De driften van een getraumatiseerde psychiater

In de tweede helft van de vorige eeuw maakte de psychiatrie roerige tijden door. Psy-chiater Frank van Ree sloeg in die tijd stevig om zich heen....

Gespierde taal was jarenlang het handelsmerk van psychiater Frank van Ree. ‘Beulen en SS’ers’ noemde hij in de jaren zestig de collega’s die hun patiënten dagenlang in isoleercellen opsloten, of hun elektroshocks zonder narcose toedienden. ‘Wie hier geen democratie wil, die dondert maar op!’, riep hij toen hij begin jaren zeventig van de vorige eeuw de afdeling Zuideroord van het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang onder zijn hoede kreeg. En als hij zijn woede kracht wilde bijzetten door een deur dicht te slaan, deed hij dat zo dat de kalk van het plafond viel.De psychiatrie maakte in de tweede helft van de vorige eeuw roerige tijden door, en Van Ree was altijd bereid om op ieder oplaaiend vuurtje ogenblikkelijk zijn eigen portie olie te gooien. ‘Ik heb vaak geraasd en gescholden’, zegt hij daar nu over. Omdat er veel mis was in de psychiatrie, maar ook om het aangename gevoel van de schijnwerpers. ‘Mensen die zeiden dat ik publiciteitsgeil was, vond ik niet aardig, misschien vooral omdat ik voelde dat ze voor een deel gelijk hadden.’ In Don Quichot of klokkenluider – Een halve eeuw (1956-2006) in de Nederlandse psychiatrie kijkt de inmiddels 80-jarige en milder geworden Van Ree op zijn spraakmakende loopbaan terug. Zijn woede van weleer beschouwt hij nog steeds als terecht – er waren immers werkelijke misstanden in de psychiatrie – maar de manier waarop hij die uitte ziet hij nu als een gevolg van zijn eigen psychiatrische problemen. In Don Quichot of klokkenluider geeft hij een schets van de ontwikkelingen in de psychiatrie aan de hand van de 37 boeken die hij tussen 1956 en 2006 schreef, en hij verweeft die schets met de ontwikkeling die hij zelf doormaakte. In de halve eeuw die Van Ree werkzaam was, ging het roer in de psychiatrie een paar keer om. In de jaren zestig kwam de antipsychiatrie op, met zijn afkeer van het medische verklaringsmodel voor psychiatrische problematiek en zijn nadruk op omgevings- en opvoedingsfactoren. Een paar decennia later keerde het tij en kon het medisch perspectief dankzij nieuwe inzichten en medicijnen het zwaar beschadigde imago herstellen. Hoewel Van Ree zichzelf niet tot de antipsychiaters rekende – hij gooide het medisch perspectief in zijn eigen praktijk nooit overboord – streed hij voor veel van de nieuwe inzichten die de psychiatrie in die jaren uit zijn traditionele stramien losschudde. Zoals het belang van leefgemeenschappen in de inrichting, het toelaten van psychologen voor behandelingen met nieuwe therapievormen, de nadruk op gezinstherapie, het uitbreiden van de verantwoordelijkheden van het verplegend personeel, het afschaffen van de witte ziekenhuiskleding, het emanciperen van patiënten, en het terugdringen van eenzame opsluiting en van behandelingen met elektroshocks.Tegelijkertijd verwierf Van Ree beetje bij beetje het inzicht dat er met hem zelf ook het een en ander loos was. Zijn experimenten met lsd, bedoeld om inzicht te krijgen in psychotische ervaringen; zijn jaar in India, waar hij zijn gezin in een impuls mee naartoe sleurde om te proberen daar onder onmogelijke omstandigheden zijn praktijk uit te oefenen; zijn ervaringen als vertrouwensarts van de in Nederland gevangen gehouden RAF-leden: het bracht hem allemaal op het spoor van de onderliggende problematiek van zijn enorme drift, zijn pathologische leugenachtigheid en zijn aandachttrekkerij. Die problematiek kwam voort uit de oorlogsherinneringen die hij als een trauma met zich meedroeg, en de innerlijke verdeeldheid die bij hem teweeg was gebracht door een kille, veeleisende vader en een koesterende moeder die hem graag klein hield. Deze twee invalshoeken – het werk dat hij als psychiater deed en het zelfinzicht dat hij onder invloed van dat werk verwierf – bevatten alle ingrediënten die van Don Quichot of klokkenluider een fraai historisch en persoonlijk document over een veelbewogen periode van de psychiatrie hadden kunnen maken. Toch is het dat niet. De keuze voor een verslag aan de hand van de vele boeken die hij schreef, is een ongelukkige geweest. Van Ree verliest zich voortdurend in eindeloze details over waarom welk boek op welk moment geschreven werd, wie de inleiding schreef, met welke woorden, en waarom hij daar blij mee was, wat hij er toen van vond en wat nu. Dat leidt nodeloos af van een verhaal dat toch al met de nodige horten en stoten verteld wordt en waarin thema’s blijven terugkomen zonder dat een duidelijk verband wordt aangegeven. Dat is jammer. Wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de psychiatrie in de vorige eeuw vindt in Don Quichot of klokkenluider zonder meer een hoop van zijn gading, maar zal er behoorlijk wat moeite voor moeten doen om dat uit de warrige woordenstroom los te weken.Ranne Hovius