De David Beckham van de virologie

Sommigen zien hem als een onheilsprofeet. Maar wereldberoemd viroloog Ab Osterhaus blijft onverstoorbaar waarschuwen voor een grieppandemie. Onder collega’s is zijn gezag onomstreden. ‘Ab is een superster.’

Het is een wonderlijke eigenschap. Waar viroloog Ab Osterhaus ook is, hij belt terug, zo snel mogelijk. Vanuit een wachtruimte op een vliegveld of een congreshal. Zo houdt hij contact met zijn onderzoekers in Rotterdam, met virologen in Londen of in Memphis en met familie. En met journalisten die als er even griep dreigt, verlegen zitten om een quote.

Waar hij gaat, sleept hij een loodzware schoudertas mee. Is er even tijd, dan opent hij zijn laptop om e­mails te beantwoorden. Een telefoonrondje levert bewonderende kwalificaties op van even illustere collega’s. ‘Ab (Eb) is outstanding’, zegt Robert Webster vanuit Memphis. ‘Albert (Elbert) is een superster, de absolute top’, zegt John Oxford vanuit Londen. Zij zijn de drie belangrijkste griepvirologen op de wereld.

Osterhaus is dierenarts die gedijt in een menselijke ziekenhuisomgeving. Hij heeft meer dan zevenhonderd publicaties op zijn naam staan, een vijftigtal in topbladen als Nature, Science en The Lancet. Mede dankzij zijn onderzoeksgroep van meer dan 120 man op het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. ‘Een unieke multidisciplinaire groep om virologische problemen op te lossen’, mailt hij vanuit Italië.

Reismonster
Osterhaus is een reismonster: ‘Vandaag in Parma bij de Europese voedselautoriteit. Morgen naar Parijs voor een lezing, overmorgen naar Lissabon voor het geven van een griepcursus en zaterdag een radio-interview in Amsterdam. Zondag moet ik een onderzoeksvoorstel schrijven. Maandag vertrek ik voor twee dagen naar Washington.’ Op de teller van zijn vier jaar oude V70 Diesel staat 200 duizend kilometer.

Werken, werken, werken. Zijn drijfveer? Osterhaus: ‘Wetenschappelijke nieuwsgierigheid, kennis verzamelen over virusinfecties bij mens en dier.’ Hij is een veelgevraagd adviseur en spreker op congressen waar hij het werk van zijn groep voor het voetlicht brengt. Osterhaus zit in diverse werkgroepen van de Europese Unie en van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Is er een massale sterfte onder monniksrobben bij Mauritanië dan trekt de virusjager erheen, op zoek naar het dodelijke virus. In zeehonden in het Baikalmeer ontdekte hij een hondenvirus. Zeven jaar geleden stierven zeehonden voor de Nederlandse kust. Zijn groep ontdekte het verantwoordelijke influenzavirus. Osterhaus deed zelf secties.

Vijftien ‘nieuwe’ mensen- en dierenvirussen heeft hij geïsoleerd en geïdentificeerd. Het zeehondenvirus en een griepvirus bij meeuwen. Verder humane virussen als het metapneumovirus (hMPV), een virus dat de luchtwegen van vooral kinderen kan infecteren. En twee vogelgriepvirussen. Het H7N7-virus dat na een uitbraak onder pluimvee in de Gelderse Vallei in 2003 bijna zeventig mensen besmette; een onverwachte overdracht van dier naar mens waarbij een dierenarts overleed.

H5N1
In 1997 ontdekte zijn laboratorium in een bloedmonster van een overleden driejarig jongetje in Hongkong het nu roemruchte H5N1-virus. Het was het eerste bewijs dat vogelgriepvirussen zodanig veranderen dat ze mensen dodelijk kunnen besmetten, iets wat voor onmogelijk werd gehouden. Het is de drijvende kracht achter zijn waarschuwingen voor een naderende grieppandemie. De afgelopen zes jaar zijn meer dan vierhonderd mensen besmet geraakt met het H5N1-virus; tweederde is overleden.

Is hij een onheilsprofeet? Osterhaus: ‘Het is belangrijk dat wetenschappers hun kennis uitdragen. Dat ik soms wordt versleten voor doemprofeet, sterkt mij in mijn gedrevenheid. Ik heb eerder gewaarschuwd voor bedreigingen als BSE en vogelpest. Ook toen ben ik bekritiseerd door pseudodeskundigen. De gevolgen hebben we kunnen zien.’

Collega’s beamen dit. ‘Die pandemiedreiging is reëel, het is niet te zeggen wanneer, maar landen moeten zich wapenen’, zegt chemicus Jan de Jong. ‘Ab is geen onheilsprofeet’, vindt ook collega-hoogleraar Thijs Kuiken. ‘Het is zijn taak als baas van het nationaal influenzacentrum mensen bewust te maken zodat ze zich kunnen voorbereiden.’

Wrattenvirus
Het eerste virus dat Osterhaus ontdekte was een wrattenvirus van een vink, zegt Ben van der Zeijst, directeur van het Nederland Vaccin Instituut (NVI), enigszins pestend. Van der Zeijst werkte als postdoc op de diergeneeskundefaculteit toen Osterhaus er in 1974 aan zijn promotieonderzoek begon. ‘Hij kreeg die promotiebaan omdat hij ijverig was en slim.’

Zijn promotor, de 72-jarige, eveneens veelgevraagde dierenviroloog Marian Horzinek, noemt zijn eerste promovendus Osterhaus een van de succesvolste virologen ter wereld. ‘Met een niet te temmen en bewonderenswaardig enthousiasme.’

Enkele jaren geleden moesten ze na elkaar een lezing houden op een congres over entstoffen in Arlington (Virginia). ‘Ik keek na mijn verhaal de zaal in, ik zag Ab niet. Tijdens het beantwoorden van vragen kwam hij binnen met een laptop onder zijn arm. Hij ging op de eerste rij zitten en veranderde snel wat aan zijn power points. Na afloop zegt hij: sorry, ik moet nu weg voor een lezing in Bangkok.’

Horzinek: ‘Ab ziet de grote lijnen, de nieuwe dingen. Hij heeft het talent uitstekende wetenschappers om zich heen te verzamelen die goed zijn in deelgebieden. Zij zoeken de zaken tot in detail uit. Osterhaus houdt zo veel ballen in de lucht.’

Dat talent wordt vaker geroemd. ‘Hij heeft een grootse groep’, zegt John Oxford, wetenschappelijk directeur van Retroscreen in Londen, Europa’s grootste virus- en vaccinlaboratorium. De viroloog dankt zijn reputatie aan baanbrekend onderzoek aan het Spaanse griepvirus dat in 1918 miljoenen mensen doodde.

Beckham
Oxford ziet Osterhaus een paar maal per jaar, telefonisch hebben ze vaker contact. ‘Er zijn veel wetenschappers die claimen het H5N1-virus als eerste te hebben geïdentificeerd – Albert en zijn mensen waren de eersten. Hij is een superstar, een van de meest geciteerde virologen. Uiterst communicatief. De David Beckham van de virologie.’

‘Ab is een excellent onderzoeker, als dierenviroloog slaat hij een brug naar de mens’, zegt Robert Webster van het St. Jude Children’s Research Hospital in Memphis. ‘De meeste humane infectieziekten hebben hun oorsprong in het dierenleven. Vogelgriepvirussen kunnen zodanig muteren dat ze dodelijk worden voor de mens. Osterhaus heeft in Europa influenzavirussen in trekvogels geïdentificeerd’, zegt Webster, die dit deed voor Noord-Amerika.

‘Ab is een duizendpoot met een brede visie, hij beseft dat hij toppers nodig heeft uit verschillende disciplines: clinici, virologen, immunologen, pathologen, epidemiologen en moleculair biologen’, zegt chemicus Jan de Jong. Hij publiceerde een zestigtal artikelen met Osterhaus. Tien jaar geleden haalde hij De Jong na zijn pensioen naar Rotterdam. ‘Ab duldt knappe koppen naast zich.’

Hij is erg goed, zegt een van hen, collega-hoogleraar Thijs Kuiken. Ook de dierenpatholoog publiceerde ongeveer zestig artikelen met Osterhaus. ‘We spreken elkaar meestal ’s avonds of in het weekend. Overdag worden gesprekken te veel onderbroken door telefoontjes.’

Gretig
Kuiken: ‘Ab legt snel de vinger op de zere plek, hij stelt de goede vragen. Hij eist perfectie en wil gelijk krijgen. Dit is deels spel om de ander te prikkelen een tandje bij te zetten. Ondanks zijn honderden publicaties is hij net zo gretig als een jonge onderzoeker. Bij een gezamenlijke publicatie eist hij zijn positie op in de auteurslijst. De laatste in rij is de beste. Bij discussies kan het hard toegaan.’

Ab is een prima donna, hij staat internationaal in hoog aanzien, zegt immunoloog Eric Claassen, directeur van ViroVentures. Dit venturefonds brengt vindingen uit de groep van Osterhaus naar de markt. Er zijn drie bedrijfjes met dertig tot veertig man in dienst die diagnostica en vaccins ontwikkelen.

‘Osterhaus zet lijnen uit, hij is een pragmaticus die zegt wat ie denkt ’, zegt Claassen. ‘Hij is de enige persoon die ik ken, die altijd werkt.’

‘Appie is fanatiek in alles, hij kan niet tegen zijn verlies’, bevestigt columnist Henk Spaan, jeugdvriend. Ze groeiden op in de Amsterdamse volksbuurt Slotermeer. Ze voetbalden er veel op straat. Op zaterdag speelden ze bij het ter ziele gegane katholieke RKVV Aristos. Beiden zaten op het Pius X Lyceum. ‘Klieren en keetschoppen, daar was Appie goed in. Hij was de beste van de klas maar de eerste jaren werkte hij niet serieus. Een paar jaar geleden zag ik ’m weer na een bijeenkomst over vogelgriep. Het was na afloop ouderwets gezellig.’

Kikkerdril, kikkervisjes verzamelde hij in potjes uit het slootje achter zijn huis. ‘We hadden thuis een hond, katten, op het balkon kippen en kuikentjes. Ab had salamanders, schildpadjes en reptielen. Hij verbouwde een klerenkast tot volière’, zegt zijn tien jaar jongere zus Maria.

Schedelverzameling
‘Als hbs-leerling begon hij een schedelverzameling van vogels, konijnen, roof- en knaagdieren, aapjes, katten en kippen. Ze staan bij hem thuis in een vitrine. Hij heeft het verschrikkelijk druk, toch zie ik hem veel. Hij is een bindende factor in de familie.’

Een katholieke familie met zeven kinderen. ‘Ab maakt gemakkelijk contacten’, zegt zijn oudere broer Igno, pastor van de RK Parochie van de Heilige Drie-eenheid in Amsterdam-West: ‘Op de middelbare school was hij heel sportief. Voetballen en hardlopen rond de Sloterplas.’

‘Hij is voortdurend op reis, toch komt hij geregeld langs’, zegt studievriend Geert Huisman, dierenarts in Hoogezand. Hij kent Osterhaus sinds hun eerste studiedag diergeneeskunde. ‘Ab heeft me vaak tijdens mijn vakanties vervangen. Hij kan alles, ook praktische dingen als het opereren van honden, katten, en desnoods een koe. Ab is trouw aan zijn vrienden. Hij is zichzelf gebleven, slijmen doet hij niet. En hij is in voor grollen en grappen.’

Osterhaus heeft sinds drie jaar een vakantiehuis op het Griekse eiland Syros. Als hij daar meer dan tien dagen is geweest, is het veel, zeggen collega’s. In zijn garage staan drie oude Zweedse auto’s: een Volvo Duet, een Volvo P1800 (‘die van de Saint’) en een Saab 96. ‘Ik heb geen tijd meer om eraan te sleutelen.’

Osterhaus draagt geen colbert en zelden een stropdas. Een zijden giletje is zijn handelsmerk, bij voorkeur zwart met daaronder een rood hemd. Van een vaste kleermaker in Hongkong, op maat. Ingegeven door pragmatisme: ‘De eerste zat bij een pak. Ze zijn handig om spullen in op te bergen zonder een colbert te hoeven dragen. Ik ben er mee vergroeid.’

Viroloog Ab Osterhaus (Marcel van den Bergh / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden