ReportageVogels

De grutto was dit jaar eerder dan ooit in zijn toevluchtsoord bij Amsterdam

Tussen de snelwegen bij Amsterdam ligt het Landje van Geijsel, een aantrekkelijk gebied voor weidevogels dat een veeboer creëerde. Werkt dat goed? De grutto, voorbode van de lente, was er dit jaar eerder dan ooit.

Het Landje van Geijsel, een bekende pleisterplaats voor weidevogels op trek naar noordelijker gelegen broedplaatsen.Beeld Renate Beense

De winter hebben we overgeslagen, maar wanneer is het lente? Die is allang begonnen. Op 28 januari, om precies te zijn – ver vóór de ‘officiële’ datum dus – op het Landje van Geijsel, een stukje boerenland van 7,5 hectare onder de rook van Amsterdam, ingeklemd tussen de A2 en de A9. Daar, op die postzegel, streken toen de eerste grutto’s neer. Het Landje is een bekende pleisterplaats voor weidevogels op trek naar noordelijker gelegen broedplaatsen.

Het Landje is voor vogelliefhebbers elk begin van het jaar een vertrouwde plek om de winter uit te zwaaien. Grutto’s, die ranke steltlopers met hun roodbruine gloed, lange snavel en de kenmerkende roep waaraan de vogel zijn naam ontleent, zijn voor hen de lentebodes. Op 28 januari zaten ineens vier exemplaren op het Landje. De dag erna zeven, daarna liepen de aantallen gestaag op tot meer dan drieduizend getelde exemplaren begin maart. Lente, zo weet dan elke vogelliefhebber. Eenmaal, in 2013, was in de gebruikelijke piek van halverwege maart sprake van wel 5.200 exemplaren.

Jos Vrolijk bij het Landje van Geijsel.Beeld Renate Beense

Ze zijn echt vroeger dan ooit, beaamt vogelaar Jos Vrolijk staande bij het Landje. Hij voert er namens Sovon, instituut voor vogelonderzoek in Nederland, elk voorjaar slaap- en broedplaatstellingen uit. ‘Er zijn jaren dat de eerste vogels zich pas half februari vertonen. Nu bijna een maand eerder, vermoedelijk door het uitblijven van de winter.’

Beeld Renate Beense

De wulp is er ook elk jaar vroeg bij, maar grofweg kun je zeggen dat de komst van de grutto, die oer-Hollandse weidevogel, in januari/februari de ‘officiële’ voorbode is van het voorjaar. Het kan nog sneeuwen; het kan vriezen, het kan dooien, maar desondanks: alles begint weer opnieuw.

We bezoeken het gebiedje op een zonnige vrijdagmorgen begin februari. Natuur lijkt hier een betrekkelijk begrip. Aan de horizon prijken de Amsterdam Arena en de Ziggo Dome; iets meer naar rechts het Amsterdam UMC-ziekenhuis. Er trekken vliegtuigen over, van en naar Schiphol. Constant ruist er het autoverkeer van de snelwegen. De vogels lijkt dat niet te deren. Zij vallen voor het aantrekkelijke landje dat de oude veeboer Jan Geijsel hier in 1999 in Oudekerk aan de Amstel creëerde.

Informatiebord bij het Landje van Geijsel.Beeld Renate Beense

Teller Jos Vrolijk wijst vooruit, en verrek: ruim dertig grutto’s staan met de snavel in de wind aan een plasje. ‘Dit zijn vandaag de eerste’, zegt Vrolijk. ‘Dagelijks komen groepjes in de namiddag aangevlogen en strijken neer op deze slaapplaats. Mooi is dat.’ De avond ervoor zag hij zo’n tweehonderd wulpen binnenvliegen, een net zo gevoelige weidevogel als de grutto.

Eén grutto maakt nog geen lente. Na de eerste meldingen loopt de aanwas gestaag op. Begin maart, sms van slaapplaatsteller Vrolijk vanaf het Landje van Geijsel: ‘Loopt lekker vol nu. Gisteren en vanmorgen resp 2.500 en 3.100 grutto’s geteld’. Gemiddeld genomen verblijft zo’n 10 procent van de Nederlandse grutto’s op het Landje.

Jos Vrolijk bij het Landje van Geijsel.Beeld Renate Beense

De eerste grutto’s zijn vaak doortrekkers: op hun route vanuit Afrika of Zuid-Europa naar Scandinavië kennen ze vaste tussenstations. Die route zit vol hindernissen. Tot voor kort belaagden Franse jagers ‘onze’ grutto, maar die gewoonte is voorlopig aan banden gelegd. Wel verjagen boeren in Afrika de vogels, omdat ze zich voeden met de in de winter net ingezaaide rijst.

Noordelijker, nabij de Portugese hoofdstad Lissabon, is het Taag Estuarium een pleisterplaats voor grutto’s, lepelaars en flamingo’s. Uitgerekend dat beschermde Natura2000-gebied heeft de Portugese regering op het oog om een nieuw vliegveld aan te leggen. Europese vogelbeschermingsorganisaties hebben protest aangetekend, maar enig resultaat is nog onbekend.

Des te groter de waarde van initiatieven als het Landje van Geijsel, sinds begin deze eeuw een vaste rust- en fourageplaats voor de grutto, elk jaar weer. Er zijn volgens Vogelbescherming Nederland nog een paar bekende pleisterplaatsen: Noordwaard bij de Bieschbosch, Buitenvaart Noord in het Eemland en de Westhoffplas bij Haarlem.

Jos Vrolijk bij het Landje van Geijsel.Beeld Renate Beense

Daar strijken de vogels neer, om er een paar weken te rusten en bij te eten, om daarna de tocht noordwaarts te vervolgen naar hun broedplaatsen. De eerste exemplaren zijn vaak IJslandse grutto’s. Die zijn een fractie anders gekleed dan de ‘Nederlandse’ grutto, al ziet de leek het verschil nauwelijks.

Een beetje valsspelen is het wel. Op andere plekken in het land werden zelfs eerder grutto’s gemeld. Eén. Of twee. Soms alleen ‘overvliegend’. Maar dit kleine stukje boerenland blijft een vaste pleisterplaats op de zogeheten ‘fly-driveroute’ van een aantal gezichtsbepalende trek- en weidevogels.

In de jaren negentig zag de melkveehouder Jan Geijsel (80) dat zijn vier kinderen zijn bedrijf niet zouden voortzetten. De regio was in het kader van de toenmalige Ecologische hoofdstructuur (EHS) al bestemd als natuur. Er verrezen ‘agrarische natuurverenigingen’, de boer kon subsidie krijgen voor de omschakeling. Dat deed Geijsel. Hij verkocht zijn melkvee, hield voor de liefhebberij wat limousinrunderen over en maakte van zijn polder ‘plasdrasgebied’. Een vogelparadijs werd geboren.

Jos Vrolijk bij het Landje van GeijselBeeld Renate Beense

Zo maakbaar kan de natuur zijn: om de beknelde grutto’s en andere weidevogels te helpen, zette hij van begin januari tot mei een sluis open. Het waterpeil steeg tot zo’n 20 centimeter boven het veld. Door kuiltjes en hoogteverschillen bleven er droge plekken genoeg. Zo ontstaat plasdrasgebied – minder efficiënt voor de reguliere harde landbouw, maar ideaal als rust-, slaap- en broedplek voor weidevogels. Regenwormen en insecten wisten het land weer te vinden, precies wat weidevogels nodig hebben en waaraan het ze steeds meer ontbreekt op reguliere landbouwgrond. Door het omliggende water is het landje nauwelijks bereikbaar voor vossen, geduchte vijanden van weidevogels, hun eieren en jongen.

Het Landje van Geijsel is in dit verband ‘een mooie casus om te laten zien hoe plasdras een functie heeft in de bescherming van weidevogels’, zegt Jos Vrolijk. Dat blijkt: het wemelt er van de vogels. Pijlstaart, krakeend, bergeend, smient, wintertaling, zomertaling, slobeend. De tureluur broedt er, net als de kievit. Een paar maal de zeldzame steltkluut. Niet gezien, wel gehoord: het porseleinhoen. Een keer een hop. In totaal zijn er volgens Vrolijk 180 soorten gezien. Op incidentele soorten en bijzonderheden moet je een gebied niet afrekenen, zegt Vrolijk. ‘Maar het zegt wel iets over de aantrekkingskracht van dat gebiedje.’

Beeld Renate Beense

Het belang van het gebiedje is niet te onderschatten: het heeft voor weidevogels een uitstraling naar de gehele regio. In die regio, Amstelland, zijn veel boeren lid van het Agrarisch Collectief en spannen zich met succes in voor de weidevogels. Vanuit het oogpunt van vogelbescherming is dat nodig ook, want de gruttopopulatie vergrijst. Een berichtje van Sovon en de Rijksuniversiteit Groningen uit november 2019: ‘Weer duizenden jonge grutto’s te weinig’. De negenduizend grutto’s die vorig jaar geboren werden, zijn er zo’n vierduizend te weinig om de sterfte van oude grutto’s aan te vullen. Weliswaar werden vooral in Friesland veel (5.400) jongen geboren, maar dat was vermoedelijk een incidenteel gevolg van een hoge muizenstand, waardoor vijanden als vos en steenmarter zich minder op eieren en jongen van de grutto hoefden te storten.

Jos Vrolijk bij het Landje van Geijsel.Beeld Renate Beense

Waar de grutto het in heel Nederland moeilijk heeft, boekt Noord-Holland een bescheiden resultaat: er lijkt de laatste jaren enige stabiliteit in de populatie bereikt en op de zogeheten ‘weidevogelkerngebieden’ (driemaal woordwaarde bij Scrabble) is zelfs sprake van lichte vooruitgang.

Beeld Renate Beense

Laat en gespreid maaien, kruidenrijk grasland en een hoger waterpeil – dat zijn de voorwaarden waarop de natuur valt om te buigen. Dat vraagt wat: goede wil, en inspanning van de boer, de beheerder, desnoods met financiële compensatie voor verminderde inkomsten door bijvoorbeeld later maaien. Maar het kan, dat is duidelijk. Sinds boer Jan Geijsel de omslag naar extensivering maakte, is zijn resterende vee volgens hem veel gezonder. ‘Ik heb sindsdien nooit meer een keizersnede hoeven meemaken’. Intussen geniet hij van de weidevogels om hem heen. Rijdt hij eens door Twente, dan ziet hij alleen eindeloze weides met Engels raaigras, zonder leven. ‘Dan vallen mij de schellen van de ogen.’

GruttoBeeld Getty

Vogel des vaderlands

Binnen de Europese Unie broedt 80 procent van alle grutto’s in Nederland. In 2015 kreeg de grutto de titel ‘Vogel des vaderlands’. Dat was het gevolg van een verkiezing onder lezers van dagblad Trouw, die mochten bepalen welke vogel ‘het meest bij Nederland hoort’. 52 procent van de 4.338 deelnemers kokoos voor de grutto. De kauw werd tweede met 19 procent, de lepelaar derde (12 procent). Sinds de uitverkiezing staat de grutto symbool voor de strijd om het behoud van bedreigde weidevogels en bijbehorend beheer van natuur- en landbouwgebieden. De verkiezing vond plaats naar Brits voorbeeld, waar de roodborst won.

Grutto vliegt achteruit

Het totale aantal broedparen van de grutto wordt geschat op tussen de 31- en 38 duizend. Sinds 1975 verdween de grutto uit 37 procent van zijn broedgebieden. In zuidelijke provincies verdween de vogel geheel, over het gehele land genomen nam de gruttostand sinds 1990 af met ruim 60 procent. De afname komt vooral door verstedelijking en de transitie van oorspronkelijk nat en kruidenrijk grasland naar grond voor intensieve landbouw met een lager waterpeil. Boeren gingen eerder maaien, zaaiden ander gras, waardoor voedsel en nestgelegenheid voor de weidevogels verdween. Tegelijk werden de gebieden toegankelijker voor roofdieren als vos en steenmarter, die in aantal toenamen. Met uitzondering van de redelijk goede broedseizoenen 2013 en 2017 blijft de stand van de grutto jaar na jaar achteruitgaan. Alleen in West-Nederland verloopt de afname van de grutto trager, maar nog altijd met zo’n 35 procent sinds 1990.

Bron: Sovon, Vogelatlas van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden