Column Joost Zaat

De kinderen die dromen over een baan in de zorg gaan het huidig tekort niet oplossen

‘Ik word later thoraxchirurg’, zei een vrolijk 6-jarig meisje ooit tegen me. Ze had geen idee waarom, maar dat leek haar leuk. Thoraxchirurg is ze niet geworden, kinderarts wel. Behoorlijk goed gedroomd dus.

‘Over tien jaar ben ik zuster in Amsterdam’, zei de 11-jarige Aliyah vorige week in de rubriek Dit ben ik in deze krant. Meer jonge mensen zouden moeten dromen over werken in de zorg. Die droom is niet alleen makkelijker te verwezenlijken dan het obligate ‘heel veel geld verdienen’ maar ook heel wat nuttiger. Hoewel ik een VVD-senator ooit hoorde uitleggen dat werken in de zorg nuttig was maar de arbeidskosten in de competitieve wereldeconomie alleen maar verhoogt en dus geen economische waarde heeft, zie ik kinderen liever dromen over ‘zuster’ of ‘dokter’ worden dan over een bestaan als credit default swap handelaar of overname-advocaat. Werk dat in VVD-kringen populair is, maar volgens mij betrekkelijk ‘waardeloos’ is.

Die dromende kinderen gaan het huidige tekort aan zorgverleners niet oplossen. 90 procent van de verpleegkundigen en verzorgenden ervaren elke dag een tekort aan collega’s. Tot 2025 zijn er 125.000 mensen extra nodig. De zorgsector is, inclusief welzijn en kinderopvang, al enorm groot: bijna 14 procent van de Nederlanders werkt in de zorg. In 2017 werkten er 1.258.000 mensen, 43.000 meer dan in 2016. Zorgverleners houden van hun werk. Desondanks stromen veel mensen in de verpleging en verzorging gedesillusioneerd uit. Elk jaar verdwijnen 80.000 verpleegkundigen en verzorgenden uit de zorg, slechts 2- tot 4 procent daarvan richting pensioen; 35 procent ziet zichzelf over vijf jaar niet meer in de zorg werken. Alle beroepsgroepen in de zorg mopperen over werkdruk, management, formuliertjes en paarse krokodillen. Vorig jaar vertrokken elke maand 1.100 verpleegkundigen of verzorgenden uit hun vaste betrekking en werden zzp’er.

Ik vind het te makkelijk om ‘bezuinigingen’ de schuld van het personeelstekort te geven. Met 100 miljard per jaar voor de totale zorgsector moet je de zorg zo kunnen organiseren dat patiënten geholpen worden én hulpverleners niet opbranden en de pijp aan Maarten geven. Werkgevers- en werknemersorganisaties gaven vorige week in een hoorzitting aan Tweede Kamerleden uitleg over knelpunten en oplossingen. Columbus’ ei had niemand. Hogere lonen, minder bureaucratie, meer vertrouwen in elkaars professionaliteit, minder zzp’ers, het klonk af en toe een beetje wanhopig. Hogere salarissen helpen wellicht voor de instroom en de beperking van de uitstroom, maar ruwweg 70 procent van de kosten in de zorg zijn loonkosten; over de hele linie 3,5 procent loon erbij gaat bij de huidige te krappe personeelsbezetting dus elk jaar 2,5 miljard extra kosten. Teruggeven van autonomie is minstens zo belangrijk voor het behoud van mensen die al in de zorg werken. Dromen over werk in de zorg wordt ook aantrekkelijker als zorg door politici niet alleen als kostenpost en schadelast wordt gezien waar af en toe in geknepen kan worden, maar als maatschappelijk relevante bedrijfstak, die gebaat is bij langjarige stabiliteit.

Ik hoop dat er intussen kinderen en pubers blijven dromen over werken als zuster of dokter, want de zorg is echt leuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden