Medische doorbraaktuberculose

De jacht op tbc was logistiek ‘onvoorstelbaar complex’, maar het lukte

Houd moed. In het verleden wisten wetenschappers gigantische gezondheidscrises te bezweren. Deze week: tuberculose.

Beeld Olivier Heiligers

Wat was het probleem?

Toen in 2017 in het Gelderse dorpje Vaassen de besmettelijke ziekte tuberculose opdook, mocht het van de lokale GGD niet eens een uitbraak heten. Dat was te veel eer voor een handvol besmettingen. Wie een digitale kaart van Nederland pakt en door de tijd spoelt, ziet dat tuberculose om het jaar hoogstens als piepklein stipje opduikt. Plop: vorig jaar in Hengelo. Iets verder terug: Vaassen. En stipjes in Zaandam en Harlingen. En daar blijft het bij.

Dat was wel anders rond het jaar 1900. Toen lag tuberculose praktisch overal op de loer. ‘Bijna iedereen van dertig jaar en ouder droeg de bacterie bij zich, ontdekten artsen in de jaren dertig’, zegt medisch historicus Timo Bolt van het Erasmus MC. Wie met de bacterie rondliep, kreeg meestal geen problemen. Maar zodra het afweersysteem een tik kreeg, wat vaak armere mensen overkwam, ontwikkelden mensen open tuberculose. Ze werden dan doodziek én konden al hoestend anderen besmetten. Op die manier bezweken elk jaar zo’n tienduizend Nederlanders aan een bacterie die ze onvermijdelijk eerder in hun leven hadden opgelopen. Een werkzame behandeling bestond ook nog niet; mensen moesten in alle rust uitzieken in sanatoria.

Het keerpunt

Het bewijs voor besmettelijkheid stapelde zich fors op in de jaren tien en twintig, naarmate onderzoekers de tbc-bacterie steeds beter leerden kennen. Op zichzelf loste die ontdekking niets op, zegt Bolt. ‘Het omslagpunt in de tbc-bestrijding kwam niet door de afzonderlijke medische doorbraken waar je vaak over hoort. Niet de antibiotica tegen tbc waren doorslaggevend, en ook niet het vaccin, want dat werkte niet perfect.’

Nee, de omslag lag volgens Bolt aan iets anders: actief beleid om te voorkomen dat mensen elkaar nog konden besmetten. Een soort tbc-taskforce. De GGD’s, consultatiebureaus en schoolartsen werkten daartoe scherp samen en vanaf de jaren vijftig opende de overheid écht de jacht op tbc-gevallen om ze vervolgens direct te isoleren. ‘Logistiek gezien was dat een onvoorstelbaar complexe operatie, zeker voor die tijd. Van de hele bevolking moesten longfoto’s worden gemaakt om tbc op te sporen; daar komt het begrip ‘doorlichten’ trouwens ook vandaan.’

Was een patiënt eenmaal gevonden, dan volgde isolatie en een forse antibioticakuur. ‘In de jaren zestig ging dat al zo goed, dat de overheid het beleid wilde versoepelen. Maar tuberculosebestrijders waarschuwden toen: niet nu al verslappen. Nog even doorgaan tot het echt weg is.’

Hoe staat het er nu voor?

Inmiddels is dat in Nederland wel gelukt. Het opsporingssysteem staat nog altijd klaar. Duikt er een tbc-besmetting op, meestal doordat iemand naar een gebied is gereisd waar de bacil nog voorkomt, dan komt de GGD in actie. Ze trekken alle recente contacten van de tbc-patiënt na en testen die. Omdat de behandeling, een antibioticakuur, een half jaar duurt en zwaar is vanwege vervelende bijwerkingen, controleert de GGD met huisbezoek of de patiënt zich eraan houdt. Anders raakt de bacterie resistent – en onbehandelbaar.

Onbehandelbare tbc-bacteriën trekken rond in onder meer India en Zuid-Amerika. De Verenigde Naties hebben een actieplan opgesteld, maar of dat de grofweg miljoen tbc-doden per jaar gaat beteugelen, moet nog blijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden