Wat hebben we geleerd? Les 1

De klimaatverandering is nu echt begonnen

Beeld Hilde Harshagen

In de jaren tien veranderde de opwarming van de aarde van een ietwat abstracte statistiek tot voelbare werkelijkheid. Dit is nog maar het begin, zeggen kenners eenstemmig.

Het leek wel oorlog, zeiden de mensen die erbij waren. In Boxtel scheurde het asfalt en werden majestueuze bomen ‘met wortel en al’ uit de grond gerukt. In Vught knapten gasleidingen en ontsnapte een baby aan de dood toen er twee bomen op een huis vielen. In Den Bosch kwam het water omhoog uit de wc’s waardoor winkels en woningen blank kwamen te staan.

Dat was 28 juni 2011, de dag dat het extreemste buienfront ooit in ons land gemeten over Brabant trok. Honderden bomen sneuvelden, straten en tunnels stonden blank. Hulpverleners noemden het een wonder dat er niemand gewond was geraakt. Een zeldzame uitschieter? Op 28 juli 2014 was het weer raak. En op 23 juni 2016 weer. En op 4 juni dit jaar wéér.

De jaren 2010 waren het decennium waarin klimaatverandering tastbaar werd. Was de opwarming van de aarde voorheen een ietwat abstract begrip, inmiddels vinden wetenschappers overal meetbaar bewijs. Van de smeltende polen tot de opdrogende Amazone en van de westpunt van Antarctica tot winkelcentrum De Helftheuvel in Den Bosch.

In 2010 leek het allemaal nog mee te vallen. Merkwaardig genoeg liep de wereldtemperatuur al een jaar of tien nauwelijks meer verder op, terwijl de uitstoot van broeikasgassen gewoon doorging. Dat kon toeval zijn, een kwestie van de extra energie van de broeikasgassen die tijdelijk ergens anders belandde, zoals een tochtig oud huis ook niet overal gelijkmatig opwarmt als je de verwarming aanzet. Maar het kon ook betekenen dat er ergens in het klimaat een nog onbekende rem zit, die warmte wegvoert of absorbeert. Misschien werken broeikasgassen uiteindelijk minder hard door in de temperatuur dan in de jaren tachtig en negentig het geval leek, opperden sommigen voorzichtig.

Maar toen kwam 2014. En 2015, 2016 – en de jaren daarna. De wereldtemperatuur schoot verder omhoog. In de grafieken is de ‘pauze’ in de opwarming tussen ongeveer 1998 en 2013 inmiddels niet meer dan een tamelijk onbetekenend kreukeltje in een stijgende temperatuurreeks, met het blote oog zie je het niet eens:

Beeld Berkeley Earth

De opwarming blijft weliswaar iets achter bij de prognoses, maar ligt nog steeds in lijn met wat de klimaatmodellen voorzien. ‘Dat de polen sterker opwarmen, dat de stratosfeer afkoelt, dat er meer waterdamp in de dampkring komt: alles wat men in de jaren zeventig al voorspelde, is in feite uitgekomen’, signaleert Pier Siebesma, hoogleraar aardwetenschap aan de TU Delft.

Waarnemingen (zwart) en prognoses zoals gedaan in 2013. Beeld Climate Lab Book

Intussen veegden diverse grote studies de laatste restjes twijfel van tafel. Want wacht eens: was het in de Middeleeuwen, toen men in Engeland wijn verbouwde en de Vikingen zich vestigden op Groenland, niet net zo warm of zelfs warmer dan nu? Toch niet, bleek afgelopen zomer uit een grote overzichtsstudie. Destijds was de warmte plaatselijk, terwijl de opwarming vandaag de dag overal ter wereld tegelijk toeslaat:

De Romeinse, middeleeuwse en huidige warmte en hun verdeling over de aardbol. Beeld Nature

En is het niet denkbaar dat er ergens in het systeem een nog onontdekte, heel andere aandrijver van de opwarming zit? Reken er niet te hard op: statistische analyses van de temperatuurstijging wijzen uit dat zelfs zo’n ‘onbekende onbekende’ zeer onwaarschijnlijk is. ‘En reken maar dat we ons allemaal gek hebben gezocht naar zo’n extra variabele’, zoals klimaatwetenschapper Geert Jan van Oldenborgh van het KNMI eerder dit jaar verwoordde, ‘want als je hierin een gat kunt schieten, sta je meteen in Nature.’

Intussen werd het voor het eerst mogelijk om statistiek te bedrijven met het warmere klimaat en afzonderlijke weerincidenten toe te schrijven aan klimaatverandering. Neem de hitte die afgelopen zomer in heel Europa voor records zorgde en in Nederland het kwik opdreef tot voorbij de symbolische recordhoogte van 40 graden. Uit een kansanalyse uitgevoerd door een Europees onderzoeksteam blijkt dat zoiets eens in de vijftig jaar kan voorkomen. Maar een eeuw geleden was dat nog eens in de duizenden jaren – zeg maar gewoon: zo goed als uitgesloten.

Of neem het noodweer dat op 28 juli 2014 delen van Noord-Brabant en de Randstad blank zette. Zulke regen komt inmiddels eens in de vijftien jaar voor, becijferde het KNMI, maar in 1951 was die kans eens in de paar honderd jaar. De klimaatverandering heeft een soort dakkapel boven op de weerstatistieken gebouwd.

Neerslagrecords in Nederland, en de kans erop. Beeld KNMI

Een hele trits satellieten, zeeboeien en andere meetapparatuur zorgden intussen voor betere aardwaarnemingen dan ooit. Met als gevolg dat men beter vat kreeg op een aantal belangrijke verschijnselen die tot voor kort ongrijpbaar bleven. Het effect van wolken. De energieopslag in de oceanen. De smeltsnelheid van de ijskappen. De convectie hoog in de dampkring. ‘De veranderingen komen steeds meer aan het licht’, zegt poolkaponderzoeker Roderik van der Wal van de Universiteit Utrecht. ‘Wat zich tot tien jaar geleden vooral afspeelde in de hoofden van de mensen, zien we nu echt.’

En zichtbaar werd het. Op de Groenlandse ijskap is het massaverlies tegenwoordig twee keer zo groot als tien jaar eerder, wezen de metingen uit. Bij West-Antarctica is het massaverlies zelfs verdrievoudigd. Het zee-ijs dat resteert aan het eind van de zomer op de Noordpool slonk in ongekend tempo, met records in 2012, 2018 en 2019. En de zeespiegelstijging versnelde in de satellietmetingen, van 2,1 millimeter per jaar in de periode 1970-2015 en 3,6 millimeter per jaar voor het tijdvak 2006-2015.

Zo vielen de puzzelstukjes het afgelopen decennium steeds meer op hun plaats. De aarde warmt op in een tijdvak waarin het, afgaand op zaken zoals de zonneactiviteit, eigenlijk juist iets koeler zou moeten worden. En de enige factor die dat redelijkerwijs kan verklaren, is de stuwende hand van de broeikasgassen die de mens heeft losgestookt uit olie en steenkool en indirect uit de bodem.

Beeld Hilde Harshagen

Geconfronteerd met zoveel bewijs begon ook de politiek zowaar enigszins in actie te komen: een mooie belofte hier, een subsidie daar. Dat culmineerde vijf jaar geleden in het klimaatakkoord van Parijs, in feite een belofte om de planeet niet verder op te warmen dan 1,5 graad (we zitten inmiddels op 1,1).

Maar eerlijk is eerlijk, veel kans om dat doel te halen is er niet. Zelfs als alle aan ‘Parijs’ deelnemende landen hun beloften nakomen, zal de wereldtemperatuur naar verwachting zo’n 3 graden oplopen. Dat betekent zoveel als de vernietiging van de ondiepe koralen, uitdroging van grote delen van de Amazone en 275 miljoen mensen die moeten verhuizen voor de stijgende zee, volgens de inzichten die het VN-klimaatpanel IPCC samenbrengt in zijn rapporten. 

Om onder de anderhalve graad te blijven, zouden buitensporige maatregelen nodig zijn, zoals vervijfvoudiging van de hoeveelheid kernenergie, massale ondergrondse opslag van CO2 en de beplanting van een gebied zo groot als West-Europa met bos en biogewassen. Een lastige spagaat: we weten dat het klimaat opwarmt door toedoen van de mens, maar een overtuigend antwoord heeft niemand nog gevonden.

Niet vreemd dus dat uitvogelen wat precies de gevolgen van klimaatverandering zijn de grote nieuwe uitdaging is voor veel klimaatwetenschappers. Want hoewel de klimaatmodellen de grote lijnen van de opwarming aardig nabootsen, zijn ze op regionaal niveau nog erg onnauwkeurig: wat gebeurt er met de grote luchtstromingen in de dampkring, wordt het in ons land nou droger of juist steeds natter? ‘Zuid-Europa wordt droger, Noord-Europa natter en wij zitten daar precies tussenin’, schetst klimaatonderzoeker Rob van Dorland van het KNMI. ‘Het blijkt bijzonder moeilijk om greep te krijgen op wat dat voor ons land betekent.’

Om zulke puzzels op te lossen zijn eigenlijk nieuwe modellen nodig, zeggen betrokkenen, die het aardsysteem tot op de kilometer nauwkeurig nabootsen. Maar zulke modellen vergen rekenkracht die er eenvoudigweg nog niet is, alle moderne supercomputers ten spijt.

Kleine lichtpuntjes zijn er intussen ook. Zo daalde de prijs van zonnepanelen sneller dan verwacht, draaiden de eerste windparken subsidievrij en begon de CO2-uitstoot van onder meer Japan, de VS en het Verenigd Koninkrijk zowaar te dalen. Intussen voorziet het Internationaal Energie Agentschap een stijging van de olieprijs en begint zelfs Koning Steenkool barstjes te vertonen: zo werden er in het Verenigd Koninkrijk dit jaar voor het eerst sinds de 19de eeuw twee weken lang geen kolen verstookt. Misschien heeft ook verduurzaming ‘omslagpunten’ waarboven alles opeens sneller en soepeler verloopt, signaleerde een studie eerder dit jaar.

Maar misschien nog belangrijker is de aanpassing door de mens. Toen Europa in 2003 werd getroffen door een hevige hittegolf, kostte dat in Frankrijk alleen al 15 duizend mensen vroegtijdig het leven. Voor de recordhittegolf van afgelopen juli staat dat aantal op 868: nog steeds schokkend, maar toch liefst 95 procent minder dan vijftien jaar geleden.

Ook voor bosbranden, overstromingen, stormen, extreme neerslag en ander klimaatgerelateerd onheil is dat de trend. Meer voorvallen, maar minder schade, gewonden en sterfte – domweg omdat waarschuwingscodes, voorzorgsmaatregelen en bouwaanpassingen helpen. De veerkracht van de mens is misschien wel de belangrijkste variabele die in de klimaatgrafieken ontbreekt.

Niet dat we er daarmee zijn. Op het oog ingeschat passeren we rond 2040 de anderhalve graad opwarming en rond het jaar 2070 de twee – de grens die niemand zegt te willen passeren. Het verhaal van de mens die zijn planeet opwarmde, is nog maar net begonnen.

Meer klimaatverandering

Het klimaat, vijftig jaar later: een min of meer hoopgevend bericht uit 2069

Loopt het wel zo mis met het klimaat als het lijkt? Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans blikt terug vanuit het jaar 2069 – en ziet dat de schade eigenlijk best meevalt.

Duidelijker wordt het niet: de klimaatverandering van nu is uniek

Twijfelen of de mens het klimaat wel opwarmt, is nu toch echt een achterhoedegevecht geworden. Een reeks nieuwe analyses laat geen spaan heel van het argument dat klimaatverandering van alle tijden is.

Warmt CO2 het klimaat echt wel op?

We vroegen ons af: wat klopt er al dan niet van drie knellende vragen die klimaatsceptici vaak stellen?

Wat hebben we geleerd? 16 wetenschappelijke lessen uit het afgelopen decennium

Het klimaat begint voelbaar te veranderen en insecten leggen massaal het loodje. Traditiegetrouw zetten we aan het eind van elk jaar de opmerkelijkste lessen op een rij – deze keer blikken we meteen maar terug op het hele decennium. Er is ook vrolijker nieuws: de duurzame revolutie komt op gang, traumatherapie werkt echt en we gaan niet meer dood aan ziekten die tien jaar geleden nog fataal waren. Bekijk hier de zestien lessen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden