De illusie van bereikbaarheid

ALLEEN als een roman gelezen kan het leven van de negentiende-eeuwse Engelse schrijfster George Eliot geloofwaardig zijn. Voorbeeldig ook, in elk geval representatief voor een tijdperk en een cultuur....

Die opvattingen leiden tot een zeer grote tolerantie, tot begrip, waartoe ook de zeer scherpe analyses van haar personages bijdroegen. 'Mijn artistieke instelling is in genen dele gericht op de presentatie van eminent onberispelijke mensen, maar op die van 'gemengde' menselijke wezens en dat zo dat zij een tolerant oordeel oproepen, medelijden en sympathie', schreef zij eens aan haar uitgever. De 'gemengde' is de normale en daarin waarschijnlijk voorbeeldige mens; de uiterst onberispelijke of deugdzame lijkt, in deze redenering, niet te bestaan; voorbeeldig is hij in elk geval niet. De schrijfster was zeer humaan, en niet alleen de twijfel, maar juist haar ontdekking van het humane in andere kringen dan zij was opgegroeid, moet haar zich doen hebben afkeren van het christendom, dat zij tot aan haar drieëntwintigste met puriteinse rechtlijnigheid beleed, niet zonder dweperigheid ook. Religieus had zij een neiging tot sectarisme, tot afkeer van de officiële staatskerk. Zij stond daarin niet alleen; dissidente geneenschappen bloeiden in het Victoriaanse Engeland. Voor het landelijke middenklassemilieu waaruit zij kwam, werd zij een dissident, toen ze in Londen ging wonen en werken voor de uitgever John Chapman, met wie zij al vrij snel een relatie had. Haar grote verstand en haar scherpzinnigheid waren al ontdekt en, voor een vrouw, ongewoon bevonden. Haar geest fascineerde bijna iedereen onmiddellijk. En soms lijkt het erop, dat zij haar intellectuele erkenning meteen als een erotische uitnodiging verstond.

Zij beweegt zich in milieus die buiten de lijst van de Victoriaanse tijd stonden, in denken en leven. Zij gaat boekbesprekingen schrijven, voorlopig niet van literaire werken; al eerder had zij, een enorme prestatie, David Friedrich Strauss' de orthodoxie schokkende werk Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet vertaald. De vertaling verschijnt anoniem. De beste aanvallers zijn altijd de vroegere verdedigers: haar scherpe aanvallen op het officiële christendom werden door haar grote kennis van de door haar eens beleden orthodoxie mogelijk.

Zij was, kan men zeggen, al een begrip voor haar naam bekend was. Zij lijkt zich te ontwikkelen tot journaliste, essayiste en dat vooral over wetenschappelijke, theologische en filosofische onderwerpen. Haar grote eruditie maakte haar het oordelen over zeer verschillende zaken mogelijk. Maar ook in die veelzijdigheid was ze representatief voor haar tijd, zij het meer voor de mannelijke dan de vrouwelijke wereld daarvan. Door Chapman leerde zij de evolutiefilosoof Herbert Spencer kennen; haar gevoelens voor hem werden niet beantwoord. Hetzelfde patroon van bewondering opgevat als invitatie wordt zichtbaar.

Vanaf 1854 - zij is dan vierendertig - gaat zij samenleven met de zeer veelzijdige publicist G. H. Lewes. Hij is gehuwd en kan niet scheiden, hoe vrij zijn huwelijk ook was. Opnieuw is zij een dissident: het ongehuwd samenleven wekt schandaal. En dat, zoals het in de oude stijl van de heersende moraal hoorde, meer voor de vrouw dan voor de man. Zijn publicistische werk lijkt er niet onder te lijden. Wanneer zij in 1857 in een tijdschrift haar eerste fictie publiceert, kiest zij voor het pseudoniem George Eliot, waarvan het geheim bijna angstig bewaakt wordt, zodat er al snel vele speculaties over de identiteit van de auteur ontstaan.

DE geschiedenis van Eliots leven laat zich aflezen uit de vele namen die zij heeft gehad. Mary Ann Evans was haar werkelijke naam. De voornaam zal zij later 'moderniseren' tot Marian. Haar schrijfnaam wordt George Eliot - de voornaam kwam van Lewes, de achternaam werd willekeurig gekozen: hij liep gemakkelijk. Na de dood van Lewes zal zij, om juridische redenen, diens achternaam aannemen. En zij zal zeven maanden voor haar dood weer een nieuwe naam krijgen: zij huwt met een zekere John Walter Cross.

Uit bewonderende verering voor Lewes koos zij de voornaam George. Toen zij hem ontmoette, had hij al zeer veel geschreven; in 1854 werkte hij aan een biografie van Goethe. Samen deden ze daarvoor onderzoek in Duitsland, waarmee ze ook al het geroddel in Engeland ontliepen. (Hun vele reizen, vooral naar Duitsland en Italië, vonden vaak aanleiding in al of niet te verwachten moeilijkheden thuis. Als er bijvoorbeeld een boek was gepubliceerd vertrokken ze, de recensies aan Engeland latend.) Zij is Lewes altijd blijven bewonderen; ze waren geestelijk zeer nauw verwant; ze leidden samen een zeer intellectueel leven met een strenge dagindeling van lezen, studeren, schrijven en wandelen. Zo nauw was de geestelijke band, dat zij na Lewes' dood diens laatste filosofische werk kon voltooien. Zij beschouwde hem als haar leidsman. En haar grootheid heeft gewild, dat hij nu alleen nog als de grote stimulator en bewonderaar van het werk van George Eliot bekend is. De heer is de dienaar geworden.

Hij heeft haar aangemoedigd fictie te gaan schrijven, hij ging als haar literaire agent optreden, hij was ontegenzeggelijk de grootste bewonderaar van haar romanwerk. De keuze van zijn voornaam in de schrijversnaam kan symbolisch voor zijn aandeel in haar werk worden gezien. In hun verhouding treft misschien dit het meest: de zeer onafhankelijke geest die zij was, was in heel veel opzichten afhankelijk van hem. Na zijn dood zal zij geen eigen werk meer schrijven, alleen het zijne voltooien! Zonder zijn aanmoediging zou zij waarschijnlijk veel minder hebben geschreven. De zelfverzekerde geest was zeer onzeker. De wat kritische recensies werden door hem voor haar achtergehouden. (Hoe dat kan, is mij een raadsel). Zij vertrouwde nooit de lof, maar als veel schrijvers, alleen de blaam. Behalve wellicht in Eliots ogen, kwam Lewes steeds meer in haar schaduw te staan. Van leider werd hij begeleider. Zij had met haar debuut, Scenes of clerical life meteen succes, literair en financieel. De twee zullen van haar werk min of meer vermogend worden met, tenslotte, een schitterend stadshuis en een fraai buitenhuis. De bewaard gebleven overzichten van hun verdiensten laten zien, dat hij met zijn werk aanzienlijk minder verdiende dan zij. De roem van haar werk bracht de grootsten in hun kennissenkring. Zij werd, na de dood van Thackerey en Dickens (die haar werk zeer bewonderde en achter het pseudoniem vrijwel meteen een vrouw vermoedde), de grootste romanschrijver van Engeland, terwijl Trollope (ook een groot bewonderaar van haar werk) nog leefde! Het beeld is natuurlijk vertekend, maar zij lijkt voor mannen te hebben geschreven. Het moet de combinatie van rationaliteit (die zich onder meer uitte in de schitterend doorgevoerde constructies van haar romans, Middlemarch vooral, en even diepgaande als gevoelige mensen- en vooral vrouwenkennis zijn geweest die de bewondering wekten. Maar ik vermoed dat ook het humane karakter van de romans ermee te maken had. De lezers voelden zich zo niet vergeven dan toch begrepen in de grote figuren uit haar werk, waarin zoveel van de eigen tijd of het recente verleden herkenbaar was en de leer soms aan het leven werd toegevoegd.

HET blijft overigens raadselachtig, dat George Eliot zo kort na de dood van de zo intens bewonderde en geliefde Lewes hertrouwde. Cross was twintig jaar jonger dan zij. En zo kwam zij opnieuw in opspraak, haar laatste dissidente daad. Hij was bankier en men krijgt, als men slecht wil, de indruk dat haar werk zijn enige lectuur was geweest. Hij aanbad haar. En dat zo devotioneel, vermoedt men, dat hij op de huwelijksreis in Venetië wel uit het hotelraam moest springen, want de geest verdraagt niet altijd het lichaam. Daar ging hij het Canal Grande in, een zeer komisch slot van een roman. De tijd was te kort om ongeluk een kans te geven, zij stierf na zeven maanden. En hier wordt zelfs de roman ongeloofwaardig. Cross zal haar biografie schrijven, zo bewonderend, dat het effect voor het werk desastreus was: het daalde in de aandacht van het lezend publiek. Kritische geesten, en niet de geringsten, hebben altijd haar werk begeleid. F. R. Leavis, die haar opnam in de selectie van zijn The great tradition, veroorzaakte of bevestigde een hernieuwde aandacht voor haar werk. En die is nog altijd zeer groot.

George Eliot begon vrij laat met het schrijven van fictie. Alle voorgaande jaren waren besteed aan studie, vertalen van wetenschappelijk werk en het schrijven van kritieken. Een zelfstandige waarde hebben die essays en kritieken niet meer. Ze worden gelezen in het zicht van het latere romanwerk. Zo zoekt en/of vindt men in sommige kritieken van literair werk de literatuuropvattingen die zij later in eigen werk zal verwezenlijken. Het is haast onvermijdelijk, al die studieuze jaren als voorbereiding op de fictie te zien. De zekerheid waarmee zij debuteert is veelzeggend. (Er is hier een vergelijking mogelijk met de ook laat als romancier debuterende Vestdijk). Zij heeft betrekkelijk weinig geschreven, maar inzinkingen kent haar werk nauwelijks. Hoe zij, toch vrij plotseling, tot het schrijven van fictie kwam, blijft raadselachtig, zoals misschien alle creativiteit dat is. De keuze van een pseudoniem zou ook wel eens met een keuze voor een heel andere wijze van schrijven te maken kunnen hebben. George Eliot en dat maakt haar even boeiend als geheimzinnig - heeft veel gedaanten gekend. En die vele gedaanten laten zich moeilijk met elkaar verzoenen. Er zijn niet zo veel portretten van haar overgeleverd, maar zij lijkt zelden op zichzelf. De neus van Dante, de mond van Savonarola, de geest van Plato zeiden haar dwepende bewonderaars. 'Zij is schitterend lelijk', zei Henry James. Kortom: het was haar geest die haar gezicht gestalte gaf. Maar die geest was veelvormig, zodat het gezicht wisselde. (Lewes was uitgesproken lelijk, eenzijdig lelijk ook).

Het ontroerende aan haar verhouding met Cross is het begin ervan: hij wil Dante lezen en zij (ze kende uitstekend Italiaans) hielp hem daarbij. Er ontstaat een omgekeerde Heloïse-Abelard-verhouding. De vergelijking is van George Eliots jongste biograaf, Rosemary Ashton. Zij bleef met Geroge Eliot, a life in de familie. Eerder publiceerde zij een biografie van G. H. Lewes. Ik ken die niet. Maar men krijgt de indruk dat de auteur die als bekend veronderstelt, want Lewes en zijn familie krijgen in de nieuwe biografie wel veel aandacht, maar een scherp portret van Eliots levensagent krijgt men niet. (Zoals men waarschijnlijk in Lewes' biografie een niet zo diepgaand beeld van Eliot krijgt). Lewes is in te veel opzichten een schaduwgestalte: hij is in de biografie al wat hij later in de geschiedenis zal worden.

D E auteur is natuurlijk afhankelijk - zij geeft dat ook echt nederig toe - van het werk van G. S. Haight. Hij gaf de volledige correspondentie uit en schreef vervolgens een biografie. Er is aan brieven en documenten niet zo verschrikkelijk veel meer bij gevonden. De feiten hebben zich niet of nauwelijks gewijzigd. Toch geeft Ashton niet veel meer dan de feiten. Zij schreef een zuiver historische biografie. Daarin lijkt alles te staan. Maar een beeld van Eliot krijgt men niet. Er is geen centrale visie in de biografie aan te wijzen, of men moet Eliots eigen opvattingen over de vorming door omstandigheden, omgeving en menselijke verhoudingen als zodanig zien. Maar dat is te algemeen om een leven te verbijzonderen. En dat behoeft een individueel leven nu eenmaal.

De gedachte dat alleen een roman dit leven recht kan doen, kwam bij mij op toen ik het ontbreken van elke geheimzinnigheid in deze biografie vaststelde. De persoon George Eliot is veel vreemder en boeiender, mysterieuzer ook, dan de som van vele ongewone feiten te verstaan kan geven. Men krijgt een goed beeld van de geschiedenis van haar leven, van de verschillende milieus, van de tijd, en de hoofdfiguur past daarin, maar toch ook weer helemaal niet. En dat laatste wordt te weinig te vermoeden gegeven. Waardoor de lezer geen kans krijgt tot een rijkdom van vermoedens over deze uitzonderlijke vrouw te komen.

De biografie heeft iets routineus. Goed, zoals veel Engelse biografieën, maar niet uitzonderlijk. Maar juist dat routineuze of de schijn daarvan veroorzaakt een zekere verveling, een heel lichte afkeer van de biografie ook. Natuurlijk doet zij het werk alle recht (zij schreef eerder een uitstekende inleiding bij een uitgave van Middlemarch in de Penguin Classics. Zij kent het werk door en door, trekt voorzichtig lijnen van leven naar personages en ideeën. Maar het geheel blijft een feitelijk verslag, dat buiten de grote greep, die beeldvormend werkt en waarschijnlijk veel feiten weglaat, is gebleven. Helaas. Ik zou graag een poging tot doorgronding van George Eliot hebben gelezen. Een poging. Want een mens blijft per se onbereikbaar. Alleen een roman geeft de illusie van bereikbaarheid. Of net niet. Maar dat is heel veel. De schrijfster wist het zelf: 'To reconstruct a past world, doubtless with a view to the highest purposes of truth - what a work to be in anyway present at, to assist in, though only as a lamp-holder.'

Rosemary Ashton, George Eliot, A life, Hamish Hamilton, Londen, *79,-

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden