan dit artikel. Beeld Adrie Mouthaan

Corné Janssen (19) heeft een genetische mutatie, waardoor hij altijd honger heeft en voedsel traag verbrandt. Omdat hij geen prater is, vertelt zijn moeder Marion het verhaal. 'Corné kan niet alleen zijn, dan gaat hij op zoek naar eten.'

Als Nadia (28) met vriendinnen in een café was, voelde ze de blikken. Altijd de blikken. Van andere vrouwen, die ook nog nare dingen zeiden. Misschien moet je wat minder eten. Zeker nooit van sporten gehoord? Mannen negeerden haar gewoon - alsof een dikke vrouw geen vrouw is om naar te kijken, die mooi, interessant en de moeite waard kan zijn.

Nadia is lang, 1 meter 87 en ze heeft blond haar. Eigenlijk gaat het al behoorlijk goed met haar gewicht, ze is sinds vorig jaar al 44 kilo verloren (weegt nu 103 kilo) - ze draagt een helblauwe trui van doorkijkstof die haar contouren toont, iets dat ze heel lang niet durfde.

Vandaag is de Vlaardingse met haar moeder (lang en mager) bij het Centrum Gezond Gewicht (CGG) in het Erasmus MC in Rotterdam. Op het spreekuur van internist-endocrinoloog Liesbeth van Rossum, die recentelijk is benoemd tot hoogleraar interne geneeskunde met de leerstoel 'gezond gewicht en biologisch stress onderzoek' aan het Erasmus MC.

In deze vernieuwende kliniek beseffen ze dat overgewicht een veelkoppig monster is waarvan je alle hoofden tegelijk moet afhakken. En vooral: dat het bij elke patiënt anders werkt.

Als oud-atlete op hoog niveau is Van Rossum al van jongs af aan geïnteresseerd in voeding en beweging en in mensen voor wie een vriendschappelijke relatie met de weegschaal niet vanzelfsprekend is. Samen met kinderarts Erica den Akker begint ze in 2011 de kliniek voor mensen met obesitas. Ze vindt de rol van voeding en een gezond gewicht een onderschat probleem in de medische wereld. 'Je kunt iemand niet behandelen voor diabetes of hart- en vaatziekten zonder te kijken naar de lichaamsomvang.'

Als we over obesitas praten, valt vaak het woord epidemie. Niet omdat dik zijn letterlijk besmettelijk is, maar omdat het aantal Nederlanders dat kampt met overgewicht blijft toenemen. 50 procent van alle volwassenen is te zwaar en 13 procent van hen heeft een ernstig overgewicht (obesitas), met een BMI van boven de 30 (dat is bijvoorbeeld een man van 1,80 meter die 100 kilo of meer weegt of een vrouw van 1,70 meter die 87 kilo of meer weegt). De Body Mass Index (BMI) is de meest gebruikte maat om een gezond gewicht te meten. Een andere meetmethode is de buikomvang, omdat het vooral buikvet is dat voor gezondheidsproblemen kan zorgen.

Ook bij kinderen zijn de cijfers schokkend. Een op de acht Nederlandse kinderen is te zwaar. In grote steden zoals Amsterdam en Rotterdam is het percentage vele malen hoger, namelijk een op de drie en in sommige wijken zelfs een op de twee kinderen. De kans dat deze kinderen als volwassene obees worden is groot. Een groep internationale onderzoekers becijferde in 2005 dat 77 procent van de kinderen met overgewicht later obees wordt.

Beeld Adrie Mouthaan

Van Rossum wil dit tij keren, vanuit het CGG, een samenwerking tussen het academische ziekenhuis in Rotterdam en het Franciscus Gasthuis, het Maasstad Ziekenhuis. De meeste mensen met overgewicht komen in Nederland niet bij een internist terecht. Niet vanwege dat overgewicht in elk geval. Ze komen er pas als er sprake is van diabetes, hart- een vaatziekten of andere ziekteverschijnselen die mede veroorzaakt worden door overgewicht.

Behandelroutes van overgewicht in Nederland bevinden zich vaak buiten het ziekenhuis (huisartsen, leefstijlcoaches, diëtisten en therapeuten) of zijn gericht op chirurgie in de vorm van een maagverkleining, bariatrische ingreep in jargon. Dan moet je wel een BMI van boven de 40 (een man van 1,80 weegt dan 135 kilo of meer en een vrouw van 1,70 weegt 116 kilo of meer) of 35 met diabetes erbij hebben, want anders kom je niet in aanmerking. 'Er zijn nu artsen die patiënten wegsturen met de mededeling: kom over een half jaar maar terug, met een beetje geluk bent u dan wat kilo's zwaarder en komt u wel in aanmerking. Dat is toch de omgekeerde wereld?', zegt Van Rossum.

Dat hangt samen met de vergoedingen. Het behandelen van overgewicht wordt slechts matig vergoed, vindt de hoogleraar. 'Je kunt een paar bezoekjes aan een diëtist krijgen of zo'n ingrijpende ingreep. Maar er zijn meer behandelingen die helaas niet worden vergoed.'

In streng diëten gelooft Van Rossum niet. 'Praktisch iedereen kan afvallen met een laagcalorisch dieet, maar ook bijna iedereen komt daarna weer aan. Een dieet is een kuur, overgewicht bestrijd je niet met kuren, maar met een langetermijnoplossing.'

Bij een deel van de obese mensen is er een onderliggende oorzaak, zoals een genetische aandoening of een hormonale ziekte. Maar bij de meerderheid is het een combinatie van leefstijl - ongezond eten, te weinig bewegen, te weinig slaap en stress - en andere bijdragende factoren - zoals het gebruik van bepaalde medicatie of levensomstandigheden. Als je al die zaken kunt achterhalen, kun je iemand voor de lange duur helpen, meent Van Rossum. Ook hoeft niet iedereen slank te worden. 'Tussen de 5 en 10 procent gewichtsafname is al voldoende voor een enorme lichamelijke én psychische gezondheidswinst, hebben we de afgelopen jaren internationaal ontdekt.'

Van Rossum en haar collega's halen alles uit de kast. Van cognitieve gedragstherapie en hormoonbehandelingen tot spellen op je telefoon die mensen stimuleren om meer te bewegen in hun alledaagse leven. En het werkt. Bij de helft is na anderhalf jaar sprake van meer dan 5 procent gewichtsafname en bij 24 procent zelfs meer dan 10 procent.

Toch vindt Van Rossum het belangrijk om te achterhalen waarom zo'n intensief programma bij een deel van haar patiënten toch geen succes heeft. Dat is een van de onderzoeksvragen die ze de komende tijd hoopt te beantwoorden.

We eten niet goed en we bewegen te weinig. Dat weten mensen onderhand wel, maar er zijn meer verborgen dikmakers, volgens Van Rossum. Daarom opent ze de ogen van haar patiënten door op andere zaken te wijzen. Te weinig slapen bijvoorbeeld, en dat doen steeds meer mensen en vooral ook tieners. 'Die liggen in bed vaak nog te appen. Het licht van de telefoon remt de aanmaak van het slaaphormoon melatonine.' Ook werkt 10 procent van de bevolkingen in ploegendienst, wat het bioritme danig verstoort en bijdraagt aan overgewicht.

Van te weinig slapen gaat het cortisolgehalte in het bloed omhoog, een stresshormoon dat de behoefte aan meer, vetter of zoeter eten aanwakkert. 'Van veel stress krijgen mensen snack-trek, ook belemmert het de normale verzadingssensatie, waardoor mensen gemakkelijker te veel kunnen eten.'

Dat herkent Nadia. 'Verzadiging en vol zitten staan niet in mijn woordenboek', zegt ze tijdens het spreekuur tegen Van Rossum. Hoe was je als kind, wil Van Rossum weten. 'Lang, heel lang vooral. Was ik dik mam?'

'Nee, maar wel stevig. Groot', zegt haar moeder, die naast haar zit. 'En je groeide razendsnel.'

Van Rossum vraagt naar gebruikte geneesmiddelen, of ze vaak ziek was, hoe ze er psychisch aan toe is en was. Nadia beantwoordt de vragen kalm, soms lacht ze, als er niet veel te lachen is. Het is een lach die Van Rossum op haar spreekuur veel ziet: de lach die pijn of ongemak verhult.

Boulimia, kliniekopnamen, eetbuien, 40 kilo aankomen in een jaar, seksueel misbruik, een biologische vader die verdween na de geboorte, een moeder die bijna dood was, een hersenvliesontsteking, een vriend die haar mishandelde - de lijst met ellende is lang.

Als ze niet lekker in haar vel zat, en dat was best vaak, liep ze naar de kast. 'Vroeger at ik echt alles wat ik kon vinden. Zakken chips, rollen koekjes. Ook bevroren dingen.'

Het is Nadia gelukt om al heel wat kilo's te verliezen en haar aandrang tot vreten door intensieve therapie onder controle te krijgen. 'Nu eet ik een paar bananenchips, als ik per se iets móét eten.'

Van Rossum: 'Door je hypermobiliteit en het feit dat je van kleins af aan geen verzadiging kent, moet ik denken aan verschillende dingen die er aan de hand zouden kunnen zijn. Maar ben je op zoek naar een diagnose?'

Het blijft even stil. Nadia schudt haar hoofd. 'Ik heb al wel genoeg diagnoses. Ik wil vooral praktische hulp bij het afvallen.'

'Dan regelen we dat.'

Liesbeth van Rossum. Beeld Arie Mouthaan

Graag, knikt Nadia en ze wrijft in haar ogen.

Van Rossum kijkt naar genen, hormonen, eetgedrag, beweging, verbranding, psyche en sociale en culturele context. Een voorbeeld: in veel culturen hoort eten bij beleefdheid en gastvrijheid, je weigert geen aangeboden lekkernijen. Ook weten veel mensen nog altijd niet dat je fruit niet moet drinken, maar moet eten.

Van Rossum is hormoondeskundige. De rol van hormonen bij eetlust, het opslaan van vet, verzadiging en honger is voor haar van vanzelfsprekend belang. 'Lang dachten we dat de hersenen door maar een paar hormonen werden beïnvloed, maar dat blijkt een misverstand. Het zijn er tientallen. En alle organen communiceren met de hersenen door middel van hormonen, de maag, de lever, de alvleesklier, maar ook vetweefsel.'

Omdat allerlei medicijnen die hormonen ook weer beïnvloeden, checkt ze altijd wat mensen zoal slikken en krijgen. Bekende voorbeelden van middelen die de hormoonhuishouding in de war kunnen gooien, zijn antidepressiva, antipsychotica, bloeddrukremmers, allergiemiddelen en ontstekingsremmers.

'Een miljoen mensen slikken antidepressiva en je kunt door sommige ervan zomaar 10 kilo aankomen. Het verschilt natuurlijk per persoon. Maar antidepressiva remmen soms de verbranding of stimuleren de eetlust, met een voorkeur voor koolhydraatrijk voedsel.'

Een behandeling in het Centrum Gezond Gewicht kan bijvoorbeeld bestaan uit het aanleren van een gezonde leefstijl via cognitieve gedragstherapie. Het zoeken van troost in eten en allerlei ingesleten gewoonten zoals bij een kopje koffie hoort een koekje, of een rol koekjes, leren mensen daar doorbreken. Veel overgewicht heeft een enorme psychische component, volgens de internist.

Het is zelfs zo dat de biologische aandrang om te eten door de geest wordt beïnvloed. Alleen al van het denken aan snoep kan de bloedsuiker dalen.

Ook moeten we het zogeheten jojo-effect van afvallen, aankomen, weer afvallen en nog meer aankomen niet onderschatten, volgens Van Rossum. Met als resultaat: eeuwig op dieet, nooit op gewicht. Er spelen een aantal zaken een rol in dit proces. Maar de belangrijkste is weggelegd voor de aanmaak van hongerhormonen die toeneemt en van verzadigingshormonen die afneemt. 'Wat mensen als karakterzwakte zien, heeft dus ook een biologische basis.'

Behalve therapie krijgen mensen altijd voedings- en bewegingsadvies. Mensen met een flinke obesitas moet je niet zomaar laten sporten, legt ze uit, vanwege de gewrichten, maar voorzichtig laten wennen aan beweging. Of ze krijgen stappentellers en 'spellen' die ze met andere afvallers via hun telefoon kunnen spelen met opdrachten zoals traplopen op je werk, of via een omweg naar huis lopen. Wereldschokkend zijn de behandelingen niet. Júíst niet. Van Rossum: 'Het zit echt in de kleine dingen.'

Van Rossum luistert, knikt, stelt vragen, legt soms iets uit. De gesprekken zijn zonder uitzondering emotioneel. Niemand is voor zijn lol obees. En er is altijd een verhaal dat complexer is dan: te veel gegeten en te weinig bewogen. 'Ik vind het heel belangrijk dat mensen zich niet veroordeeld voelen, als ze bij mij zijn. De maatschappij is bikkelhard tegen dikke mensen. Die hebben vast geen wilskracht, zelf denken ze dat vaak ook. Ik zie zoveel schaamte bij mijn patiënten.'

Samira (39, niet haar echte naam) komt binnen. Lang zwart haar, een wijde zwarte broek, een lang zwart vest - alles aan haar verhult. Ze heeft een mooi maar droevig gezicht. 'Dit jaar word ik 40, ik wil dit niet langer', zegt ze terwijl ze naar haar lichaam gebaart.

Ze laat foto's zien aan Van Rossum. Een 16-jarig meisje in een roze badpak lachend op een strand. Je kunt de ribben tellen. Twee jaar later zit Samira in een wijde beige jurk op een stoel, ze lijkt verdubbeld in formaat. Of er in de tussenliggende jaren iets is gebeurd, wil Van Rossum weten. 'Ik werd ongesteld.'

Samira vertelt over twintig jaar van afvallen en aankomen, herbalife, broodvasten, gruwelijk veel sporten, uithongeren en dan afgelopen januari op de weegschaal gaan staan en 115 kilo zien. 'Maar als ik naar een programma als Obese kijk, dan denk ik: dat ben ik niet.'

Ze huilt.

'Het zit je hoog', zegt Van Rossum.

Beeld Adrie Mouthaan

'Als kind was ik een energiek dondersteentje, nu ben ik altijd moe, slaap ik veel en komen er elk jaar kilo's bij - wat ik ook doe. Ik weet dat het eigenlijk stom is om te zeggen, maar ik hoop dat ze iets vinden. Dat ik een ziekte heb waarom ik zo ben.'

Van Rossum benadrukt nog maar eens dat zij geen magische afvalbehandelingen biedt. Ze wil alleen graag dat er meer op maat gemaakte behandelingen komen in Nederland. Elke patiënt heeft zijn eigen overgewicht. En niet te snel denken aan een operatie. 'Dat is een noodgreep.'

Onderzoekers Monique Bernsen (53) en Linda Everse (49) doen sinds december 2014 mee aan het afvalprogramma voor medewerkers van het Erasmus MC. 'We nemen de trap, we fietsen, we wandelen, dat was anderhalf jaar geleden echt niet zo', zegt Everse op het spreekuur bij Van Rossum.

Het tweetal praat in wij-vorm, want behalve collega's zijn ze een stel, al sinds 1989. Everse verloor tot nog toe 20 kilo en vier kledingmaten ('kijk, mijn broek houd ik bij elkaar met veiligheidsspelden'), Bernsen 10 ('alle gaten van deze riem').

'Wij hebben elke kilo zelf eraan gegeten', zegt Everse, met opgeheven hoofd. 'En nu eten en bewegen we elke kilo er zelf weer af. Niet meer een hele zak chips, maar een handje. Of we delen een ijsje.' 'Iel' zijn de vrouwen nooit geweest, ook als kind niet. Het gaat hun ook niet zozeer om de esthetiek van het lichaamsformaat, maar om de fysieke beperkingen die dikte met zich meebrengt. 'We hebben kleinkinderen, daar willen we achteraan kunnen rennen.'

Hun halve leven deden ze pogingen om af te vallen. Sportscholen, soepdiëten, sapkuren - niets werkte. 'Dit is de eerste keer dat het lukt', zegt Everse. Niet door een grote ingreep, maar door kleine stapjes: vaker de trap nemen, ook als je knieën bij een BMI van 48 daar 'een beetje van moeten huilen'. Kleinere porties, niet gedachteloos dooreten. Eén keer opscheppen en als je meer wilt een kwartiertje wachten, misschien blijk je dan toch vol te zitten.

Van hen mag 'dokter Liesbeth' een standbeeld. Want binnenkort loopt het echtpaar de vierdaagse van Nijmegen - dat hadden ze nooit voor mogelijk gehouden.


'Hij zit gewoon nooit vol. Dat gevoel kent hij niet'

Ik wist het meteen. Corné was mijn tweede kind, maar hij was anders. Als baby bleef hij maar drinken. Dan had ik hem drie kwartier de borst gegeven en wilde hij na vijf minuten alweer.

'Dat hield ik niet vol. De huisarts adviseerde om op flesvoeding over te stappen. Corné wilde altijd meer. Ik was blij dat we hem vanaf een maand of vier wat vast voedsel konden geven. Maar de honger ging niet over. Toen hij 1 was, woog hij 12 kilo. Hij was een beetje mollig, maar niet te zwaar. Een half jaar later woog hij 18 kilo. Bij 2,5 jaar was hij 32 kilo.

'We zijn vaak met hem naar de huisarts geweest. Doorgestuurd naar een specialist. Ze vonden niets. Wat geeft u uw zoon allemaal, vroegen ze dan. Ik gaf hem precies hetzelfde als zijn zus, die twee jaar ouder is en slank. We werden doorgestuurd naar het ziekenhuis, zijn schildklier werd onderzocht: niets aan de hand.

'We kwamen bij een diëtist. U doet het al heel goed, zei die. En we kregen een tip in de categorie: misschien geen boter én pindakaas op de boterham doen.

Corné met zijn moeder. Beeld Adrie Mouthaan

'Het ergste was de fixatie van Corné op eten. Hij leek wel geobsedeerd. Toen hij een jaar of vier was hadden alle kasten in huis met eten al een slot. Alleen de koelkast niet.

'De jaren erna volgden meer ziekenhuizen en onderzoeken. Weer vonden ze niets. In het academische ziekenhuis in Maastricht waren ze vooral met ons bezig, hoe wij als ouders waren en dat ze mij als moeder wel erg emotioneel vonden. Ik was nota bene zwanger van mijn derde. Ze hebben opnamen gemaakt bij ons thuis, hoe we met eten omgingen, wat Corné at. Het leverde niets op.

'Soms kwam hij in een maand tijd wel 3 kilo aan. Hij dronk stiekem pure ranja uit de koelkast en hij stal het beleg van de boterhammen van de medewerkers van onze boerderij. Als je hem een heel brood geeft, eet hij dat achter elkaar op. Hij zit gewoon nooit vol. Dat gevoel kent hij niet.

'Toen Corné een jaar of acht was, kreeg hij de diagnose autisme. Dat verklaarde voor mij veel van zijn gedrag, maar niet zijn gewicht en zijn obsessie met eten.

'Hij stal soms geld, dan ging-ie snoep kopen. Hij wist wel dat hij dat niet moet doen, maar hij kon het niet laten.

'Op zijn elfde heeft hij bijna een jaar in een jeugdinstelling gewoond. Hij kwam op de eetafdeling. Daar wisten ze het ook niet. Misschien is het iets in de genen, zeiden ze alleen.

'Zo zijn we uiteindelijk in Rotterdam beland, waar na een onderzoek van een half jaar bleek dat hij een bepaalde genetische mutatie heeft, waardoor hij zijn eten traag verbrandt en nooit verzadigd is.

'Hij mag dus amper eten en heeft altijd honger. De diagnose was een opluchting. Zie je wel, hij heeft wat. Tegelijkertijd hadden we er niets aan. Want er was en is niets bekend over dat gen, MC4R. Geen behandeling, geen adviezen, geen lotgenotengroepen. Ja, er zijn jaarlijkse controles, bloedwaarden, gewicht. Hij heeft sinds kort ook diabetes. Corné eet 1.150 calorieën per dag en weegt 142 kilo. Dat is een hongerdieet en toch komt hij nog aan. Ik ben altijd op hem aan het letten. Hij kan niet alleen zijn, want dan gaat hij op zoek naar eten.

'Ik gun hem een normaal leven, met vrienden en feestjes en festivals. Hij is eenzaam, al zal hij dat niet zeggen. We hebben het geprobeerd te organiseren, filmavondjes hier op de boerderij, vriendjes van voetbal of school mee naar huis vragen. Het is nooit echt gelukt. Hij is slim, heeft een IQ van 113, kan prima leren, maar bij de mbo-opleiding zeiden ze: wil je stukadoor worden? Dat kan niet met jouw lichaam. Nu doet hij bouw.

'Altijd de blikken. Op straat, in een winkel, op het terras. Komt er een ober met bitterballen aan, kijkt iedereen naar Corné. Hij eet helemaal geen bitterballen.

'Mensen begrijpen het niet. Zelfs de familie niet. Die zeggen: 'Daar groeit-ie nog wel over heen, ons Corné.' Dat doet pijn.

'Ik hoop dat hij ooit op zichzelf kan gaan wonen. Hij wil het dolgraag, en wij ook, maar nu al is hij nooit alleen. Als ik boven ga poetsen, moet hij mee. Een kwartier is al genoeg om de koelkast te plunderen. Hij weet wel dat hij dat niet moet doen en naderhand heeft hij altijd spijt, maar op het moment dat het gebeurt, is hij als een stier die een rode lap ziet. Ondanks therapie in het verleden.

'De kinderarts in het ziekenhuis vergeleek het met wandelen in de woestijn. Dat je dan iemand met een fles water voorbij ziet lopen die zegt: nee, je mag geen slokje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden