De energiemarkt zit op slot: gecentraliseerde elektriciteitsnetten en moderne smart grids gaan niet samen

Kernenergie gedijt prima in oude, gecentraliseerde energienetten, maar niet in de flexibele, nieuwe netten die worden aangelegd om snel te kunnen schakelen tussen verschillende stroombronnen.

Kerncentrale bij Bern, 6 april 2018. Foto REUTERS

Kernenergie is koolstofarm en relatief veilig, daarin hebben Olguita Oudendijk en Joost van Kasteren, in hun betoog (O&D, 9 april) om ‘de nucleaire optie’ weer op de kabinetstafel te leggen, volkomen gelijk. Het zou me echter verbazen als dit niet al genoegzaam ­bekend is bij Minister Wiebes en klimaatcoördinator Ed Nijpels. Beide ­heren kunnen door hun politieke stempel moeilijk worden weggezet als milieufundamentalisten die maar twee argumenten tegen kernenergie kennen (Tsjernobyl en Fukushima) en op wie de club van ecomodernisten – waartoe de auteurs zich rekenen – gewoonlijk haar pijlen richt.

Als Vlaming volg ik de Nederlandse politiek slechts van een afstand. Gemakshalve neem ik dus aan dat VVD’ers zoals Wiebes en Nijpels het economisch liberalisme genegen zijn, en dus geloof hechten aan de logica van de vrije markt.

Die vrije markt regelt sinds het begin van deze eeuw – althans in Europa – ook de handel in energie. Ironisch genoeg vermelden de auteurs in hun betoog haast letterlijk het belangrijkste argument tégen een nucleaire renaissance in Nederland. Ze schrijven dat kernenergie CO2-vrij is (ik zou eerder CO2-arm zeggen, maar goed) en dat kerncentrales hun stroom leveren onafhankelijk van de weersomstandigheden.

Door het hoge prijskaartje kan een moderne kerncentrale in een vrije energiemarkt enkel rendabel zijn als ze haast continu ‘aan’ staat, waarbij ze een constante hoeveelheid stroom produceert. Een kernreactor zet je niet een-twee-drie uit en weer aan. Die continue en constante productie was lange tijd een grote troef van kerncentrales. Sterk ‘genucleariseerde’ landen zoals Frankrijk en België konden daardoor beschikken over een constante hoeveelheid stroom, de zogenaamde baseload op hun elektriciteitsnetten. Die netten waren (en zijn nog altijd) sterk gecentraliseerd. De elektriciteitsnetten in landen zoals Nederland, die als vanouds op steenkool en gas steunen voor hun baseload, hebben overigens een vergelijkbare inrichting.

Dat is momenteel volop aan het veranderen. De landelijke elektriciteitsnetten in Europa worden in sneltempo gemoderniseerd, waarbij de nadruk verschuift van centrale opwekking naar ‘slimme’ eigenschappen zoals flexibiliteit, decentrale ­productie, vraagsturing en interconnectie (verbinding met buitenlandse netten). Die modernisering is een gevolg van de groene-energierevolutie, waardoor stroom van hernieuwbare bronnen op het net komt die inherent variabel is – en dus de antipode van stroom uit nucleaire of fossiele centrales.

Omdat stroom van windmolens en zonnepanelen nog niet (voldoende) kan worden opgeslagen, en omdat een elektriciteitsnet een beperkte capaciteit bezit, moeten netbeheerders voorrangsregels uitwerken, afhankelijk van het type stroombron. Het hoeft niet te verbazen dat groene energie een voorkeursbehandeling geniet. Zo geeft Duitsland sinds de start van de Energiewende elektriciteit uit duurzame bronnen steevast voorrang op het net.

De economische repercussies van dat beleid zijn niet te onderschatten: het maakt investeren in duurzame energie erg interessant. Op dagen van overcapaciteit worden dus niet de vele windmolens in het noorden afgekoppeld, maar wel de vermaledijde steen- en bruinkoolcentrales.

De olifant die de ecomodernisten niet (willen?) zien, is precies de incompatibiliteit tussen de oude, gecentraliseerde elektriciteitsnetten waarin kernenergie prima gedijt, en de moderne smart grids die op maat zijn gemaakt van hernieuwbare bronnen. In een energielandschap gedomineerd door kernenergie gelden de voorrangsregels immers niet. De baseload geleverd door de kerncentrales ‘bezet’ dan het elektriciteitsnet. De nucleaire stroom dendert als een op hol geslagen vrachtwagen op het energiekruispunt af, waardoor zowel de groene als de fossiele stroom de dupe is. Het resultaat is een energiemarkt die op slot zit en investeringen in duurzame energie eerder ontmoedigt dan aanmoedigt.

Senne Starckx is wetenschapsjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.