De dino was geen koude kikker

Het fossiele hart van een Amerikaanse dinosauriër wijst uit: de eigenaar moet meer op een warmbloedig zoogdier hebben geleken dan op een reptiel....

DE DINOSAURIËR staat dichter bij de vogels en de zoogdieren dan bij de reptielen en was zeer waarschijnlijk een warmbloedig beest. Dat maken onderzoekers van de Staatsuniversiteit en van het Museum voor Natuurwetenschappen van North Carolina op uit de driedimensionale reconstructie van een gefossiliseerde structuur in de borstkas van een 66 miljoen jaar oude dinosauriër.

Het skelet van de dino, een Thescelosaurus, werd in 1993 gevonden in de Hell Creek Formation nabij Buffalo in South Dakota. Van Willo, zoals de onderzoekers de resten van het beest naar de echtgenote van de grondeigenaar vernoemden, was meer dan de helft verdwenen. De poten en de linkerhelft van het skelet waren vergaan.

Maar de rechterhelft was uitstekend geconserveerd in de zandsteen waarin het beest werd gevonden. De onderzoekers troffen naast de ribben en kraakbeenplaten van de borstkas, die normaal al lang vergaan zouden zijn, ter plaatse ook een roestkleurige, ijzerhoudende massa aan. Denkende dat dit misschien wel het hart van de dino was, werd deze structuur aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen.

De onderzoekers maakten er tweedimensionale CT-scans van, die door beeldvormingspecialisten van de veterinaire afdeling van de universiteit van North Carolina in driedimensionale beelden werden omgezet. 'Toen de computer de CT-scans in driedimensionale beelden had vertaald, werd duidelijk dat we inderdaad met het hart te maken hadden. Je kon duidelijk twee hartkamers en één aorta onderscheiden', aldus Paul Fisher, een van de onderzoekers en eerste auteur van het artikel in Science van deze week, waarin de ontdekking wordt gemeld.

Met name die ene aorta, de grote lichaamsslagader, brengt de onderzoekers tot hun conclusie dat de dinosauriër in de evolutie dichter bij de vogels en de zoogdieren staat dan bij de reptielen. Moderne reptielen hebben een hart met naast twee boezems maar één hartkamer, die het bloed tegelijk naar de longen en door de rest van het lichaam pompt.

Enige uitzondering op deze regel is de krokodil, die twee hartkamers heeft, die echter niet volledig van elkaar gescheiden zijn. Verder hebben alle levende reptielen een dubbele aorta die uit de hartkamer ontspringt.

Vogels en zoogdieren daarentegen hebben een hart met twee boezems, twee volledig gescheiden kamers en één grote lichaamsslagader, die aan de linker hartkamer ontspringt. De rechterkamer van het hart verzorgt de bloedsomloop naar de longen.

Een dergelijke bouw van het hart verzekert dat het zuurstofarme bloed dat naar de longen gaat om daar zuurstof op te nemen, in het hart niet wordt gemengd met het zuurstofrijke bloed dat door het lichaam wordt gepompt naar de spieren en andere weefsels.

Reptielen moeten het stellen met een gemengde bloedsomloop, waarbij zuurstofarm en zuurstofrijk bloed in het hart met elkaar in contact komen. Het gevolg daarvan is dat ze 'koudbloediger' zijn dan vogels en zoogdieren. Hun bloed bevat gemiddeld genomen minder zuurstof, waardoor hun stofwisseling op een lager pitje komt te staan.

De dinosauriër houdt, aldus de Amerikaanse onderzoekers, evolutionair gezien het midden tussen de krokodil en de vogel. De bouw van het hart, met zijn twee kamers en een gescheiden bloedsomloop, zorgde ervoor dat het dier over voldoende energie kon beschikken om zich voort te bewegen en zijn - plantaardig - voedsel te verteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden