De huiver bij de eerste snee

'Om dokter te worden', schrijft auteur en huisarts Ignace Schretlen, 'is het voldoende om in een witte jas met tenminste een stethoscoop net iets sneller dan het verplegend personeel door het ziekenhuis te lopen, waarbij je mensen nauwelijks of niet aankijkt.'..

In feite is het zelfs al genoeg om je in te schrijven als studentmedicijnen. Voor vrienden, familie en halve kennissen ben je daarmeeogenblikkelijk een medische vraagbaak, bekleed met een onverdiend gezag.Zoals Schretlen in zijn essay schrijft: 'De lichtzinnigheid waarmee menseniemand die mogelijk ooit arts zou kunnen worden onmiddellijk in vertrouwennemen, is verbijsterend (. . .). Maar wanneer jou steeds een blindvertrouwen wordt geschonken, ga je na een tijdje vanzelf denken dat je hetook waard bent. Dat went opvallend snel.'

Dokter worden begint, in zijn woorden, met een rol die je door debuitenwereld wordt aangemeten. Deze rol leer je steeds beter vertolken, totje er uiteindelijk mee samenvalt. Of tot je er de brui aan geeft en besluitje ervaringen als beginnend arts liever om te zetten in literatuur, zoalsSimon Vestdijk dat deed in zijn Anton Wachter-romans.

In de bundel Dokter worden, waarin het essay van Schretler is opgenomen,gaat het behalve om het proces van dokter worden vooral om de weergavedaarvan in romans en verhalen. Het boek is het jongste deel in een doorhet VU medisch centrum Amsterdam geïnitieerde serie over de bijzondererelatie tussen literatuur en geneeskunde.

Hoewel talloze artsen schrijver zijn geworden (in Nederland onderanderen Jan Pieter Heije, Arnold Aletrino, Frederik van Eeden, J.Slauerhoff, Willem Brakman, Ivan Wolffers en Toon Tellegen), vaak naast hunwerk als arts, zijn er maar weinig die over de opleiding tot arts hebbengeschreven.

De samenstellers van de bundel hebben dan ook behoorlijk moetensprokkelen om hun bundel vol te krijgen. Ze verzamelden autobiografischeaantekeningen van onder anderen Arthur Schnitzler, W. Somerset Maugham enMichael Crichton ( bedenker van de tv-serie ER), de herinneringen van tweeartsen die een column hebben in een medisch tijdschrift, en essays overde paar schrijvers die hun opleidingservaringen wel tot een romanomwerkten: behalve Vestdijk onder anderen de Franse huisarts MartinWinckler en de Amerikaanse psychiater Samuel Shem.

Ondanks dit gesprokkel is Dokter worden toch een opmerkelijk samenhangend boek. Dat heeft alles te maken met het feit dat de opleidingtot arts al sinds jaar en dag gekenmerkt wordt door een aantal constantendie in veel gevallen aan initiatieriten doen denken.

De lijst van hobbels op het pad van de aanstormende arts - die metwisselende nadruk en kleuring in alle verhalen terugkomen - wordtaangevoerd door het educatief aan flarden snijden van een lijk. De huiver,de voorzichtige, veel te ondiepe eerste snee en het besef dat er een mensop tafel ligt, moeten plaatsmaken voor afstandelijkheid, geholpen door vaakharde grappen, en voor gewenning, wil het karwei van de totale ontledinggeklaard kunnen worden.

Een tweede obstakel is de onvermijdelijke confrontatie met de naaktelichamen van wildvreemden die betast, beluisterd, geprikt en inwendigonderzocht moeten worden. Een confrontatie die voor veel studenten komt opeen moment dat zij net hun eigen seksualiteit aan het ontdekken zijn. Eneen derde hobbel is de onttakeling van al te hoog gestemde idealen. Wie aanzijn co-schappen begint in de verwachting dat het medisch bedrijf eenaaneenschakeling is van gerechtvaardigde en vruchtbare interventies,struikelt al snel over de veel cynischer praktijk.

Aan dit cynisme wijdde Samuel Shem - in de bundel aanwezig met eeneigen essay zowel als in de essays van anderen - in de jaren zeventigzijn bestseller The House of God. Het door hem geïntroduceerde woord gomerwerd een begrip voor studenten medicijnen. Gomer stond voor: Get Out Of MyEmergency Room en was de aanduiding van oude, zieke mensen, waar weinigmeer aan te behandelen viel maar die wel voortdurend om aandacht vroegen.Oude patiënten die door sommige artsen zo snel mogelijk de deur werdenuitgewerkt en door andere artsen tot de laatste snik door de diagnostischemolen werden gehaald en van de behandelingen complicaties kregen die weerom nieuwe diagnoses en behandelingen vroegen.

'Allereerst, maak het niet erger', krijgen artsen als opdracht mee.Maar waar ligt de grens tussen handelen en niet handelen? Hoe belangrijkzijn geldgebrek en tijdsdruk bij het nemen van beslissingen? Wat is hetjuiste evenwicht tussen betrokkenheid en objectiviteit?

Dokter worden geeft geen antwoorden op vragen als deze, maar laat zienhoe ze voor iedere nieuwe generatie opnieuw actueel zijn. Het is leerzaammateriaal voor studenten medicijnen en onderhoudende lectuur voor hunpotentiële patiënten. Deze laatsten kunnen alleen maar hopen dat demotivatie van hun toekomstige artsen wat krachtiger is dan die vanVestdijks alter ego Anton Wachter: 'De studie is om te beginnen prachtig - of prachtig - maar het leven in de gasthuizen. . , ik bedoel. . .Misschien niet wat de patiënten betreft.'

Waarschijnlijk is het zowel voor de literatuur als voor de artsenij eenzegen geweest dat Vestdijk uiteindelijk voor het eerste gekozen heeft.

Ranne Hovius

Arko Oderwald, Koos Neuvel, Cees Hertogh, Willem van Tilburg (red.): Dokter wordenDe Tijdstroom215 pagina's 20,-ISBN 90 5898 086 3DeTijdstroom215 pagina's 20,-ISBN 90 5898 086 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden