De gestrande Meermin

Het behoort tot een vergeten verleden, de verwikkelingen rond het VOC-schip De Meermin onder Zuid-Afrika in 1766. Onderzoekers hopen het slavenschip onder het strand vandaan te trekken, ter herinnering....

Of we maar willen oppassen voor de pofadders. Die zijn in dit landschap,zo vlak achter de Indische Oceaan, nogal agressief. Santino Campbell,Zuid-Afrikaans diamantduiker, grijnst. Mochten we gebeten worden, dan heefthij een setje bij zich om de opmars van het gif snel, 'maar niet geheelpijnloos', te stuiten.

Samen met Campbell, archeoloog John Visser en maritiem-archeoloog JacoBoshoff lopen we door natuurreservaat De Mond, op drie uur gaans vanKaapstad. Vanochtend zijn we vertrokken van het kantoor van Boshoff, inKasteel de Goede Hoop, het fort dat Jan van Riebeeck in de 17de eeuw in deschaduw van de Tafelberg bouwde. Bij Caledon hebben we de N2 verlaten,richting Bredasdorp, het zuidelijkste stadje van het Afrikaanse continent.

Vandaar zijn we via binnenweggetjes naar natuurreservaat De Mondgereden. En nu lopen we door een duinlandschap, vol fynbos en seeplakkie.Na een kwartier klimmen we over een laatste duinenrij, waarna de IndischeOceaan voor ons ligt, met rechts Kaap Agulhas, het zuidelijkste punt vanAfrika.

'Welkom in Struisbaai', zegt Jaco Boshoff. Hij wijst naar enkelepiketpaaltjes in het zand. 'Daar ligt De Meermin. Hier kwam een einde aanhaar reis.'

Precies 240 jaar geleden, in maart 1766, kwam op deze plek een eind aaneen van de meest bizarre gebeurtenissen in de geschiedenis van de VerenigdeOostindische Compagnie (VOC). Hier, op dit oneindige strand aan deblauwgroene oceaan, werd een slavenopstand hardvochtig de kop ingedrukt.Het is een vrijwel vergeten geschiedenis, vol doodslag, vals spel enflessenpost - plus een heuse schipbreuk tot slot.

Het is ook het verhaal van de gewiekste Olaf Leij en de slavenleidersMassavana en Koesaij, het tweetal dat samen met een honderdtal andereslaven aan het eind jammerlijk het onderspit delft.

Boshoff is maritiem-archeoloog, verbonden aan de Iziko musea vanKaapstad. Hij doet sinds 1999 onderzoek naar de geschiedenis van VOC-schipDe Meermin, dat in 1765 van Kaapstad uitvoer naar Madagascar om daar slavente halen. De Hollanders hadden al sinds de stichting van Kaapstad in 1652vele duizenden slaven van buiten de Kaap gehaald, dat was veiliger envooral praktischer. Boshoff: 'Ze konden dan niet terug naar hun eigenstammen vluchten. De VOC haalde slaven van Madagascar, maar ook uit Ceylon,Maleisië, India, Java, Japan zelfs.' In de kleine twee eeuwen dat er inKaapstad in slaven gehandeld werd, moeten er meer dan zestigduizendgeïmporteerd zijn. Deze geschiedenis van Gods stiefkinderen is een themavan Boshoffs werk. En de gebeurtenissen die in 1766 plaatsvonden op DeMeermin vormen een centraal punt in zijn onderzoek. Samen met Visser enCampbell hoopt Boshoff het schip dit voorjaar uit te graven.

Met ongeveer zestig bemanningsleden zeilde Gesaghebber GerritChristoffel Muller eind 1765 met De Meermin, een hoeker die in 1759 inAmsterdam was gebouwd, vanuit Kaapstad naar Madagascar. Daar legdeopperkoopman Johan Crause samen met zijn assistent Olof Leij contact metlokale heersers die slaven konden leveren. Oorlogszuchtige 'koningen' warendat, vertelt Boshoff, die hun gevangengenomen vijanden verkochten aan deblanke handelaren. Al snel hadden ze er zo'n 140 verzameld, mannen, maarook vrouwen en kinderen. Waarna De Meermin op 20 januari 1766 inzuid-westelijke richting vertrok.

Als Muller en Crause niet zulke sukkels waren geweest, was het verhaalhier geëindigd en waren de Malagasiërs een paar weken later naamloosverhandeld op de slavenmarkten van Kaapstad.

Boshoff: 'Maar Muller en Crause waren idioten. Muller was niet alert,omdat hij ziek was - net als een deel van zijn bemanning. Dat was nietongebruikelijk op de VOC-schepen, waar het leven zeer ongezond was.'

Crause had op Madagascar speren - als souvenir - gekocht, die vervuildwaren. En wie zou ze beter kunnen schoonmaken dan de kenners zelf, deslaven?

Zo brak dinsdag 18 februari 1766 aan. Het moet een dag vanonoplettendheid zijn geweest. De slaven, bewapend met hun assegaaien,gingen onder aanvoering van hun leiders Massavana en Koesaij in de aanval.Ze staken verscheidene bemanningsleden dood, onder wie Crause.

Muller wist gewond met zo'n dertigtal andere bemanningsleden naarbeneden te vluchten, waar ze zich achterin opsloten in de Constapelskamer.Een fascinerend tafereel: slaven, op het bovendek, een deel van debemanning gebarricadeerd onderdeks, plus een aantal matrozen nog in hetwant. De laatsten werden in de uren daarna doodgestoken en overboordgegooid. Daarna volgde een patstelling, die enkele dagen duurde. De slaven,geen zeelui, onder de klepperende zeilen. De dertig bemanningsleden,benedendeks, met als leeftocht slechts aardappelen en een vat arak.

Boshoff, droogjes: 'Oh ja, de bemanningsleden hadden ook nog enkeleslavinnen beneden. Ik heb nog geen idee onder welke omstandigheden zij diedagen in de Constapelskamer hebben doorgebracht.'

Met Muller gewond, nam Olof Leij de leiding over. De onderkoopman, dieeen paar woorden Malagassisch sprak, stuurde na een paar dagen een van deslavinnen naar boven, om met haar landgenoten te praten. De slaven, die dehoeker niet konden zeilen, kwamen snel tot een deal. Breng ons terug naarMadagascar, riepen ze, dan krijgen jullie je schip terug.

Wat volgde, was een gewapende vrede, plus een gewiekst staaltje valsspel van de Hollanders. Overdag zeilden ze naar het noord-oosten, waar,wisten de slaven, Madagascar lag. 's Avonds verlegden de Hollanders dekoers lichtjes naar het noord-westen, in de richting van het vasteland.Waarna op dinsdag 25 februari land werd gezien.

Madagascar!, riep de lepe Leij.

Maar het was Struisbaai, waar wij nu, 240 jaar later, over de oceaanstaren. Boshoff: 'Leij had die opstandige Swarten, zoals ze destijdsgenoemd werden, goed voor de gek gehouden.'

De achterdochtige slaven, vertelt Boshoff, gingen niet meteen van boord.Pas twee dagen later roeide een zeventigtal in twee sloepen naar het land.Als alles veilig was, als dit inderdaad Madagascar was, zouden ze drievuren ontsteken, zodat ook de andere slaven konden komen.

Ze liepen grandioos in de val. In de duinen lagen Hollandse boeren, diehet schip voor de kust, dat geen vlaggen in de mast voerde, met achterdochthadden bekeken. In de duinen schoten boeren als Matthijs Rostok, BarendGeldenhuijs en Wessels Wesselsen een aantal slaven dood ( 'Hun bottenmoeten hier nog liggen', zegt Boshoff), de rest werd opgesloten.

Opnieuw een patstelling van zeker een week aan boord, waar ze niets vande gevechten gemerkt hadden. Waar blijven die drie vuren, riepen Massavanaen Koesaij, die niet waren meegegaan.

Ook achter de duinenrij wist men niet precies wat er aan boord aan dehand was. Dat veranderde toen bottelier Jan de Leeuw en Leij brieven intwee flessen overboord gooiden. Miraculeus genoeg, zegt Boshoff, spoeldenbeide flessen aan op het strand.

In de brieven werd verteld van de drie vuren die ontstoken moestenworden, om de slaven in de waan te brengen dat alles veilig was. De listlukte, waarop het schip van de slaven dichter onder de kust mocht wordengebracht - te dicht, zoals later zou blijken.

Vervolgens ging weer een aantal slaven aan land, maar ze werden meteenop het strand te grazen genomen. De slaven aan boord zagen dat gebeuren envielen vervolgens de bemanning weer aan. Ze staakten de strijd echter toenzij zagen dat er vanaf het land een sloep met zwaar bewapende boeren gereedwerd gemaakt om in hun richting te varen.

Het was zondag 9 maart 1766. Op dat moment was De Meermin al op eenzandbank gelopen. Er waren nog 53 slaven aan boord, voor een deel vrouwenen kinderen. Op de rug van de lokale boeren werden ze door de branding naarhet strand gedragen. Meer dan honderd slaven overleefden de opstand.(Waarschijnlijk zijn er in totaal zo'n veertig gedood, dertigbemanningsleden overleefden de 'muiterij' niet.)

Met wagens werden de slaven naar Kaapstad gereden, waar ze door depraktische Hollanders meteen aan het werk werden gezet. Boshoff: 'Massavanaen Koesaij werden opgesloten, in afwachting van een rechtszaak, die ernooit kwam. De twee sleten de rest van hun leven op Robbeneiland.'Hetzelfde eiland waarop tweehonderd jaar later Nelson Mandela gevangen werdgezet.

De gestrande Meermin was nog een week bereikbaar vanaf het land,voldoende tijd om veel zaken van waarde nog aan land te brengen. Daarnaviel het schip ten prooi aan de branding en zakte het weg in het zand.

En nu is het maart 2006 en gaat archeoloog Jaco Boshoff de hoekeropgraven. Hij heeft vandaag ijzeren platen meegenomen, waarmee hij eencofferdam gaat bouwen, die het graafwerk tegen invallend zand moetbeschermen. Graag zou hij een zandzuiger gebruiken, maar daar heeft hijgeen geld voor. Het Meermin-project wordt deels gefinancierd door eenbijdrage van de Zuid-Afrikaanse loterij, maar dat bedrag voldoet niet vooreen grootse aanpak. 'John, Santino en ik gaan gewoon met de schep graven.'

Met een glimlachje zegt de maritiem-archeoloog: 'Misschien dat er inNederland fondsen kunnen worden vrijgemaakt voor dit project?'Wetenschappelijke contacten bestaan er al met het Scheepvaartmuseum inAmsterdam, waar nog bouwtekeningen van De Meermin zijn bewaard.

Als Boshoff het schip vindt, dan gaat hij het niet conserveren. 'Ik hoopop bewijzen van de aanwezigheid van de slaven, zoals kettingen. En wat zouik baie gelukkig zijn met de vondst van een assegaai. Daarmee is de opstandbegonnen.'

Boshoff droomt van een permanente Meermin-expositie in de Slave-Lodge,het slavernij-museum van Kaapstad. Hij hoopt, door archiefonderzoek, ookde persoonlijke geschiedenis van een deel van de bemanningsleden en deslaven nog te achterhalen.

'En hier, waar het schip ligt, moet een monument komen.' Eenherinnering, zegt hij, aan een hardvochtige en vergeten episode uit degeschiedenis van Zuid-Afrika. 'En Nederland natuurlijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.