Column Casper Albers

De enige goede vuistregel: Laat een vuistregel nooit het nadenken zelf vervangen

In mijn column vorige maand klaagde ik dat Dionne Stax bij de verkiezingsavond in maart consequent procent zei waar ze procentpunt had moeten zeggen. Dolblij hoorde ik haar bij de uitslagenavond voor de Europese verkiezingen meermaals procentpunt zeggen. ‘Mooi dat mijn column effect heeft gehad!’, dacht ik meteen.

Direct erna werd ik door mezelf op de vingers getikt. Dat iets na een gebeurtenis verandert, is geen enkel bewijs dat die gebeurtenis de oorzaak van de verandering is. In statistiektermen: correlatie impliceert geen causaal verband. Dit is misschien wel de meest voorkomende statistische denkfout.

De homeopathische industrie verdient miljoenen per jaar aan mensen die die denkfout maken. ‘Last van verkoudheid? Koop ons homeopathisch verdund wondermiddel en een week later is het weg!’ Die middeltjes werken zó goed dat aanwezigheid in huis al voldoende lijkt te zijn: zelfs als je het middeltje in de verpakking laat, is de verkoudheid na een weekje waarschijnlijk wel weg. Dit om de simpele reden dat de meeste verkoudheden niet meer dan een week duren.

Niet alleen het foutief toewijzen van oorzaken, maar ook het foutief toewijzen van gevolgen is een statistische drogreden. In het klimaatdebat gebeurt dit door beide kampen. Bij een lokale sneeuwbui in maart roepen de klimaatsceptici in koor dat de opwarming van de aarde een hoax is, terwijl geen enkel klimaatmodel zegt dat het nooit meer ergens mag sneeuwen. Bij hevige stormen zoals die van afgelopen week, zijn het juist de alarmisten die er een bewijs in zien van hun gelijk. Voor de industriële revolutie was het ook wel eens guur weer: een enkele storm is geen bewijs. Een mondiale toename van het aantal en de intensiteit van sneeuwbuien of stormen is bewijs, een enkel geval niet.

Bij statistiek denken mensen vaak aan urnen met rode en witte knikkers, dobbelstenen en moeilijke termen als p-waarde. Statistiek is echter óók het herkennen van denkfouten rond oorzakelijke verbanden.

Er wordt in het onderwijs nauwelijks aandacht besteed aan het herkennen ervan, ondanks dat ze aan de orde van de dag zijn. Recentelijk zijn door de denktank Curriculum.nu suggesties gedaan om statistiek een prominentere plek te geven in het basis- en voortgezet onderwijs. Zo wil men allerhande rekenkundige vuistregels gaan behandelen, die we dan later op de universiteit weer moeten afleren. ‘Laat een vuistregel nooit het zelf nadenken vervangen’ is immers de enige goede vuistregel.

Het lijkt me beter om juist te focussen op het herkennen van redenatiefouten: daar heb je meer aan dan aan een bak met rode en witte knikkers. Daarnaast zou aandacht voor statistiek op de basisschool niet ten koste moeten gaan van de basisvaardigheden – lezen, schrijven, rekenen. Behandel vooral de basisideeën. De wiskunde achter betrouwbaarheidsintervallen kan prima wachten tot in het hoger onderwijs.

Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer columns in de serie De Wetenschapper:

Hoogleraar scheikunde Marleen Kamperman raadt scholieren aan om bij een open dag op de universiteit vooral hun ouders thuis te laten. 

Marien bioloog Lisa Becking schrijft een ode aan de stofzuigers van de zee. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden