De klimaatjournalist die in de ban van het tegengeluid raakte: 'Ik ben een roepende in de woestijn geworden'

Marcel Crok over klimaatverandering

Marcel Crok is een prominent vertolker van het idee dat de klimaatverandering meevalt en vindt daarmee nu ook in de politiek gehoor.

Marcel Crok: De illusie wordt gewekt dat we het klimaatprobleem wel even kunnen fiksen Foto © Jitske Schols

Nee, dat had Marcel Crok, klimaatjournalist en al jaren mondig criticus van de gevestigde orde in de klimaatwetenschap, ook niet verwacht. Dat hij nog eens spreker zou zijn op het partijcongres van een nieuwe politieke partij. Een partij waar niet eens per se zijn politieke voorkeur ligt - je zou de stropdas- en autoloze, sjofeltjes levende familieman Crok op het oog eerder indelen bij GroenLinks of Partij voor de Dieren.

Maar ja, daar moeten ze weinig van hem hebben. Die 'klimaatscepticus' Marcel Crok, met zijn dwarse boodschap. Thierry Baudet wél. 'Dat was al in 2011, lang voordat iemand van hem had gehoord', herinnert Crok zich. 'Thierry had een leesclubje aan de UvA, waar hij schrijvers uitnodigde om te vertellen over hun boek. Ook ik werd gevraagd. Zat ik daar met twintig jonge mensen een avond te discussiëren over het klimaat. En ja, we hebben contact gehouden.'

Inmiddels heeft Crok zich ontpopt tot een soort partij-ideoloog klimaatzaken van Forum voor Democratie. Die keer toen Baudet de halve goegemeente op stang joeg met een tweet waarin hij stelde dat CO2 goed is voor de plantjes, het klimaat minder snel opwarmt dan verwacht en de voorspelde weersextremen nog op zich laten wachten? Dan krijgt Crok dus een appje: Marcel, zo zit het toch, hè?

Moet je net Crok hebben. Scheikundige, cijferkenner en auteur van rapporten met titels als Hoe het IPCC goed nieuws over klimaatopwarming verborg of, pas nog, Waarom de KNMI-scenario's niet zullen uitkomen. Hij probeert een tegen-narratief te organiseren, zoals dat heet. De andere kant te laten zien van de opvatting die onder wetenschappers, politici en in de media dominant is: het klimaat verandert gevaarlijk snel, en dus moeten we aan de bak, nú, snel, onmiddellijk.

Ideologisch gekleurd

Hij kijkt wel uit. Er wordt ons hier een of ander groen oor aangenaaid, vindt hij. 'De illusie wordt gewekt dat we het klimaatprobleem wel even kunnen fiksen. Maar intussen zie je dat een kleine, luidruchtige groep activisten het hele overheidsbeleid begint te bepalen. Want de invulling is volledig ideologisch gekleurd: het moet wel met wind en zon, een CO2-arme optie zoals kernenergie ligt niet op tafel. Daarvan word ik opstandig. Dit gaat gewoon niet democratisch.'

Een grote, linksdraaiende samenzwering met buitensluiting van het volk: niet vreemd dat Croks kritiek opeens wonderlijk synchroon loopt met het gedachtengoed van Forum voor Democratie. Eerder werd hij al eens informeel uitgehoord door onder meer CDA-staatssecretaris van Milieu Joop Atsma en VVD-minister van Economische Zaken Henk Kamp.

'Tot nu toe heeft niemand iets van de energietransitie gevoeld', zegt hij. 'Het was: leuk, Al Gore, de mouwen opstropen, we gaan aan een betere wereld werken. Maar het kán gewoon niet. De economie decarboniseren is een waanzinnig zware, kostbare ingreep. Duitsland begint die pijn nu als eerste te voelen. De industrie begint weg te trekken, ze halen hun CO2-doelstelling niet.'

Klimaatoptimisme

'Klimaatscepsis-light', heet dat onder klimaatbezorgden al snel - al hebben de aanhangers zelf het liever over klimaatoptimisme of klimaatrealisme. Want Crok mag dan vinden dat we het klimaatprobleem overdrijven en een afkeer hebben van wat hij ziet als 'alarmisme' - je zult hem niet horen ontkennen dat de aarde opwarmt en dat CO2 daaraan bijdraagt, of horen roepen dat klimaatverandering een complot is van China. In plaats daarvan komt hij met statistieken, citeert hij uit de overzichtsrapporten van het VN-klimaatpanel IPCC en verwijst hij naar keurig gepubliceerde studies uit de erkende wetenschappelijke vakbladen, al verwijten zijn tegenstanders hem selectief winkelen.

Ruim een decennium kennen we elkaar nu, Crok en ik. En goed ook: jarenlang waren we collega's op de redactie van maandblad Natuurwetenschap & Techniek, het huidige New Scientist NL. Een opgewekte, joviale bètajournalist met een warm karakter, een goed gevoel voor humor en een enorme gedrevenheid om zich vast te zuigen in complexe wetenschappelijke onderwerpen - eigenschappen die ook zijn meest gestaalde tegenstanders erkennen.

We werden samengebracht door dezelfde redactiebaan, dezelfde levensfase, dezelfde liefde voor wetenschap en een gedeelde afkeer van doemverhalen en overdrijving. We bedachten 's lands eerste factcheckrubriek: 'BANG!', subtitel: 'waarmee werden we deze maand weer bang gemaakt?' En ontdekten dat de angstverhalen van onze tijd - van ziekmakende 'poepbacteriën' tot griezelige nucleaire kankers - vaak uit milieuactivistische hoek komen en bij nadere wetenschappelijke inspectie haast altijd zwaar overdreven blijken.

Bozig werden we ervan. Dat gevoel van onrecht, dat de hardste onheilsschreeuwers hun zin krijgen. Een patroon dat we ook zagen bij het klimaatdebat, toen nog druk bezig de politiek te mobiliseren: wie het hardst de onheilstrompet blaast, krijgt de aandacht, beginnen over lichtpuntjes of nuances lijkt verboden. Maar terwijl ik de bladzijde omsloeg, nieuwe onderwerpen omarmde en mijn journalistieke distantie hervond, werd hij 'klimaatjournalist' en raakte hij steeds dieper verzeild in het giftige moeras van de discussie.

Buiten beeld

'Mijn punt', zegt hij nu, elf jaar later, 'is dat je op basis van het IPCC ook tot een waanzinnig positief en genuanceerd beeld van klimaatverandering kunt komen. Waarom horen we dat positieve verhaal nooit? Waarom legt iedereen alleen de nadruk op de risico's, de gevaren, de problemen? Ik vind het zorgwekkend dat één kant van het verhaal helemaal buiten beeld blijft.'

Die kant van het verhaal, in een notendop: misschien warmt de aarde veel langzamer op dan iedereen verwacht. Simpelweg omdat broeikasgassen zoals CO2 de temperatuur door allerlei remmen en terugkoppelingen in het systeem niet zo hard opstoken.

Een mogelijkheid die, eerlijk is eerlijk, nog tot het oeuvre van de wetenschap hoort ook - al zit ze helemaal aan de rand van wat het IPCC nog mogelijk acht en zul je weinig wetenschappers vinden die erin geloven. Maar Crok volgt de lijn van onder meer de Britse wiskundige Nic Lewis: als je ziet hoe de wereldtemperatuur sinds 1860 is opgelopen, lijkt het erop dat CO2 maar half zoveel 'opwarmkracht' geeft als de klimaatmodellen aangeven.

Dat zou nogal wat betekenen.

'Natuurlijk, er is gewoon sprake van opwarming. Het gaat alleen zo'n 30 procent langzamer dan volgens de klimaatmodellen. Tot 2050 krijgen we vermoedelijk slechts enkele tienden van graden erbij. En rond 2100 zitten we op ongeveer 2 graden opwarming ten opzichte van het pre-industriële tijdperk.'

Sterker nog, volgens jullie berekeningen is de opwarmkracht van CO2 zo laag, dat de uitstoot van broeikasgassen niet eens erg omlaag hoeft.

'Zelfs bij een broeikasgasuitstoot die de rest van de eeuw net boven het niveau van 2015 zit, houd je volgens ons de in Parijs afgesproken klimaatdoelstelling van maximaal 2 graden opwarming binnen bereik. Het is interessant hoe schril het contrast is met de paniekverhalen die je overal hoort. We blijven nooit onder de 2 graden, we moeten CO2 ondergronds opslaan! Puur en alleen omdat men uitgaat van de klimaatmodellen en niet van de observaties. Dat is het cruciale punt.'

Jullie staan wel nagenoeg alleen in jullie opvatting. Een overzichtsstudie in Nature Geoscience noemde de lage opwarmsnelheid onlangs nog 'lastig haalbaar' - wetenschappelijk beleefdheidsjargon voor 'dit slaat nergens op'. Je zou onderhand toch meer steun voor jullie theorie verwachten, als er echt wat in zat?

'Ik zie vooral een vakgebied dat heel erg bezig is met: hoe kunnen we de klimaatmodellen redden? Vergeet niet: haast alle methodes die men gebruikt, zijn gebaseerd op de klimaatmodellen. Dat is eigenlijk raar. Waar zou normaal je voorkeur naar moeten uitgaan? De waarnemingen. Maar je ziet dat er geen bereidheid is om te zeggen: de observationele schattingen zijn het beste wat we op dit moment hebben.'

De klimaatmodellen deugen niet - het is een populair refrein in klimaattwijfelende kring. Terwijl de gevestigde orde erop wijst dat de door Crok en Lewis zo bejubelde waarnemingen geen goede graadmeter zijn voor de toekomst en dat een laag opwarmingstempo niet goed aansluit op zo ongeveer alles wat er wél bekend is over de dampkring.

We hakketakken over waterdamp, roetdeeltjes, prehistorische hittegolven, vulkaanrook en opwarming van de tropen. Maar Crok, gehaaid in het debat en gewapend met tien jaar technische kennis, veegt alle bezwaren met literatuurverwijzingen van tafel, terwijl hij rustig van een broodje geniet.

Journalistieke prijs

Hij had net de Glazen Griffioen gewonnen toen ik hem leerde kennen, een uit tienduizend euro en een 'plastiek' bestaande journalistieke prijs. Wegens het uit elkaar peuteren van een iconische grafiek die laat zien hoe de temperatuur op aarde sinds het jaar 1000 oploopt. Net als een hockeystick, met een plotse krul omhoog sinds het tijdperk van de broeikasgassen, beweerde onder meer het IPCC, dat de grafiek op een prominente plek zette. Maar Crok sprak twee onderzoekers die hadden aangetoond dat er een statistische fout in de grafiek zat: welke gegevens je er ook in stopt, er komt altijd een hockeystick uit. Dus Crok schrijft, in grote letters op de voorpagina: 'Het bewijs dat de mens de aarde opwarmt klopt niet'.

Omstreden, toen al. Hij zou te weinig kritisch zijn geweest. 'Crok neemt het van ze aan, doet bozig met ze mee, maar heeft het niet uitgezocht', foeterde de Volkskrant. 'Crok serveert met veel kabaal een half verhaal.' Boe-geroep toen hij de prijs kreeg uitgereikt.

Dat raakte iets in hem. Maanden had hij aan het artikel gewerkt, hij was ervoor naar Hamburg geweest, had een onafhankelijke statisticus in de arm genomen om de boel nog eens door te rekenen. Was er dan een deel van het verhaal dat níét verteld mocht worden? Het gaat uiteindelijk toch gewoon om de koele, verifieerbare cijfers?

'Als je me wilt begrijpen, is dat het begin', zegt hij achteraf. 'Mijn allereerste verhaal over het klimaat, en het begint metéén. Marcel Crok is een klimaatscepticus. Marcel Crok kijkt maar naar één kant van het verhaal. Ik wist niet wat me overkwam.'

Zo raakte hij in de ban van het tegengeluid. Niet zozeer erdoor aangetrokken - eerder erheen gedreven, zo ziet hij dat. De planeet verpietert, we gaan allemaal naar de gallemiezen, en wie lastige vragen stelt is 'bozig' en maakt 'kabaal'.

'Het triggerde mij enorm', herinnert hij zich. 'Als zo'n prominent bewijsstuk als de hockeystick al rammelt, hoe zit het dan met de andere claims? Ik wilde de hele discussie begrijpen.' Hij zegde zijn redactiebaan op, zou zijn prijzengeld gebruiken om een boek over academische klimaatkritiek te schrijven en trok de wereld in, op zoek naar wetenschappers die dezelfde banvloek hadden gehoord als hij: 'Bozig! Maakt kabaal!'

Hij hoefde niet ver te zoeken. De politicoloog Roger Pielke jr., die de halve wereld over zich heen kreeg nadat hij had vastgesteld dat orkanen niet heftiger worden. Hoogleraar klimatologie Judith Curry, die opmerkte dat de klimaatwetenschap wordt overheerst door een kliek van elkaar de hand boven het hoofd houdende haantjes. De zweverige Deense fysicus Henrik Svensmark, die een exotische theorie had over wolkenvorming door kosmische deeltjes.

Dit waren de verstotenen uit het klimaatdebat, besefte Crok. En nee, ze liepen niet allemaal aan de leiband van de olie-industrie, en zwaar ademen als de iconische Star Wars-schurk Darth Vader deden ze ook niet.

Welkom bij de Dark Side, Luke.

Geprikkeld over het stijlcitaat uit Star Wars: 'Waarom noem je het nou de Dark Side? Dat is het dus, hè? Iedereen die de consensus niet uit volle borst ondersteunt, is meteen verdacht, hoort tot de badguys, moet verstoten worden. Het gevolg is dat alle kritiek naar de marge wordt gedrukt. De Dark Side, pas op.'

Toch ook niet helemaal onterecht? Zeker in de VS is er een stevige lobby om de wetenschap rond klimaatverandering in een kwaad daglicht te stellen.

'Ach, dat verhaal is inmiddels zó achterhaald. Toen Matt Nisbet van de Northwestern University bestudeerde hoe het precies zit met die vermeende geldstromen achter de klimaatlobby, ontdekte hij tot zijn verbazing dat er meer geld zit aan de pro-klimaatkant - het Al Gore-kamp. Ja, er zit ook geld aan de fossiele kant. Alleen gaat dat niet naar klimaatwetenschappers, maar gewoon naar de politieke lobby in Washington. Al die bekende klimaatcritici - Nic Lewis, Steve McIntyre, Henrik Svensmark, Judith Curry, Roger Pielke jr., Richard Lindzen - ontvangen geen cent van de olieindustrie.'

Je kreeg er anders ook foute vrienden bij. Je schreef voor de Global Warming Policy Foundation, een rechtse denktank die als doelstelling heeft het 'extreem schadelijke klimaatbeleid' aan de kaak te stellen. Onder leiding van een zure rechtse ouwe Brit, Thatchers oud-energieminister Nigel Lawson.

'Ik zeg ook niet dat het ideaal is. Maar de vraag is: waar kun je een kritisch rapport zoals Lewis en ik schreven kwijt? Vrijwel nergens. Dus wat gebeurt er? Je wordt in elkaars armen gedreven.'

Maar je bent journalist. Dan stap je toch naar de krant, als je een misstand waarneemt?

'Ja, welke? Ik heb bij alle kranten en diverse bladen aangeklopt. Telkens was het: sorry, we vinden dat je te veel een positie hebt in het debat. Ze bedoelen: je hebt de verkéérde positie. Expertise speelt bij dit onderwerp een ondergeschikte rol, het gaat voornamelijk om de boodschap die je uitzendt. Kritisch zijn over het klimaat is geen goed verdienmodel.'

Inmiddels schrijft Crok soms voor Elsevier; in de Volkskrant publiceerde hij een pleidooi voor kernenergie. Wrang lachje: 'Ik leef als een soort GroenLinkser, dat is het ironische. Ik heb geen auto, nauwelijks inkomen, doe alles op de fiets. Ik denk weleens: als iedereen zo klimaatkritisch zou worden als ik, zou dat de koolstofvoetafdruk van ons land enorm verlagen.'

Openhartig opeens: 'In 2015, voorafgaand aan het klimaatakkoord van Parijs, realiseerde ik me in toenemende mate: ik ben een roepende in de woestijn geworden. En ik zal het gewoon toegeven: het is niet makkelijk om een roepende in de woestijn te zijn. Je denkt op een gegeven moment: waar ben ik mee bezig? Niemand wil hiernaar luisteren. Je wordt alleen maar in de hoek geduwd. Je hoort er niet bij.'

Klimaatkritiek heeft met Donald Trump en Thierry Baudet toch best de wind mee?

'Af en toe komen er politici bovendrijven die het aandurven om tegengeluid te geven. Maar Trump en Baudet zijn wél uitzonderingen. Als ze op wat voor manier dan ook kritiek uiten op het klimaatverhaal, worden ze meteen beschimpt: schandalig! Toen Trump uit Parijs stapte, sprak de hele wereld er schande van. Dat is waarmee we momenteel in dit debat te maken hebben. Je hebt de goodguys en de badguys. En ik ben de superbad- guy natuurlijk. Ik geloof niet eens dat CO2 zo'n groot probleem is.'

Bij de voorbereiding van dit interview waren er mensen die zeiden: gun hem dat podium toch niet.

'Ja, kan ik er wat aan doen?'

En op het partijcongres van Forum voor Democratie kreeg je een heuse schreeuwer aan je broek. Die klimaatscepticus Crok, ga lekker naar de PVV, riep iemand uit de zaal je toe.

'Interessant, hè? Forum ligt natuurlijk onder vuur vanwege zijn immigratiestandpunten, maar duurzaamheid maakt nog veel diepere emoties los dan de islam. Ik begrijp dat ergens wel, mensen maken zich zorgen om de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. Wat ik alleen niet snap is dat ze mij vervolgens in de hoek van de slechte mensen zetten. Alsof ik niet het beste met mijn kinderen en kleinkinderen voor heb.'

Men verwijt je vooral eenzijdigheid: je legt altijd de nadruk op één kant van het verhaal. Terwijl de risico's, van smeltende polen tot vluchtelingenstromen, er bepaald niet om liegen.

'Dat is dan misschien een beetje mijn tegenreactie op alle doemverhalen. Voor mijn gevoel komt het doordat de KNMI's van deze wereld maar één helft van het verhaal vertellen.'

Vind je nou niet zelf dat je activist bent geworden? Maar dan tégen klimaatbeleid?

'Zo zie ik mezelf niet. Ik ben ook niet tegen klimaatbeleid, maar mijn beleid zou er wel heel anders uitzien, met veel meer nadruk op aanpassing aan klimaatverandering en minder op extreem dure maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.

'Ik kan niet goed tegen dat gevoel van onrechtvaardigheid, dat we niet het hele verhaal horen. Neem het energie-akkoord: minister Kamp heeft nooit gezegd wat het gaat kosten. Niemand die het weet! Terwijl het misschien meer dan 100 miljard euro is. Er is geen debat over in de Kamer geweest, niets. Dat vind ik schokkend. Alle kaarten moeten op tafel liggen. Ook de ongemakkelijke.'

'Ik ben niet tegen klimaatbeleid, maar mijn beleid zou er wel heel anders uitzien' Foto © Jitske Schols

Wacht. Hij had nog 'wat dingetjes uitgeprint', zegt hij ineens, en daar tovert hij een stapel kleurige grafiekjes tevoorschijn. 'Hier, de sterfte door hongersnood. Rrrrr, naar beneden. De wereldarmoede: rrrrrr, omlaag. Doden door natuurrampen: in een eeuw tijd zowat tot niks verdampt.'

Zijn vinger blijft rusten onder aan de grafiekjes. 'En vandaag, net nu het fantastisch gaat met de wereld, begint iedereen hysterisch te doen over klimaatverandering. De grote lijn is: welvaartsontwikkeling, betere gezondheid, hogere landbouwopbrengsten. Maar bij het IPCC lees je: door de opwarming gaat de landbouwopbrengst omlaag. Eh, pardon?'

Gespeeld verbijsterde blik. 'Ze bedoelen: de landbouwproductie gaat steeds verder omhoog, maar als wij onze modellen draaien, zien we dat die toename door klimaatverandering misschien iets minder snel groeit dan anders het geval zou zijn.'

Hij zwaait met zijn armen, zijn stem gaat omhoog van verontwaardiging. 'Kom op jongens! Vertel gewoon dat fokking verhaal!'


Wetenschappers geven Crok geen gelijk

Inderdaad, het is denkbaar dat Lewis en Crok gelijk hebben en de aarde langzamer opwarmt: de kans is ongeveer één op twintig, volgens het laatste IPCC-rapport. Maar, zo zeggen zes door de Volkskrant geraadpleegde klimaatexperts onafhankelijk van elkaar: dat is inmiddels 'onhoudbaar', 'onverdedigbaar' en 'fysisch niet reëel'.

'Er zitten basale fouten in de methode waarop Lewis voortborduurt', mailt Björn Stevens van het Max Planck Instituut voor Meteorologie in Hamburg desgevraagd. 'Waarschijnlijk niet zulke erge dat ze de methode nutteloos maken. Maar ze kleuren wel de resultaten.'

Hoe broeikasgassen zich vertalen naar meer warmte, is nog steeds onduidelijk. Het IPCC hanteert een 'klimaatgevoeligheid' van tussen de 1,5 en de 4,5 graad: verdubbel de hoeveelheid CO2 in de dampkring, en het zal uiteindelijk tussen de 1,5 en de 4,5 graad warmer worden. In de praktijk kan dat het verschil maken tussen een onafwendbare klimaatramp of een opwarming die best meevalt.

Terwijl veel recente studies uitkomen op de middenweg van rond 3 graden opwarming per CO2-verdubbeling, wijzen Crok en Lewis erop dat de werkelijk gemeten stijging eerder lijkt te duiden op een 'lauwe' opwarming, van 1,6 graden per verdubbeling. Ook volgens sommige andere analyses lijkt de opwarming wat langzaam te gaan, al valt het verschil ruim binnen de toevalsmarges.

Dat wil niet zeggen dat Lewis en Crok gelijk hebben. 'Marcel heeft misschien een punt dat de modellen meer opwarming voorspellen dan we in de data zien', stelt hoogleraar aardwetenschap Guido van der Werf (VU Amsterdam). 'Maar ik denk dat het verschil veel kleiner is dan hij doet voorkomen.' Zelf gebruikte hij een methode die lijkt op die van Lewis en Crok: hij kwam uit op een opwarming die nauwelijks langzamer gaat dan de modellen aangeven. 'Het beste wat je erover kunt zeggen, is dat de historische opwarming moeilijk te verenigen is met een hoge klimaatgevoeligheid van 3,5 graad of hoger', vindt ook Stevens.

Anderen vinden Croks kijk op de zaak eenzijdig en vooringenomen. 'Marcel negeert drie lijnen van bewijs die een klimaatgevoeligheid lager dan 1,5 graad uitsluiten. En zelfs dan gaat hij nog op de absolute ondergrens zitten van wat eventueel mogelijk is', zegt hoogleraar aardwetenschap Pier Siebesma (TU Delft).

'Je kunt andere schattingen van de klimaatgevoeligheid, zoals die uit de prehistorische gegevens, niet zomaar onder het tapijt vegen', vindt ook Wilco Hazeleger van het eScience Center in Amsterdam. Bart Verheggen van Amsterdam University College: 'Met een klimaatgevoeligheid van slechts 1,5 graad kun je helemaal niet verklaren dat het aardse klimaat in het verre verleden zo sterk aan verandering onderhevig is geweest.'

Bij het Planbureau voor de Leefomgeving ging Bart Strengers al meermalen met Crok in discussie. 'De scepticus, dat ben ik eigenlijk', vindt hij. 'Marcel loopt achter één lijn van bewijsvoering aan. Terwijl ik kijk naar de verschillende methodes en niet één zienswijze verdedig.'


Marcel Crok (Amersfoort '71)

1989-1995 Studie scheikunde, UvA en Universiteit Leiden

1996 Redactie Chemisch Weekblad, De Ingenieur

2003-2009 Redactie Natuurwetenschap & Techniek

2005 Glazen Griffioen

2010 Boek: De staat van het klimaat

2013-2014 Debatwebsite 'Climate Dialogue', op aangeven van een VVD-motie om sceptici meer bij het debat te betrekken

2014 Rapport bij GWPF, samen met Nic Lewis: Een gevoelige kwestie. Hoe het IPCC goed nieuws over klimaatverandering verborg

2017 Spreker op het partijcongres van Forum voor Democratie

2017 Boek: Ecomodernisme

2018 Rapport voor De Groene Rekenkamer: Waarom de KNMI-scenario's niet zullen uitkomen

Crok is getrouwd en heeft twee kinderen (8 en 11).