De GRENS van een en ander

Het is een chaos in het bos. Aan de ene kant van een weggetje staat een Nederlands verkeersbord dat aangeeft dat hier een fietspad begint, aan de andere kant wijst een Vlaamse paddestoel de weg naar het Belgische dorp Zondereigen....

Dit is de grens. Bosschages, weilanden, bruine velden met stoppels maïs aan weerszijden. Los van borden en huizen – wat is het verschil tussen daar en hier? Een zandpad leidt over een beek naar het buitenland, maar het is Brabant voor, Brabant na. Alleen wie een topografische kaart bij zich heeft, kan hier weten waar het ene land eindigt en het andere begint.

De vraag was: wat is Nederland eigenlijk? Het antwoord zoeken we hier, langs de rafelranden van het koninkrijk. Een tocht door Brabant en Limburg, via Gelderland tot aan Groningen, langs de contouren van Nederland, gevormd door oorlogen en rivieren, door toeval en handjeklap. Een proces van eeuwen. Dat, hoewel de Europese eenwording inmiddels vordert, nog altijd niet voorbij is.

Landsgrenzen zijn volgens het woordenboek fictieve geografische scheidslijnen tussen staten. Soms natuurlijke grenzen: een rivier, een waterscheiding. Vaker een kunstmatige scheiding, historisch gegroeid en in het landschap gemarkeerd door borden, hekken, slagbomen en grenspalen.

Grenzen groeien van onderop. Ze beginnen als afscheiding tussen dorpen, woeste gronden vaak die van niemand waren. Later, toen mensen belasting moesten gaan betalen en het van belang werd welke hoeve bij welk dorp hoorde, werd de grens tot op de percelen ingevuld. En hij werd eindeloos verlegd, afhankelijk van welke landsheer met wie trouwde en wie er de naburige stad wist te veroveren. Met de komst van de nationale staat werd de zaak grondig aangepakt. Grenscommissies gingen de grens af, maten de zaak op, sloegen grenspalen de grond in en legden alles vast in een verdrag. Nu de slagbomen weg zijn, zijn alleen de grenspalen over. En dat kan nog heel verwarrend zijn.

Zoals hier in Baarle, met zijn straten waarvan de huisnummers aan de ene kant (Baarle-Nassau) zijn versierd met de Nederlandse, aan de andere kant (Baarle-Hertog) met de Belgische driekleur. Op het kerkplein staat een kopie van grenspaal 214, als monument voor het verdrag van 26 april 1974 waarin werd vastgelegd waar België in Nederland precies ligt (en dat tot 1995 nog meermalen is aangepast): op 22 enclaves, Belgische happen uit Nederland dus, met daarin weer zeven exclaves, Nederlandse happen uit de Belgische.

Het gaat allemaal terug tot een afspraak uit 1198, toen een hertog van Brabant hier veel land cadeau gaf aan de Heer van Breda – waarbij hij nog wel een paar lapjes voor zichzelf hield. Die lapjes – die er zo onoverzichtelijk bij lagen dat Baarle bij de boedelscheiding tussen Nederland en België in 1843 nog maar even werd overgeslagen en er in 1959 het Internationaal Gerechtshof nog aan te pas moest komen – zijn nu Baarle-Hertog geworden. De grens loopt dwars door de winkel van Zeeman heen.

Duidelijk is de grens verder naar het oosten, tussen Maastricht en Roosteren, 43 kilometer noordelijker. De Maas. Hij heet hier Grensmaas, om die reden, een snelle en onbevaarbare grindrivier, de enige van Nederland, die hier al miljoenen jaren stroomt – en het land veel natuurlijker lijkt te hebben vastgelegd dan het Brabantse gesteggel over percelen. Er is een duidelijk grensgebied, een niemandsland van aardappelvelden en suikerbieten, ingeklemd tussen de meanderende rivier en het kaarsrechte Julianakanaal. Vergeten land, met wat hoeven, een Romaans kerkje, kruisbeelden aan boerenschuren en een enkele wielrenner in de laagstaande zon. Verschil met de overkant lijkt er overigens nauwelijks. Aan de Belgische kant staat een Hollands aandoende molen, op de Limburgse oever staan bonkige Belgische paarden met hun sokken in de klei.

De grens – je zou hier van een heuse natuurlijke grens kunnen spreken – kronkelt met de Maas mee. Althans, zolang het duurt. De grens ligt vast, de Maas niet, zeker niet nu het project Grensmaas komend voorjaar van start gaat. Grote ontgrindingen – de plannen spreken van 53 miljoen ton – moeten de rivier meer ruimte geven, tegen overstromingen. En in één moeite door wat ‘nieuwe natuur’ creëren. Als de rivier daardoor meer gaat meanderen, kan de grens, die precies midstrooms ligt, op de oever terecht komen. Tussen de gehuchten Aan de Maas en Kleine Meers ligt Nederland in de buitenbocht van de rivier – mocht de loop zich hier de komende eeuwen verleggen, dan kan Nederland op dezelfde plaats zomaar op de andere oever komen te liggen.

De willekeurigheid van de grens blijkt ook aan de oostkant van het smalle stukje Nederland dat Limburg hier is. Hier ligt voorbij Sittard een Duits stuk voormalig Nederland, en wie er doorheen rijdt kan maar één ding concluderen: goed dat we dit hebben teruggegeven. De Zelfkant heet het gebied, nu Selfkant, en de naam zegt genoeg. Een paar verspreide dorpen waaruit alle leven schijnt weggetrokken. De Limburgse namen op de gevels lijken er nog te herinneren aan de korte periode na de Tweede Wereldoorlog dat dit gebied Nederlands bezit was: Gasthaus Peeters, Fleischerei Vossen.

Op 23 april 1949 trok het Nederlandse leger hier binnen, meteen nadat de geallieerden hadden besloten dat Nederland ter compensatie van het oorlogsleed een paar stukjes Duitsland mocht annexeren. Elten, bij Zevenaar, en Selfkant (hoofdstad Tüddern) waren de belangrijkste. Herstelbetaling vermomd als grenscorrectie. Nederland had wel wat meer land willen hebben. De wildste plannen voorzagen in het opschuiven van de oostgrens tot Hamburg, Keulen en Aken. ‘Nederlands grens kome aan de Wezer’, was de leus. Het bleef bij 69 vierkante kilometer.

Zelfs die beklijfden niet. In 1963 kreeg Duitsland de bezette gebieden terug, voor 280 miljoen mark, waaronder ook Selfkant. Wel behield Nederland hier het recht op overpad, om makkelijk van Echt naar Brunssum, in de Oostelijke Mijnstreek, te geraken. De door Nederland aangelegde doorgaande weg N274 bleef daarom onder Nederlandse jurisdictie, met Nederlandse verkeersborden en onderhouden door Rijkswaterstaat, tot ook deze oorlogsbuit in 2002 werd geretourneerd aan Duitsland. Wie er nu overheen rijdt ziet nog de ongelijkvloerse kruisingen met andere wegen, die moesten voorkomen dat het verkeer van Nederland naar Duitsland kon afslaan. Nog steeds Nederlands zijn trouwens de elektriciteitsmasten die het Duitse gebied doorkruisen.

Niet dat zulke distincties hier veel uitmaken, want Selfkant verschilt nauwelijks van Limburg, dat tot 1866 trouwens onderdeel was van de Duitse Bond. Hetzelfde landschap van aardappel- en maïsakkers, dezelfde sombere huizen van donkere baksteen, dezelfde vergeelde vitrages. In Tüddern zijn Gasthaus Vermeulen-Schäpers en Schepers Reisen gevestigd, en wordt het Limburgse Kerstcircus in Sittard aangeprezen. Dit Duitsland is gewoon Limburg. Even verderop, rond het Nederlandse Koningsbosch (De Boesj), tref je een Gartenzentrum, een Café Dancing Waldeslust en Camping Böhmerwald. Plus Panklare Halve Varkens. Dit Limburg is gewoon Duitsland.

Dat gevoel blijft als je vanuit Selfkant naar Noord-Limburg rijdt. Je kunt de landsgrens volgen en voortdurend overschrijden, van Nederland naar Duitsland en van Duitsland weer Nederland in, zonder er veel erg in te hebben. De mobiele telefoon houdt bereik, al neemt WDR5 het op de radio af en toe over van Radio Limburg. De grensovergangen zelf lijken te vervagen, zoals bij het voormalige IJzeren Gordijn. Slagbomen zijn weg, douanehuisjes verlaten en vervallen. De grens is hier, met de Europese eenwording, een echte rafelrand geworden.

Hoezeer grenzen tegenwoordig verbinden, blijkt ook in Gelderland, achter het voormalige smokkelaarsdorp Groesbeek. Hier, waar het Reichswald en het Rijk van Nijmegen in elkaar overlopen, in een landschap van glooiende akkers en heuvels met wat villaatjes ertegen, doen Nederland en Duitsland niet alleen samen in grensoverschrijdende natuur, in het project Ketelwald/Koningsven, maar ook, en zelfs langer, met de wegen.

De weg is hier de grens. Tussen Breedeweg en Grafwegen loopt de Neutrale Weg, verderop ligt langs de bosrand de voor doorgaand verkeer afgesloten Grensweg. De Neutrale weg is in gezamenlijk Duits-Nederlands beheer. Bij een parkeerplaats staat een keurig bankje, met uitzicht op de Sint Jansberg. ‘Een bank voor buren’, staat erop. En: ‘Ein Bank für Nachbarn’.

Voor de grensbewoners is het allemaal de gewoonste zaak van de wereld. Ze wonen in een Duits huis met een voordeur naar Duitsland, en dubbele garagedeuren die naar Nederland openen. Ze bezoeken het café om de hoek in Grafwegen, Gemeinde Kraneburg, Kreis Kleve, waar in het Nederlands wordt gemeld dat de koffie klaar is, het bier koud en het appelgebak vers. En ze staan voor benzine in de rij in het land waar het op dat moment het goedkoopst is. Nu Nederland.

Hier kan grenspaal 595 dus verstopt zijn tussen een Nederlandse buxusheg en het Herashek van de Duitse buren. En kan verderop, in de buurt van grenspaal 577, een Nederlandse boerderij staan waarvan de schuur zich aan de overkant van het erf in Duitsland bevindt. ‘Checkpoint Charlie’, staat op een bordje bij de keukendeur.

Overblijfselen van minder grenzeloze tijden zijn hier alleen te herkennen voor wie de geschiedenisboeken erbij opslaat. Aan de noordzoom van het Rijk van Nijmegen bijvoorbeeld, waar een stukje na-oorlogse territoriale Wiedergutmachung 45 jaar geleden niet meer ongedaan is gemaakt.

Hier ligt tussen Berg en Dal en het Duitse Wyler de Duivelsberg, voorheen Teufelsberg of Wylerberg geheten. Een dichtbeboste heuvel op de stuwwal, 75,9 meter hoog, de hoogste top van het Reichswald. Nederland annexeerde de berg in 1949 ten behoeve van een ‘beter douanetoezicht’, maar toen de andere geannexeerde gebieden, zoals Selfkant, in 1963 werden teruggegeven, bleef de Duivelsberg Nederlands. Naar verluidt door persoonlijke bemoeienis van de uit Nijmegen afkomstige ‘rooie jonkheer’ Van der Goes van Naters, politiek leider van de PvdA. Er moest destijds wel iets gemarkeerd worden, kun je vandaag de dag nog constateren, want de dichtheid aan grenspalen in dit beboste natuurgebied is groot.

Voor de laatste rafelrand van Nederland moet je helemaal naar het noorden, naar het kale, lege Reiderland. Een sombere streek, ook als bij Slochteren de zon doorbreekt. De grens loop hier tamelijk recht, dwars door de voormalige hoogveenmoerassen die in vroeger eeuwen als een soort onbegaanbaar niemandsland Groningen afschermden van Duitsland.

Bij Nieuweschans – kuuroord in wording – priemt Nederland ineens met een driehoekig stukje grond langs de snelweg Duitsland in. Vermoedelijk het schootsveld van de oude vesting. Een bruggetje over de vaart is de grens, al ben je er zo voorbij. ‘Kein Winterdienst’, waarschuwt een bord aan Duitse zijde. Maar voorbij de grens gaat Reiderland gewoon door, met dezelfde boerderijen, polders en dijken. De kroegen heten hier Krougen en makelaar Bernard Vosse Immobilien in Bunde handelt ook in Nederlands onroerendgoed.

Noordelijk van Nieuweschans vormt de Westerwoldse Aa de grens tussen Groningen en Emsland, tot aan de Dollard. De ene polderdijk met waterkering volgt op de andere (anno 1596, 1605, 1752, 1796), een erfenis van het eeuwenlang terugveroveren wat de zee bij een grote doorbraak in de late middeleeuwen had genomen. Ten koste van heel wat gehuchten, kerken en kloosters. Links en rechts hetzelfde landschap, dezelfde strakgeploegde vette zeeklei, dezelfde roofvogels op paaltjes.

De Dollard, die bij laagwater voor driekwart droogvalt in een patroon van kwelders, slikken en wadden, ziet er vanaf de dijk bij het Nederlandse sluizencomplex Nieuwe Statenzijl mooi uit. Buitendijkse rietlanden, wat schapen in de wind, een vogelhut, een lage horizon met Emden in de verte.

De grens loopt door de Dollard (Dollart, in het Duits) niet zoals gebruikelijk op basis van een geografische middelloodlijn, maar min of meer recht naar het noorden. Dat is ooit overeengekomen tussen Nederland en Duitsland op basis van historische rechten van Nederland op het verdronken land.

Maar dan wordt het onduidelijk, als je de officiële Nederlandse topografische atlas vergelijkt met bijvoorbeeld een in Bunde aangeschafte Duitse wegenkaart.

Volgens Nederland loopt de grens tot voorbij de Geisedamm, een leidam van de in de Dollard uitmondende Eems, dan in westelijke richting midstrooms door de Eems en vervolgens noordwaarts door het zogenaamde Oost-Friese Gaatje. Volgens de Duitsers loopt de grens echter in westelijke richting tot de laagwaterlijn vlak onder de Groningse kust, en dan verder naar het noorden via de vaargeul in de Bocht van Watum. Dat zou betekenen dat de bij eb droogvallende grote zandplaten Hond en Paap Duits grondgebied zijn.

De Eemsmond blijkt een grensgeschil dat eeuwen teruggaat, tot in de tijden van de Republiek en het Koninkrijk Hannover, en later Pruisen. De kwestie werd niet opgelost toen na 1945 grenscorrecties haalbaar waren. Het Eems/Dollardverdrag van 1960 regelt alleen de status quo. Uitbreiding van de territoriale wateren van 3 naar 12 mijl heeft het geschil bij de Waddeneilanden nog verder vergroot.

Gevolg: Hond en Paap blijven ‘umstrittenes Gebiet’. In 2001 werd geruzied over Nederlandse mosselvissers die van Duitsland mochten opereren in wateren die volgens Nederland en een gezamenlijk milieuprotocol uit 1996 natuurgebied zijn. En dan ligt op Hond ook nog een aardgaslocatie.

Toch een vreemd idee, als je in de haven van Delfzijl voorbij de loodsen van Wagenborg Stevedoring in de snijdende wind de strekdam oploopt: het uiteinde van de geasfalteerde pier ligt net in Duitsland – volgens de Duitsers dan.

Niet dat het de plaatselijke bevolking veel kan schelen. In Eemshotel Delfzijl, op de dijk, waar je uitkijkt op Hond, Paap en de lichtjes van Emden, halen ze de schouders op over een van de laatste grensconflicten van Europa. Hier is Nederland, daar Duitsland – wat valt er meer over te zeggen?

(Uit de Kennis-special DE GRENS van 22 december 2007)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden