De eerste stappen in een gapend gat

Ruimtevaart is geen toevallige ontdekking, het is de verwezenlijking van een eeuwenoude droom. De Griek Lucianus beschreef al in de tweede eeuw hoe een schip in een heftige storm naar de maan wordt geblazen....

CHRISTIAN JONGENEEL

Lucianus wordt aangehaald in Piet Smolders' boek De zwaartekracht voorbij, dat vandaag, op de veertigste verjaardag van de ruimtevaart, verschijnt. Na de Griek volgden talloze andere fantasten, bijvoorbeeld Willem Bilderdijk, maar de eerste serieus te nemen auteur was Jules Verne, die drie mannen en twee honden met een kanon naar de maan schoot.

Verne had natuurlijk het voordeel dat hij aan het eind van de negentiende eeuw leefde, toen de techniek succesvol om zich heen greep en in een dorpje ten zuiden van Moskou een zekere Konstantin Tsiolkovski de raketwetenschap van de grond tilde. Tsiolkovski, genegeerd door de tsaar, vereerd door de sovjets, werkte vergelijkingen uit die tot op de dag van vandaag worden gebruikt voor het doorrekenen van raketten.

Waar Tsiolkovski het bij theorie hield, greep de jongere Amerikaan Robert Goddard naar het experiment. In de jaren twintig en dertig van deze eeuw vuurde hij raketten met vloeibare brandstof af die hoogten tot 2,3 kilometer bereikten.

Met Tsiolkovski en Goddard zijn niet alleen de twee pioniers van de ruimtevaart genoemd, maar is ook een andere trend aangekondigd: de kosmische wedloop tussen Amerika en Rusland. Op een kort Duits intermezzo na, dat de V-2 opleverde, zijn het deze twee landen geweest die elkaar de hegemonie over het luchtledige betwistten.

Anders dan de meeste ruimtevaart-scribenten, die keurig aan de hand van NASA door de geschiedenis van de gewichtloosheid kuieren, legt Smolders - directeur van het Planetarium in Amsterdam - de nadruk op de Russische inbreng in zijn uitgebreid geïllustreerde boek. De reden daarvoor is dat in de voormalige Sovjet-Unie zijn beste contacten liggen.

Behalve die beschikbaarheid van bronnen is er natuurlijk nog een andere reden om de Russen centraal te stellen: ze waren domweg de eersten. Sergej Koroljov, leerling van de vliegtuigbouwers Toepolev en Antonov, pikte de erfenis van Tsiolkovski persoonlijk bij de dove meester op en roeide tegen de scepsis in naar de erkenning.

Op 4 oktober 1957 luisterde de hele wereld naar het bliep-bliep-bliep van zijn kind, de Spoetnik-1, een geïmproviseerde stalen bol met vier pootjes die elliptische banen door het buitenaardse draaide. Het was een haastklus, alleen bedoeld om de Amerikanen te vlug af te zijn. Maar Koroljovs naam was gemaakt - althans, in beperkte sovjet-kringen, want zijn naam was staatsgeheim. Enkel daardoor liep hij de Nobelprijs mis.

In de jaren daarop zette Koroljov nog andere primeurs op zijn naam. De Spoetnik-2 bracht het eerste levende wezen (het hondje Lajka) in de ruimte, de Vostok-1 keerde veilig terug met Joeri Gagarin aan boord, Valentina Teresjkova werd de eerste vrouw in de ruimte, Aleksej Leonov maakte vanuit de Voschod-2 de eerste ruimtewandeling. Koroljov overleed voor de Amerikanen hem met hun maanlanding konden aftroeven.

Smolders heeft alle feiten, die pas na de glasnost naar buiten mochten druppelen, kunnen nagaan bij onder meer Boris Tsjertok, Koraljovs rechterhand. Bovendien kan hij uitgebreid citeren uit Russische bronnen, zodat hij een grote rijkheid aan details kan onthullen en zo de authenticiteit van zijn verhaal vergroten.

Smolders' opsomming van de gedenkwaardige feiten, van de Spoetnik tot de Mir, is adequaat, maar het zijn de details die het hem doen. De Russische ruimtevaarders, bijvoorbeeld, hebben sinds Gagarin de gewoonte ontwikkeld om voor de lancering snel nog even een plasje te doen tegen de bus die hen naar het platform heeft gebracht.

De Russen waren bovendien niet de gestaalde sovjet-helden die hun superieuren graag van hen maakten. German Titov, de tweede Rus in de ruimte, maakte na zijn landing een flesje bier tot eerste prioriteit en hielp zo het medisch onderzoek naar de knoppen. Gagarin liep een fikse hoofdwond op toen hij, om aan de toorn van zijn vrouw te ontkomen, bij een kamermeisje het raam uit sprong.

Terwijl de Russen zich hier en daar een frivoliteit konden veroorloven, werkten de Amerikanen koortsachtig aan hun inhaalrace. 'Als we op de maan aankomen, zullen we de Russische douane moeten passeren', zei Werner von Braun, de vader van de V-2 die in dienst van de Amerikanen was getreden, nog in 1965. Maar de kentering was ingetreden en het was de Apollo-11 die op 20 juli 1969 Neil Armstrong en Buzz Aldrin op de maan zette - een huzarenstukje dat wel imponerend was, maar verder niet bijzonder nuttig.

Na het enigszins plichtmatige verslag van de Amerikaanse triomf kan Smolders weer terugkeren naar zijn geliefde Rusland. Georgi Dobrovolski, Viktor Patsajev en Vladimir Volkov werden in 1971 de eerste ruimtebewoners: 24 dagen verbleven zij in het ruimtestation Sojoez voor de terugtocht hun fataal zou worden.

De ruimtevaart is immers niet een aaneenschakeling van successen. De ramp in 1986 met het ruimteveer Challenger is het bekendst, maar in 1960, 1963 en 1980 kwamen telkens tientallen mensen om het leven toen Russische raketten op het platform ontploften. En onlangs ging het nog bijna mis met de Mir, toen na een botsing met een bevoorradingsmodule lucht weglekte.

Waar het grote publiek beneden vooral de grootse gebaren waarneemt, de successen, de rampen, verbazen de astronauten zelf zich over het dagelijkse leven. Smolders laat Valentin Lebedjev vertellen hoe een douche in het gewichtloze in zijn werk gaat: 'Wat een exotisch gezicht: een naakte man, die door het station zwemt, het transparante aquarium ingaat met een snorkel in zijn mond, een zwembril over zijn ogen, een klem op zijn neus en zijn voeten in skibindingen. (...) Het water komt op je lichaam maar stroomt niet. Het hangt aan je in grote kwabben.'

Nu de Mir op zijn laatste benen loopt en de Amerikanen met de space shuttle de krachtigste technologie in handen hebben, breekt een nieuw tijdperk aan. Sinds het einde van de Koude Oorlog treden Amerikanen en Russen haast gebroederlijk op. Smolders vraagt zich af of dat gunstig is. Het is immers de onderlinge competitie geweest die de wedloop in ruimtevaart tot grootse hoogten heeft gejaagd.

Toch blijft Smolders optimistisch. Zo, is het volgens hem slechts een kwestie van tijd tot de mens op Mars staat. En daarna lonkt de rest van het gapende gat dat de aarde omringt. 'De trek naar de ruimte is nog maar net begonnen.' Eigenlijk is ruimtevaart altijd dromen gebleven.

Christian Jongeneel

Piet Smolders: De zwaartekracht voorbij, veertig jaar

ruimtevaart

Schuyt & co; ¿ 69,50

ISBN 90 6097 462 X

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden