AnalyseCorona-onderzoeken

De corona-onderzoeken verschijnen razendsnel. Te snel misschien?

Beeld Astrid Anna van Rooij

Haast is geboden bij de bestrijding van het coronavirus en dus voelen onderzoekers druk om zo snel mogelijk resultaten te publiceren. Leidt dat niet tot studies die kwalitatief onder de maat zijn? 

Zo snel kan het dus gaan. Eén dag nadat de Duitse topviroloog Christian Drosten had geconcludeerd dat ‘kinderen wellicht net zo besmettelijk zijn als volwassenen’, nieuws dat de wereld overging en in Nederland de discussie over de heropening van scholen onmiddellijk op scherp zette, kwam hij er alweer deels van terug. Een nieuwe studie in het blad Science laat juist zien dat de besmettingskans voor kinderen zeker drie keer zo klein is als voor volwassenen. Een ‘tegenwerping’ van zijn eigen werk, erkent Drosten dan sportief op Twitter.

Tijdens deze pandemie buitelen wel meer wetenschapsvondsten over elkaar heen. Hardlopers ademen meterslange viruswolken uit: dat bleek te simpel gesteld. Of neem de Franse proef die zou bewijzen dat het malariamiddel chloroquine helpt tegen covid-19. Een officieel wetenschappelijk tijdschrift publiceerde het, waarna het acuut wereldnieuws werd. De vakvereniging reageert stomverbaasd: het onderzoek voldoet totaal niet ‘aan de verwachte standaard’ en de kwaliteitscontrole van het tijdschrift schoot tekort. Broddelwerk dus, wat de Franse president Emmanuel Macron er niet van weerhield om het middel aan te prijzen, evenals de Amerikaanse president Donald Trump.

Onderzoeken spreken elkaar wel vaker tegen. Maar het tempo ligt nu veel hoger: nog vóór ze weerlegd kunnen worden, belanden studies in handen van artsen, politici en journalisten. Zo’n beetje elk coronavirusonderzoek verschijnt direct online, nog voor een expert heeft kunnen beoordelen of het enig hout snijdt en geen fouten bevat.

En de onderzoeken die wel een keuring ondergaan, komen daar zorgwekkend snel doorheen, vindt Serge Horbach, wetenschapssocioloog aan de Radboud Universiteit. Hij peilde de publicatiesnelheid van medische bladen voor en tijdens de coronacrisis. Waar een studie gewoonlijk een maandenlange kwaliteitscontrole van experts ondergaat voordat een wetenschappelijk tijdschrift haar durft te publiceren, brengen tijdschriften die tijd nu terug tot enkele weken of zelfs ‘een handjevol dagen’.

‘Je moet je afvragen of de kwaliteitsstandaard nog wel gehandhaafd wordt. Een groot probleem, want je ziet dat er beleidskeuzen mee gemoeid zijn’, zegt Horbach. Hij staat niet alleen in die observatie. Ook Ivan Oransky, oprichter van wetenschapswaakhond Retraction Watch die aan de lopende band publiceert over teruggetrokken of anderszins dubieuze studies, waarschuwt in Wired Magazine: de wetenschap wil hier misschien wel té hard gaan.

Binnenstebuiten keren

Maar ja, het is wel crisistijd. Dat maakt het logisch dat wetenschappers en tijdschriften op topsnelheid willen werken, erkennen de critici. Ontdekkingen over het virus en de ziekte covid-19 zijn nu relevanter dan over een half jaar, laat staan een jaar. Denk maar aan de inzichten van Italiaanse artsen over wat ze constateerden op de intensive care, zoals het feit dat veel patiënten tot wel vier weken aan de beademing moeten, vaak in een buikligging; mede daardoor wisten andere landen hoeveel ic-capaciteit ze moesten vrijmaken.

‘Soms zie je iets waarvan je meteen weet: verdorie, dit moeten we nú publiceren’, zegt arts-microbioloog en hoogleraar Christina Vandenbroucke-Grauls van Amsterdam UMC, die als hoofdredacteur bij een wetenschapsblad over infectieziekten geregeld nieuwe onderzoeken onder ogen krijgt – ook over het nieuwe virus.

Die urgentie voelen onderzoekers ook. Toen LUMC-arts Erik Klok en zijn collega’s opvallend vaak bloedstolsels opmerkten bij covid-19-patiënten op de intensive care, wist het team meteen dat deze ontdekking snel de deur uit moest om levens te redden. En dat lukte: nadat ze de cijfers binnen hadden, schreven ze in recordtempo hun analyse, die binnen slechts vijf dagen door de kwaliteitscontrole kwam en in een tijdschrift verscheen. Omdat Kloks studie, net als veel ander onderzoek, bliksemsnel verscheen, zijn de behandelrichtlijnen voor covid-19 aangepast voor trombose. Patiënten krijgen daarom nu eerder antistollingsmiddelen toegediend.

Klok vertrouwt erop dat de kwaliteitscontrole, oftewel peer review, bij zijn onderzoek scherp genoeg was. ‘Onze studie is relatief simpel. We hebben bij wijze van spreken trombose geturfd zoals je blauwe auto’s in de straat telt. Dat is geen ingewikkelde statistiek.’

Zo simpel gaat het niet bij complexere studies over bijvoorbeeld hoe het virus zich verspreidt, de vraag of kinderen besmettelijk zijn en of een malariamedicijn werkt tegen covid-19. Daar komt ingewikkeld rekenwerk bij kijken en dan moeten experts een onderzoeksartikel helemaal binnenstebuiten keren voordat ze zeker weten dat er geen onzin in staat.

Maar de experts die dat kunnen zijn juist nu overwerkt, vreest Vandenbroucke-Grauls. ‘Wij zijn een klein specialistisch blad, dus voor ons is het probleem niet te groot. Maar voor de topbladen wil je beoordeling van virologen en artsen die aan de frontlinie staan. Die hebben het al druk natuurlijk.’

Keurmeesters

Eric Snijder, hoogleraar aan het LUMC en veelgevraagd coronavirus-expert, herkent dat. ‘Het is allemaal niet bij te houden’, mailt hij. Snijder krijgt nu zo’n vijftig verzoeken per week om een wetenschappelijk artikel op kwaliteit te beoordelen. ‘Ik selecteer op wat belangrijk lijkt en wat ik sowieso zou moeten lezen. Maar nu selecteer ik vooral op hoeveel tijd ik nog over heb en dat is verrekte weinig.’

Beeld Astrid Anna van Rooij

En ja, een tekort aan keurmeesters voelen ze inmiddels bij medische topbladen. Elizabeth Loder, hoofd onderzoek bij de Amerikaanse tak van het blad The BMJ, zegt meestal de gewenste peer reviewers te kunnen vinden, maar ze erkent dat het blad soms al moest uitwijken naar andere experts. ‘Ik denk dat we de onderzoekskwaliteit tot nu toe wel hebben kunnen waarborgen, maar we zijn ons heel bewust van de kans dat we iets over het hoofd zien.’

Fred Rivara van het blad JAMA Network Open zegt nauwelijks last te hebben van een expert-tekort. De truc, vertelt hij, is om virusexperts en artsen uit ‘rustige’ landen te regelen, plekken waar het coronavirus zich nauwelijks verspreidt. ‘Dus ik e-mail geen mensen in Frankrijk, Italië of New York, maar wel in Australië en Nieuw-Zeeland. Die hebben juist minder te doen nu.’

Zijn de experts eenmaal gevonden, dan verloopt het nakijkwerk veel sneller dan eerst, zeggen de bladen. Veel experts zitten toch al thuis in plaats van in een lab of op een grote bijeenkomst, merkt Loder op. Of ze zijn gemotiveerd om direct te helpen. ‘We krijgen van sommige al binnen een paar uur een reactie. Dat duurde voor de crisis soms meer dan een week of langer, dus het is bemoedigend dat daar de tijdswinst zit.’

Ivan Oransky van wetenschapswaakhond Retraction Watch is er niet gerust op dat snel werken foutloos kan, zegt hij aan de telefoon. Hij noemt als voorbeeld een spraakmakend onderzoek over een nieuwe laboratoriumtruc om stamcellen te kweken, die een paar jaar geleden met enorme haast verscheen. ‘Die studie zou binnen enkele dagen door topexperts grondig zijn bekeken. Het was een wereldprimeur, dus het móést snel. Achteraf bevatte het onderzoek na publicatie zoveel fouten dat er meer dan een pagina compleet herschreven moest worden.’

Het kan beter. Maak peer review openbaar en beloon het, stelt epidemioloog Gowri Gopalakrishna van Amsterdam UMC voor. ‘Als jouw expert-beoordeling voor iedereen te zien is, zul je als onderzoeker minder geneigd zijn om het af te raffelen.’ Het blad The EMBO Journal hanteert die regel al tien jaar, zegt hoofdredacteur Bernd Pulverer, en handhaaft die ook bij nieuw coronavirusonderzoek. Hij zorgt nu zelfs voor extra video-overleg tussen de experts én de onderzoekers om foutjes te voorkomen.

Meekijken

Kan een vondst écht niet wachten op publicatie, en dat is nu vaak zo, dan kunnen onderzoekers hun studie alvast – zonder controle van vakgenoten – op internet zetten. Dat doen ze op zogeheten preprintwebsites. ‘We moedigen het zelfs aan’, zegt Pulverer. ‘Dat haalt de druk eraf om haastig te werken.’

Op een van de grootste preprintwebsites, medRxiv, regent het sinds de pandemie nieuwe coronavirusstudies: eerst twintig per dag en nu wel honderd. Ze zijn niet op kwaliteit beoordeeld, maar wel gratis toegankelijk, zodat ook artsen en onderzoekers uit armere landen kunnen delen in de kennis.

Er is een probleem: het publiek kijkt mee. En hoe, zegt Gopalakrishna. ‘Sociale media zoals Facebook en Twitter versnellen alles. Een opmerkelijke preprint bereikt binnen een dag de hele wereld, zelfs als het slecht onderzoek is. Bij de sarsuitbraak maakten we ons al zorgen over desinformatie, maar dit is nieuw.’

Die explosieve cocktail schudde de preprintwebsites wakker. Nadat een studie op de site bioRxiv erop had gewezen dat het coronavirus nogal op een samenraapsel van andere virussen lijkt, voedde dat onmiddellijk complottheorieën over hoe het virus uit een lab zou zijn ontsnapt. Bangmakende ‘pseudowetenschap’, maar de geest was al uit de fles. Sindsdien staat boven elke preprint een felgele waarschuwing voor buitenstaanders: pas op, dit onderzoek wacht nog op een keuring en is daarom ongeschikt voor medische richtlijnen of om in de pers als feit te presenteren.

Alles dat mogelijk gevaarlijke informatie bevat, proberen medRxiv en bioRxiv actiever te weren. ‘Dat deden we al over onderwerpen als hiv en vaccins’, zegt Richard Sever, mede-oprichter van beide sites. ‘Als we nu een onderzoek zien dat puur theoretisch over een covid-19-medicijn speculeert, weigeren we dat ook.’

Er zijn wel meer verbeteringen denkbaar, vindt Gopalakrishna. Maar de spanning tussen bliksemsnel kennis delen en desinformatie zal nog wel even blijven, denkt ze. ‘Niemand ziet een makkelijke uitweg.’ Haast is de vijand van gedegen wetenschap, benadrukt Oransky nog maar eens. Zes studies over het virus zijn ingetrokken, vertelt hij. Dat zijn er niet bovengemiddeld veel. ‘Ik doe geen voorspellingen, maar het zou me niet verbazen dat als we na deze crisis op adem komen, veel onderzoek naar covid-19 vol fouten blijkt te zitten en in rustigere tijden misschien was tegengehouden.’

Beeld Astrid Anna van Rooij

Hoe herken ik verdacht corona-onderzoek?
1. Er is nog geen expert-commentaar
Het virus is gemuteerd en nu besmettelijker! Althans, dat kopte de LA Times op basis van een ongecontroleerd onderzoek dat nog niet in een tijdschrift stond. Virologen zagen meteen dat het lab mooi onderzoek had geleverd, maar de besmettelijkheid bleek helemaal niet onderzocht. Sterker: het virus lijkt nauwelijks te muteren.

2. Niet de beste proefpersonen
Het virus is nauwelijks dodelijker dan de griep, concludeerde een team van Stanford University. Ze berekenden dat veel meer mensen het coronavirus al hadden opgelopen dan gedacht. Alleen: het onderzoek haalde proefpersonen binnen via Facebook, wat een vertekend beeld kan hebben opgeleverd.

3. Een controlegroep ontbreekt
Hoera, een middel tegen covid-19. Tenminste, dat leek zo. Want de eerste onderzoeksgegevens naar het middel hydroxychloroquine waren misleidend: de wetenschappers hadden het middel niet vergeleken met een groep patiënten die een ‘gewone’ behandeling kreeg. Studies die dat wel vergelijken, vinden geen effect.

4. Het is alleen maar speculatie
Gezaghebbend tijdschrift The Lancet veroorzaakte gigantische ophef met een publicatie die beweerde dat bloeddrukmedicatie extra infectiedeuren voor het coronavirus zou openen. De wetenschappers hadden geen enkele proef gedaan. Praktijkonderzoek met patiënten laat tot nu geen enkel gevaar van bloeddrukmedicatie zien, schrijft de WHO.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden