Nieuws Geiten

De geit is voor een groot deel zoals-ie is door toedoen van de mens

De geit is in de prehistorie niet één, maar vele malen gedomesticeerd,  niet alleen in Iran, maar ook in Griekenland, West-Turkije, Armenië en zelfs Pakistan. En overal waar men op het idee kwam om wilde geiten van de berghelling te plukken en tot boerderijdier te maken, veranderde het hoefdier direct, doordat boeren selecteerden op zaken als afmeting, hoeveelheid melk en gezondheid.

Geitenhouderij in Vinkel. Foto Marcel van den Bergh

Tot die conclusies komt een internationaal onderzoeksteam, onder wie de Groningse archeozoöloog Canan Çakirlar, na bestudering van 83 oude geitenbotten uit het Nabije Oosten. Het dna van de prehistorische geiten verschilt zó sterk van elkaar, dat men in de prehistorie moet hebben geput uit zeker twee ‘reservoirs’ wilde geiten, een in het huidige West-Turkije, en een in Iran. Rond 5.000 voor Christus waren er zeker negen plekken waar men los van elkaar op het idee was gekomen om geiten te gaan houden, en waarschijnlijk veel meer: van de huidige Balkan tot in Israël, Armenië en Pakistan aan toe.

Openbaring

Dat is best een openbaring, mailt Çakirlar vanuit Turkije. Zo nemen kenners vaak aan dat alle geiten afstammen van een eenmalige gebeurtenis in Iran, ‘omdat we zo weinig weten van wilde geiten in West-Turkije en de Balkan’, aldus Çakirlar. ‘Bovendien is het goed om te beseffen dat domesticatie vaak een heel complex proces is, in plaats van een eenmalig voorval in een of ander ‘centrum van domesticatie’, zoals archeologen vaak zeggen.’

Het waren de vroegste landbouwers die de geit zo’n 8- tot 9.000 jaar voor Christus in het huidige Nabije Oosten tot boerderijdier maakten. Pas vele eeuwen later begonnen de afzonderlijke geitenpopulaties met elkaar te vermengen tot de waaier aan boerderijsoorten die vandaag de dag de geitjesboerderij bevolken.

De genen van de geiten veranderden echter al meteen. Zo ziet het team onder meer vroege aanpassingen in genen die te maken hebben met het kunnen eten van beschimmeld groenvoer – nuttig, als je een boerderijgeit bent. ‘Het vroegste genetische bewijs voor ingrijpen van de mens in een andere diersoort’, zegt de Ierse onderzoeksleider Dan Bradley.

Foto Martijn Beekman

Te makkelijk

Maar bioloog Lars van den Hoek Ostende van Naturalis, niet betrokken bij het onderzoek, maant tot voorzichtigheid. ‘Fantastisch’ en ‘machtig interessant’, vindt ook hij het onderzoek. ‘Maar als bioloog denk ik dat ze soms iets te makkelijk zeggen: de mens heeft ingegrepen.’

Zo suggereren de onderzoekers dat de vroege boeren geiten uitkozen op kleur, ‘om de geiten uit elkaar te houden, te zien welke geit van wie is in een gezamenlijke kudde, en voor de esthetische waarde’, zoals ze schrijven in Science. Uit ander onderzoek is echter bekend dat bij dieren die tam worden de kleur vaak ‘vanzelf’ mee verandert. Vachtkleur zit namelijk toevallig in hetzelfde dna-hoofdstuk als bepaalde andere huisdiertrekken; vandaar de witte bef van de kat en het paard.

Dat men geiten op gezondheid of de hoeveelheid melk selecteerde, lijkt Van den Hoek Ostende overigens wél waarschijnlijk. ‘Ik kan me voorstellen dat je, als je een van je geiten gaat slachten, je de geit spaart die de meeste melk geeft.’

‘Al meteen zien we menselijke opzet in de selectie van bepaalde genen’, aldus Çakirlar. ‘Dat is hier de echte vangst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.