De katholieke kerk was dol op menselijke machines

Robots zijn hot, maar de drang om een werkend evenbeeld van de mens te maken bestaat al honderden jaren. Proefstukken stammen van ruim voor de Verlichting, zo toont een expositie in het Londense Science Museum.

Patrick van IJzendoorn
Een Italiaans 'kereltje' uit 1582, expositie Londen Beeld Getty Images
Een Italiaans 'kereltje' uit 1582, expositie LondenBeeld Getty Images

Koning Filips van Spanje had een robot. Het was een monnik die biddend en zichzelf op de borst kloppend over tafel kon lopen. Tevens kon hij een kruis optillen. De speelgoedmonnik was niet uniek in de 16de eeuw. De katholieke kerk was dol op menselijke machines die Bijbelverhalen aanschouwelijk konden maken, compleet met Jezusfiguren die hangend aan het kruis hun hoofd lieten zakken en bloeden, terwijl de Heilige Maagd en andere vertrouwelingen rouwend naar hem reikten. Brullende en schreeuwende duivels waren eveneens in de aanbieding.

Het Vaticaan als geboorteplek van een 'prehistorische' robot, als geboorteplek van het streven om een mens na te maken. Wie had dat gedacht? De koninklijke monnik is het oudste object bij een grote tentoonstelling in het Londense Science Museum over de geschiedenis van de robot, die begon toen het vermogen om uurwerken te maken werd gekoppeld aan de kennis over anatomie. Iets verderop staat een 250 jaar oude zilveren zwaan, die met zijn koninklijke nek uit stromend water visjes kon oppikken. Ook de eerste schaakautomaat, de mechanische Turk, ontbreekt niet.

De monnik, de zwaan en de Turk stammen uit het tijdperk waarin de drang om de mens na te maken voortkwam uit een vaak door religie beïnvloede verwondering over de wereld. Voor de kerk waren de monnik en soortgelijke voorwerpen een manier om indruk te maken op de gelovigen.

'Verwonderen' is het eerste van de vijf stadia waaruit de tentoonstelling bestaat. Het daarop volgende stadium, 'Gehoorzamen', gaat over de industriële revolutie, toen machines het werk van mensen gingen verrichten met als neveneffect dat arbeiders zichzelf robots gingen voelen.

Robots
Science Museum, Londen
Tot 3 september

Die haat-liefdeverhouding is een rode draad op de expositie. In films, het 'Dromen'-stadium, worden ze daarom afwisselend afgebeeld als vriend en vijand. Het laatste deel van de expositie ('Bouwen' en 'Je voorstellen') begint met een soort showroom van de laboratoria waar de nieuwe modellen zijn ontstaan, van Pepper die emoties kan lezen, RoboThespian die spontaan Singin' in the Rain zingt tot Yumi, die papieren vliegtuigjes maakt (maar niet erg ver gooit). Er komen praktische vragen aan bod: zou een robot inkomstenbelasting moeten betalen? Zal hun opmars leiden tot werkloosheid? En is er behoefte aan robotrechten?

Voor wie een 'Brave New World' vreest eindigt de expositie, waarin honderd robots te zien zijn, hoopvol. In de laatste zaal probeert de aandoenlijke iCub ervaringsgewijs het onderscheid te maken tussen een doosje en een nietmachine. Vijfhonderd jaar na de speelgoedmonnik van Filips II is de feilbare mens - schepping Gods of niet - nog altijd superieur.

De Britse Inkha uit 2002 Beeld Getty Images
De Britse Inkha uit 2002Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden