De Canon van Nederland: hoe ons huidige zelfbeeld ons verleden vormgeeft

Deze nieuwe permanente tentoonstelling in Arnhem is niet alleen een manier om ons het Nederlandse verleden te herinneren

Ook het nieuwe Canon van Nederland laat zien: canons zeggen evenveel over de tijd waarin ze zijn samengesteld als over de tijd die ze beslaan.

Het Nederlandse leven door de eeuwen heen, vervat in vijftig vensters in de permanente tentoonstelling Canon van Nederland.

In zijn inmiddels gezaghebbende kunstgeschiedenis The Story of Art (1950, vertaald als Eeuwige schoonheid) maakte Sir Ernst Gombrich een opvallende keus voor de opening van zijn hoofdstuk over de 17de eeuw: onder een strakblauwe lucht prijkt het Amsterdamse Paleis op de Dam. Niet alleen die lucht is niet helemaal wat de lezer van Nederland verwachtte; ook het besluit om juist een Nederlands werk als lichtend voorbeeld van het Europees classicisme in de etalage te zetten was provocatief. Nederlanders stonden immers bekend om hun 'gewoon is al gek genoeg'-stijl en niet om barokke, classicistische marmerpracht.

Cultuurselectie

Zo'n onverwachte uitverkiezing van Gombrich kun je zien als een bijstelling van de canon - Gombrich bombardeerde iets ánders tot een hoogtepunt van het classicisme dan men tot dan toe gewend was. Daarmee benoemde hij tegelijk het classicisme in het Nederland van de Gouden Eeuw tot een belangrijker cultureel element dan tot dan toe werd aangenomen. Een overtuiging waarvoor overigens nog steeds veel te zeggen is.

Zulke bijstellingen in wat men in een bepaalde periode ziet als de belangrijkste historische cultuurfenomenen, bijstellingen in de canon dus, zijn van alle tijden. Cultuurselectie begon in de bibliotheek van Alexandrië, in de 3de eeuw voor Christus, waar de beste auteurs werden gekozen voor het onderwijs. De geleerden uit die bibliotheek kozen bijvoorbeeld de drie tragediedichters Aeschylus, Sophocles en Euripides. Juist zij waren volgens hen representatief voor de drie stadia die het genre van de tragedie in Athene doorliep. Dat selectieproces is nog steeds van grote invloed, al was het maar omdat de tientallen andere schrijvers die in Athene tragedies hadden geschreven en die misschien net zo goed of beter waren, daardoor nu voorgoed verloren zijn.

Kunst met een grote K

Zo'n normatieve selectie uit het culturele verleden heet, ook al sinds de oudheid, een 'cánon', naar het Griekse woord voor richtsnoer of meetlat. Nu in de decembermaand de lijstjes met selecties als paddestoelen uit de krantenbijlages omhoog schieten, is het interessant erbij stil te staan hoe dat eigenlijk werkt, canoniseren. Zeker nu we een recent voorbeeld hebben om langs de meetlat te leggen; de permanente tentoonstelling Canon van Nederland in het Openluchtmuseum in Arnhem.

Zo'n vijftig jaar geleden ontstond een enorm gekrakeel rond de 'westerse canon', waarin toen vrijwel uitsluitend dode blanke westerse mannen figureerden, zoals Dante, Shakespeare, Rafaël en Michelangelo. Was het geen tijd ook minderheden aan het woord te laten? Om niet alleen 'hoge' kunst aan de jeugd te presenteren, maar ook populaire? En waren die 'groten' wel zo onontkoombaar goed? In dat licht kon Gombrichs Story of Art precies zijn wat hij wilde dat het was: niet de waarheid, maar een verhaal over Kunst met een grote K. Dat was volgens sommigen een beperkt verhaal, omdat hij minder aandacht had besteed aan wat anderen juist belangrijk vonden.

Nieuwe interpretatie

Het 'verhaal' van Gombrich zou nu, een halve eeuw na dato, al een heel andere plot krijgen, met bijvoorbeeld meer aandacht voor niet-westerse kunst of voor vrouwen in de kunst. Natuurlijk blijven er wel wat usual suspects hangen, zoals Homerus, Vergilius en Shakespeare, maar dan wel voorzien van een nieuwe interpretatie. Historisch gezien is continuïteit in canonvorming eerder uitzondering dan regel. De rafelige rand is veel breder dan de harde kern. Als de canon vast en zeker zou bestaan, zou hij steeds hetzelfde moeten blijven. Maar dat is niet zo.

De veranderlijkheid van canons heeft te maken met hun sociologische functie. Cultuurselecties vinden namelijk vrijwel altijd plaats rond tijden van crisis. Juist dan, wanneer er politiek en cultureel een aardverschuiving heeft plaatsgevonden, is er behoefte aan legitimatie van die nieuwe situatie. Dat legitimeren gebeurde in het verleden vrijwel altijd met behulp van historische cultuur. Het vernieuwde heden wordt dan als het ware verpakt en verkocht in het jasje van het verleden, zodat de indruk ontstaat dat de dingen altijd zo waren en voor eeuwig zo zullen zijn. Maar in werkelijkheid wordt bij dit soort operaties een selectieve greep uit het culturele verleden als hét culturele verleden gepresenteerd, een greep die een logische verklaring voor het heden geeft.

Burgerlijke identiteit

Het fascinerende is juist dat wat een samenleving uitkiest om zich van het verleden te herinneren, laat zien welke waarden ze voorop stelt. Dat gebeurde lang geleden al in de tijd van de eerste Romeinse keizer Augustus, of van Karel de Grote. Maar de belangrijkste recente, grootscheepse herschikking van de canon vond in verschillende landen in Europa plaats in de 19de eeuw. Nederland bijvoorbeeld had toen behoefte aan een nieuwe, burgerlijke identiteit omdat het na het Franse intermezzo nét een kersvers koninkrijk geworden was. Die burgerlijke identiteit vond men in de Gouden Eeuw, maar dan wel een Gouden Eeuw die voor de gelegenheid een heel nieuw aanzien kreeg, zonder classicisme en mythologie, en met zoveel mogelijk gewoon-is-al-gek-genoeg, want dát was goed burgerlijk.

Hoe belangrijk een canon daarbij was, blijkt uit de samenstelling van de 'nationale' collectie van het Rijksmuseum die toen werd gemaakt en behuisd. Daaruit werd het classicisme van het Paleis op de Dam vrijwel geheel weggefilterd. De werken in de collectie, maar ook de beeldtaal in en op het gebouw van Cuypers, werden zorgvuldig gekozen, met het oog op de deugden die het 19de-eeuwse Nederland tentoon wilde spreiden: zo domineert in de decoratie van het uiterlijk van het gebouw het thema nijverheid en eendracht, en zit de collectie binnen overvol genre-scènes van was opvouwende huisvrouwen en schutterstukken. Dat Rijksmuseum zegt eigenlijk meer over de 19de eeuw waarin het gebouwd werd, dan over de 17de waaraan het hoofdzakelijk gewijd werd.

Digitale spel

Zo is ook de opening van de nieuwe vaste tentoonstelling De Canon van Nederland in Arnhem, niet alleen een manier om ons het Nederlandse verleden te herinneren, maar vooral ook om dat verleden vorm te geven, geschoeid op de leest van ons huidige zelfbeeld. Hoe ziet dat eruit?

In plaats van een 'kunstmuseum', zoals het Rijks in 1870 genoemd werd, wacht het publiek hier een reeks fenomenen. Voor De Nachtwacht werd in het Rijks indertijd nog een soort altaar gebouwd, waar alle kunst-aandacht in moest culmineren. De oude meesters in het Rijks moesten vooral bewondering en devotie genereren. Daarvoor in de plaats komt nu digitale interactie. Het 'museale presentatie' in Arnhem is in feite een flitsende veelheid van gadgets, schermen, breedbeeldpresentaties en interactieve handreikingen, waar de doelgroep (jongeren tussen 9 en 14) mee uit de voeten kan. We zien gespeelde scènes op grote schermen, zoals de voorbereiding op de terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt; we kunnen zelf met behulp van een scherm een 17de-eeuws boek drukken en we kunnen door een oude telefoonhoorn luisteren naar radio-uitzendingen uit de Tweede Wereldoorlog. De museumstukken die er zijn, laten zien hoe kunst 'geleefd' heeft, of vermoord is, zoals het door een Indonesische nationalist doorstoken portret van koningin Wilhelmina. Maar het digitale spel staat voorop.

Kinderen beleven interactief De Canon van Nederland.

Kritische blik

Zo blijkt dat onze samenleving is afgestapt van een geloof in de reinigende en verheffende werking van Kunst met een grote K. Wij hebben behoefte aan 'beleving', niet aan bewondering. Een gevolg is dat het museum het verleden haast exclusief in termen van het heden presenteert, door de bezoeker eraan mee te laten doen langs de digitale weg.

Dat actualiseren leidt in Arnhem niettemin tot sterke momenten, zoals de stemwijzer die is gevoed met de programma's van politieke partijen vlak voor de Tweede Wereldoorlog, die op een scherm kan worden ingevuld. Meningen die nu door respectabele partijen worden gekoesterd, blijken volgens die stemwijzer al gauw tot een NSB-advies te leiden. De kritische blik op heden én verleden die de tentoonstelling zo oproept, is mede daardoor polemisch.

Deze Canon van Nederland lijkt een sociaal-democratisch antwoord te bevatten op de centrum-rechtse roep om traditie, volkslied, Zwarte Piet en vaderland.

'Nestbevuiling'

Net als de discussie over de herkomst van Zwarte Piet, gaat de Canon van Nederland over wat we ons van ons verleden willen herinneren. Dat die discussie zo gepolitiseerd is, verbaast niet, sinds rechts de multiculturele samenleving is gaan beschuldigen van het ontmantelen van onze nationale identiteit. Politicus Thierry Baudet zal na een bezoek aan Arnhem wellicht van 'nestbevuiling' spreken. De Canon van Nederland wil duidelijk niet naar het verleden kijken om het met traditionele 'normen en waarden' te behouden, maar eerder suggereren dat we door schade en schande wijs zouden moeten zijn geworden - bijvoorbeeld door de executie van Van Oldenbarnevelt, een gematigd staatsman door het bevoegde gezag van de Republiek, naar voren te halen.

Toch gaat er ook iets verloren: de contemplatie en de verwondering, die in bijvoorbeeld het Rijksmuseum ooit wel duidelijk het doel waren. De Canon van Nederland geeft de kinderen de touwtjes in handen en laat ze daarmee nadrukkelijk zélf bepalen wat ze willen leren. En zo gaat de tentoonstelling de verantwoording voor de eigen keuzes, van wat de belangrijke fenomenen waren in de Nederlandse geschiedenis, een beetje uit de weg. En ook dát is misschien wel tijdgeest, dat alles vooral een 'kinderfeest moet blijven'.

Vele gezichten

Ook in deze canon komt het Paleis op de Dam overigens niet voor. Natuurlijk is een aantal van de vijftig 'vensters' nog altijd aan de 17de eeuw gewijd. Maar de Gouden Eeuw krijgt niet meer het primaat. In plaats van die éne, identiteitsbepalende eeuw zien we de vele gezichten van ons land, bijeengehouden door geografische ligging, natuurlijke omstandigheden en een spookrit door de tijd. Dat is alleen al verfrissend omdat de '17de eeuw' zoals we hem denken te kennen vooral een 19de-eeuwse uitvinding was. Ook voor het feit dat in plaats van 'verheven' kunst een Annie M.G. Schmidt naar voren wordt geschoven valt veel te zeggen, omdat ze ook zonder het canonmuseum de tand des tijds zonder twijfel zal doorstaan.


Ook de dalen

In het koepelpaviljoen van het Openluchtmuseum in Arnhem is sinds september de permanente tentoonstelling Canon van Nederland te vinden. Het Nederlandse leven door de eeuwen heen, met al haar hoogte- én dieptepunten, is er vervat in vijftig vensters, met een overvloed aan beeld, geluid, films en interactieve installaties. Sander van Walsum schreef bij de opening in de Volkskrant: 'Iedereen kan, binnen de grenzen van het leuke, afdalen zo diep hij wil.'

Het koepelpaviljoen van het Openluchtmuseum in Arnhem.
Meer over