De dromedaris als MERS-rat

Virologie MERS-virus

Het MERS-virus grijpt opnieuw om zich heen. Het aantal doden door het besmettelijke virus in Zuid-Korea is half juni gestegen naar twintig. De WHO noemt dat een 'waarschuwing voor de wereld'. In september 2014 ging de Volkskrant op reportage naar Qatar, waar Nederlandse wetenschappers de mysteries van MERS ontrafelen:

Dromedaris. Foto Martin Enserink

'Nu komt het moeilijkste deel', grijnst Elmoubasher Faraq. Het is zaterdagochtend half tien op de dromedarismarkt in Doha en de onderzoeker van het Qatarese ministerie van volksgezondheid heeft een onaangenaam klusje. Terwijl een verzorger de staart van een dromedaris optilt, steekt Faraq een fors uitgevallen wattenstaaf in de anus van het dier. Hij trekt hem terug, loopt naar zijn Nederlandse bezoekers, die van achter een hek staan toe te kijken, en laat het bruinige uiteinde van het staafje zien. Dan stopt hij het in een plastic buis met een schroefdopje en bergt het op.

Marion Koopmans, hoofd virologie aan Erasmus MC in Rotterdam, knikt tevreden. Zo neem je inderdaad netjes een poepmonster. En gelukkig blijft het dier kalm. In een vroegere baan bij de Utrechtse faculteit diergeneeskunde heeft Koopmans weleens een doodenkele dromedaris behandeld; ze kunnen gemeen schoppen, zegt ze, niet alleen naar achteren maar ook zijwaarts. 'Ik heb een heilig ontzag voor die beesten.'

Koopmans is in Qatar met haar collega's Chantal Reusken en Bart Haagmans om onderzoek te doen naar de verspreiding van het Middle East Respiratory Syndrome (MERS), de mysterieuze nieuwe virusziekte die plotseling opdook in 2012.

MERS-golf
Terwijl de ebola-epidemie in West-Afrika even alle aandacht opeist, is het wat rustiger geworden rond MERS. Een enorme golf van zo'n 500 gevallen, dit voorjaar in Saoedi-Arabië, kwam in juni tot staan; nu druppelen de nieuwe patiënten sporadisch binnen. Wereldwijd staat de teller op 837, waarvan 35 procent is overleden.

Maar de onderzoekers maken zich geen illusies: MERS is niet weg. Er bestaat een goede kans dat zich in de winter en het voorjaar een nieuwe golf voordoet. En virologen blijven beducht dat MERS zich kan ontwikkelen tot een pandemie, zoals griep dat soms doet.

Inmiddels staat vrijwel vast dat veel mensen het MERS-virus oplopen door contact met dromedarissen, maar hoe precies is nog lang niet duidelijk. Hoe close moet je zijn met een besmette dromedaris om aangestoken te worden? Lopen slachthuismedewerkers een risico, is vlees gevaarlijk? Kun je besmet raken door het drinken van dromedarisurine, een nog altijd levende traditie die gezondheid en schoonheid zou bevorderen? En trouwens, hoe besmetten de beesten elkaar onderling? De Rotterdammers, die vanaf het begin voorop hebben gelopen in het MERS-onderzoek, leggen in Qatar een voor een de stukjes van die puzzel op hun plaats.

Het golfplaten hutje op de markt
Op de markt is het 39 graden en het zweet loopt in straaltjes rond de witte mondneusmaskertjes die besmetting moeten voorkomen. Faraq is een Soedanese arts die drie jaar geleden in dienst van de Qatarese overheid trad, een van de vele immigranten die het schatrijke olie- en gasstaatje draaiende houden. Hij neemt ons mee naar een hut met een dak van golfplaat midden op de markt. Op de vloer liggen oude tapijten; drie buitenlandse werklui zitten op enorme versleten sofa's en drinken thee. De Nederlanders vuren vragen op hen af terwijl Faraq vertaalt.

Komen de mannen alleen in contact met levende dromedarissen, of ook met vlees? Faraq legt uit dat ze soms, als de dieren naar het abattoir gaan, de rauwe lever cadeau krijgen en opeten, iets waar Qatarezen hun neus voor ophalen. 'Dat is echt heerlijk', zegt Faraq. 'Alleen de lever, of ook de longen?' wil Koopmans weten; MERS is immers vooral een luchtweginfectie. 'Nee, nooit de longen. Alleen de lever, de nieren en het hart.'

Qatar, ruim twee keer zo groot als Gelderland en gelegen op een schiereiland in de Perzische Golf, lijkt niet de meest logische plaats om onderzoek te doen naar MERS. Het emiraat heeft tot nu toe maar negen menselijke gevallen gehad, inclusief drie doden. Grote buurman Saoedi-Arabië is het epicentrum.

Hygiëne
Maar een groot deel van de Saoedische gevallen betreft mens-op-mensbesmettingen in ziekenhuizen tussen maart en juni van dit jaar; het invoeren van strikte hygiënemaatregelen maakte daar een einde aan. MERS-onderzoekers denken dat het diepere probleem is dat de ziekte regelmatig van dromedarissen op mensen overspringt. En wat dromedarissen betreft verschilt Qatar niet zo veel van Saoedi-Arabië, al is de populatie kleiner; de handel in de dieren tussen beide landen is intensief.

De regering in Doha nodigde de Nederlanders in eerste instantie uit om te helpen met het onderzoek naar een kleine MERS-uitbraak op een dromedarisfarm in oktober 2013, maar al snel breidde de samenwerking zich uit. 'We hopen dat we samen ontdekkingen kunnen doen waar ook de rest van de wereld wat aan heeft', zegt Mohammed al-Hajri, de hoge functionaris van het Qatarese ministerie die het project vorig jaar in gang zette.

De antilichamen
Op dat moment had het Erasmus MC-team al de eerste belangrijke aanwijzing gevonden dat dromedarissen een rol spelen bij de verspreiding van MERS. In augustus 2013 meldden ze in The Lancet Infectious Diseases dat vijftig dromedarissen uit Oman stuk voor stuk antilichamen tegen MERS hadden, een bewijs dat ze ooit in hun leven besmet waren. Het afgelopen jaar hebben onderzoekers dromedarissen in een dozijn andere landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika getest en steeds weer vonden ze de antilichamen. MERS blijkt wijdverbreid onder de beesten.

De samenwerking met Qatar voegde al snel nieuwe puzzelstukken toe. In december publiceerde de groep haar verslag over de uitbraak op een boerderij in Al Shahaniya, zo'n 40 kilometer ten westen van Doha, waar de eigenaar en een knecht MERS kregen. Ze ontdekten dat drie dromedarissen op het terrein op precies hetzelfde moment óók besmet waren en dat het virus in de dieren genetisch sterk overeenkwam met het virus in de menselijke patiënten. In theorie was het toen nog mogelijk dat mensen de dieren hadden besmet in plaats van andersom. Sindsdien lijkt dat steeds onwaarschijnlijker.

Later die zaterdagmiddag vertrekt het team naar Al Shahaniya, het dorp waar de uitbraak plaatsvond. De eigenaar van een andere boerderij aldaar ontvangt gastvrij, samen met een paar mannelijke familieleden, al geven ze de vrouwelijke wetenschappers geen hand. Op een witte plastic terrastafel worden water, thee, Arabische koffie en dadels neergezet.

Racedromedarissen
Een echte boerderij is dit eigenlijk niet. De farms in Al Shahaniya - er zijn er ongeveer zevenhonderd - dienen vooral als buitenhuis en hobby voor rijke Qatarezen die hier in het weekend met hun familie komen om de drukte in Doha te ontvluchten. Op het terrein, zo groot als twee voetbalvelden, lopen zo'n dertig dromedarissen rond, en verder wat geiten, schapen en kippen. Veel eigenaren fokken ook dromedarissen om mee te racen op de ultramoderne, 7 kilometer lange racebaan een paar kilometer verderop.

Rond de tafel komt een discussie op gang. De gastheer gelooft niet dat zijn dieren MERS kunnen overbrengen. 'We leven al duizenden jaren met ze samen', zegt hij. 'Waarom zouden ze ons dan nu ziek maken?'

'Dat weet ik ook niet precies', antwoordt Koopmans. 'Misschien is er iets veranderd in de manier waarop mens en dromedaris samenleven.' Zo lijkt de internationale handel in dromedarissen sterk gegroeid; op de markt in Doha stonden dieren uit allerlei landen bij elkaar. En de enorme welvaart in de regio heeft van de racerij een miljardenbusiness gemaakt waarvoor dromedarissen en hun eigenaren veel tussen de Golfstaten reizen - soms wellicht met het virus.

Ondertussen zijn een paar knechten begonnen een van de dromedarissen te melken; al snel hebben ze een paar liter romige warme melk in een grote schaal. Natuurlijk mogen de bezoekers die proeven. Dat is een probleem, want een van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek tot nu, in juni gepubliceerd in Eurosurveillance, is dat het virus kan voorkomen in de melk van kamelen met een actieve MERS-besmetting. Faraq redt de situatie door te zeggen dat we geen trek hebben maar het graag later willen proberen. De knechten vullen acht flessen, die in de achterbak van Faraqs auto worden geplaatst.

Snelle dood
Op zondagochtend gaan we naar het abattoir in Doha. Reusken was nerveus over wat ze zou aantreffen. 'We moeten ons daar mentaal op voorbereiden', zei ze de avond tevoren. Het blijkt mee te vallen. We kijken toe hoe een knielende dromedaris midden in een grote hal wordt gelegd. Twee mannen trekken met een touw de kop opzij en naar beneden, zodat de hals goed blootligt. De slachter maakt een razendsnelle snee, even is er een pulserend rood fonteintje, dan zakt de ontzielde kop in een snel groter wordende plas bloed. 'Als je het goed doet, zijn ze heel snel buiten bewustzijn', zegt Koopmans.

De Qatarezen hebben hier al vele honderden weefsel- en orgaanmonsters genomen - 'alles van kop tot kont', aldus Koopmans - waarmee het team probeert te begrijpen hoe het virus zich verspreidt in het lichaam van de dromedaris. Opnieuw hebben de Rotterdammers veel vragen. Hoeveel van de medewerkers slachten er dromedarissen? (Vijf.) Slachten zij ook schapen? (Nee, dat doet een andere ploeg van ongeveer honderd man.)

Het team begint duidelijkheid te krijgen over het beroepsrisico van mensen die met dromedarissen werken. Van hen heeft 8,7 procent antilichamen tegen het virus, een bewijs dat zij ooit besmet zijn geweest. Onder schapenslachters in Qatar en onder een groep Europeanen was dat 0 procent, een sterke aanwijzing dat het virus van dier naar mens overstapt en niet andersom. Maar onder de mensen met antilichamen zei niemand ooit ernstig ziek te zijn geweest, wat suggereert dat zij een milde of misschien zelfs asymptomatische MERS-besmetting hadden. Een paper over deze bevindingen gaat binnenkort naar een wetenschappelijk tijdschrift, zegt Koopmans.

Levendig virus door levendige handel
De volgende avond nemen de Nederlanders het vliegtuig naar Nederland. In Rotterdam moeten nog heel veel monsters worden getest, en er moet verder worden geschreven aan artikelen; beide klussen zijn voornamelijk in handen van de Nederlanders. Inmiddels zijn plannen voor nieuwe, grotere studies in Qatar in de maak, bijvoorbeeld om te achterhalen hoe het virus zich internationaal verspreidt door de levendige handel in dromedarissen.

Koopmans is ook bezig onderzoeken op te zetten in Ethiopië, Tunesië, Nigeria en Kenia. Andere landen, waaronder Iran, hebben interesse getoond. MERS heeft nog mysteries genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.