De Digitale Stad duikelt oude websites op: 'Zo kun je baanbrekende journalistieke experimenten reconstrueren'

Waar zo'n beetje elke papiersnipper wordt bewaard, verdwijnen de eerste Nederlandse sites in rap tempo. Maar er zijn plannen om ze op te graven.

Nikhef. de allereerste Nederlandse website (1992).

Zo gaat het meestal: er komt een nieuwe versie van een site en de oude verdwijnt gewoon. Of een eigenaar trekt de stekker uit een site en denkt er gewoon niet aan hem te bewaren. Niet uit vandalisme, maar uit nonchalance. Dit trieste lot onderging Planet.nl. In de tweede helft van de jaren negentig was de website van provider Planet Internet de meestbezochte van Nederland. De provider onderhield een grote webredactie die pionierde met internetjournalistiek.

De latere eigenaar KPN besloot in 2008 te stoppen met de merknaam Planet en met de journalistieke internetactiviteiten. KPN kieperde de complete archieven in de digitale prullenbak. In één klap een decennium internetgeschiedenis foetsie.

Dutch Home Page, de eerste Nederlandse zoekpagina (1993).

'U heeft een Planet-artikel opgevraagd welke niet langer beschikbaar is. Excuses voor het ongemak.' Zo luidde de luchtige mededeling waarop argeloze bezoekers toen werden getrakteerd. 'Zelden werd het onderontwikkelde historische bewustzijn op internet beter verwoord. We hebben zojuist alle oude stenen van het Forum Romanum aan de vuilnisman meegegeven. O, u wilde ze nog bekijken? Nee, sorry, dat gaat niet meer. Excuses voor het ongemak', schreef internetjournalist Maarten Reijnders destijds.

Wie denkt dat eigenaren nu, bijna tien jaar later, zorgvuldiger met hun digitale historie omgaan, heeft het mis. Nog maar een paar weken geleden stuurde voormalig hoofdredacteur Bart Brouwers van de lokale nieuwssite Dichtbij.nl een brandbrief naar eigenaar TMG nadat die de gehele site offline bleek te hebben gehaald. 'Als mediabedrijf hebt u niet alleen een commerciële verantwoordelijkheid, maar ook een maatschappelijke. Door het vernietigen van het complete Dichtbij-archief schrapt u een stuk moderne geschiedenis', aldus Brouwers en zijn oud-collega's. Het is het zoveelste voorbeeld van de nonchalance waarmee het digitale erfgoed nog altijd wordt bekeken. Pas na de noodkreet bleek de uitgever bereid de site weer boven water te takelen.

Tegenwoordig houden diverse partijen zich bezig met het behoud van sites: allerlei regionale archieven, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid dat omroepbeelden bewaart en ook de Koninklijke Bibliotheek, de nationale bibliotheek van Nederland. De KB heeft collectiespecialisten die websites binnen hun vakgebied inhoudelijk beoordelen op hun relevantie. Van een overheidssite over de grieppandemie uit 2008 via de webshop van het failliete V&D tot complotsites over de Bilderberggroep.

Per jaar worden er zo tussen de duizend en vijftienhonderd complete sites toegevoegd. 13 duizend Nederlandse sites zijn bewaard. Op een totaal van vele miljoenen sites is dat een druppel op de gloeiende plaat. Wat het lastig maakt is dat iedere site-eigenaar bericht moet krijgen als zijn site wordt gearchiveerd, legt Peter de Bode (collectiespecialist webarchief van de KB) uit.

De digitale stad

Een van de vroegste voorbeelden van het Nederlandse world wide web is De Digitale Stad (DDS) uit 1994. Deze site wordt momenteel weer tot leven gewekt door de Waag Society, de Universiteit van Amsterdam, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en het Amsterdam Museum. Het afstoffen is lastiger dan gedacht. De digitale restaurateurs hebben te maken met stokoude softwarecode en rotte data. Puur het nabouwen of het presenteren van bijeengeraapte plaatjes van vroeger (zoals bij the Internet Archive gebeurt) is niet voldoende: ook de softwarecode zelf wordt als cultureel erfgoed gezien. Het resultaat moet binnenkort in een DDS-museum zijn te zien.

De Digitale Stad. De achthoeken zijn de zogenoemde pleinen. Daartussen waren er woonwijken waarin de bewoners van De Digitale Stad een huis hadden. Dit huis was hun persoonlijke website. Foto Re:DDS

Toch is dit alles al een grote winst ten opzichte van de situatie vóór 2007. Want toen werd er nog helemaal niets door de KB opgeslagen. Er waren alleen wat kleinere, specifieke archiveringsprojecten, bijvoorbeeld voor politieke sites. Om ook de pioniersjaren terug te halen is de KB dit jaar in samenwerking met lokale archieven een webarcheologisch onderzoeksproject begonnen. En dat is hoog tijd, vindt onderzoeker Kees Teszelsky van de KB. 'Onze internetgeschiedenis verdwijnt in rap tempo. Ik denk dat nu al meer dan 90 procent van de sites uit de pioniersjaren is verdwenen. Het is vergelijkbaar met de beginjaren van de tv, toen ook veel is weggegooid.'

Teszelsky probeert met zijn collega's terug te halen wat er nog over is van het oudste Nederlandse web. Nu het nog kan, want de eerste generatie webpioniers gaat nu zo'n beetje met pensioen. Die zoektochten maken hem als historicus lyrisch. 'We stuiten soms op uniek materiaal, zoals onlangs op de vermoedelijk oudste site van D66, ergens uit 1998.' Wat er wordt afgestoft en weer beschikbaar wordt gesteld, mag overigens niet zomaar door iedereen worden geraadpleegd. Kwestie van auteursrechten. Teszelsky voelt zich een pionier. De 'Digital Dark Age' noem hij het niet voor niets. 'Alles wat we doen is nieuw. We zijn ons door bits en bytes aan het worstelen zoals Indiana Jones door het stof.' De onderzoekers stuiten daarbij op veel technische problemen: lang niet elke site is eenvoudig op te slaan.

Website van D66, rond 1998.

Piet Bakker, lector crossmedia & journalistiek aan de Hogeschool Utrecht, zet zich ondertussen in voor het behoud van journalistieke projecten, want ook op dat gebied is veel verdwenen. Bakker heeft zich aangesloten bij het webarchiveringsproject van de KB, Beeld & Geluid en consorten. Ook heeft hij met zijn studenten 'Meldpunt Prullenbak' opgezet, waar melding kan worden gedaan van offline gehaalde sites. 'Dit is heel belangrijk, want anders verdwijnen niet alleen verhalen, maar kun je baanbrekende journalistieke experimenten ook niet meer reconstrueren.' Een bekend buitenlands voorbeeld is de bonnetjessite van The Guardian uit 2009, waar het publiek kon meehelpen met het doorzoeken van 1,2 miljoen bonnetjes van politici. Foetsie.

De Gezonde Roker, de legendarische site van Theo van Gogh (2000).
Meer over