Reportage

De bomen keren terug in de landbouw: ‘De voordelen zijn evident’

Decennialang kapten boeren bomen – die stonden maar in de weg. Maar de omslag is ingezet. Bomen kunnen de landbouw juist voordelen bieden.

Boer Jack Verhulst bij de bomen die hij heeft geplant op zijn 50 hectare weiland in Etten-Leur, waar 95 biologische melkkoeien op grazen.   Beeld Jan Mulders
Boer Jack Verhulst bij de bomen die hij heeft geplant op zijn 50 hectare weiland in Etten-Leur, waar 95 biologische melkkoeien op grazen.Beeld Jan Mulders

Zo vlak als een biljartlaken is het land van boer Jack Verhulst, 50 hectare weiland in West-Brabant waar 95 biologische melkkoeien op grazen. Tot zover niets bijzonders. Maar Verhulst doet iets wat weinig andere boeren doen. Hij plant bomen in het gras.

Langs het pad tussen de weilanden groeit een lint van eikenbomen. Op het grasveld voor de boerderij in Etten-Leur waar ’s zomers jongvee loopt, staan vijftig jonge walnotenbomen. Die zijn nog klein, maar ooit gaat boerderij Verhulst naast melk ook noten produceren. Of Jack dat nog zal meemaken – hij is 58 – is de vraag. Maar dat geeft niet. ‘Die bomen plant ik voor mijn kinderen.’

Wat Verhulst doet heet agroforestry, boslandbouw in goed Nederlands, landbouw bedrijven in combinatie met bomen. Het gebeurt nog nauwelijks in Nederland, maar dat gaat snel veranderen. In haar recente Bossenstrategie heeft minister Carola Schouten van Landbouw plannen opgenomen om de komende tien jaar zevenduizend hectare boslandbouw te realiseren. Op termijn moet dat zelfs 25 duizend hectare worden.

Bomen planten op boerenland: het klinkt simpel, bijna logisch. Maar het is niets minder dan een totale omslag in denken, benadrukt Piet Rombouts, projectleider van de agroforestry-netwerken Brabant en Gelderland. Decennialang hebben Nederlandse boeren bomen juist weggekapt.

‘Omdat ze in de weg stonden’, zegt Rombouts. Ruilverkaveling, schaalvergroting en intensivering hebben landbouwgrond veranderd in kale vlakten, zodat boeren er met grote machines overheen konden. En nergens is dat zo rigoureus gedaan als in Nederland. Verhulst knikt: ‘Een boom is mooi, maar liefst op land van de buurman.’

Infodagen

Maar volgens Rombouts is een kentering gaande. Steeds meer boeren overwegen serieus om weer bomen aan te planten. Alleen al bij zijn Brabantse netwerk zijn zeventig agrariërs aangesloten. ‘Op infodagen en workshops komen honderden mensen opdagen.’

De voordelen van boslandbouw zijn evident, zegt Rombouts. Bomen slaan niet alleen CO2 op, ze geven beschutting, houden water vast en verbeteren de bodemvruchtbaarheid doordat ze met hun wortels bij voedingsstoffen dieper in de grond kunnen komen. En als het goed is, leveren ze nog wat op ook. ‘De boom kan niet gemist worden in de landbouw.’

Boslandbouw kan in allerlei vormen. Het kan samengaan met veehouderij, door bomen te planten rond weilanden of op de vrije uitloop van kippen. Die zijn prima geschikt voor een fruitboomgaard, zegt Rombouts. ‘Kippen houden van beschutting, het zijn van oorsprong bosvogels.’

Het kan ook in combinatie met akkerbouw door bomenrijen te planten tussen eenjarige gewassen. Daar wordt op de Boerderij van de Toekomst van Wageningen Universiteit & Research (WUR) onderzoek naar gedaan. Op een proefveld bij Lelystad zijn rijen bomen geplant tussen de eindeloze akkers van de Flevopolder.

Hier kijken ze wat dat met de opbrengst doet, legt Wijnand Sukkel uit, senior onderzoeker agroecologie. ‘In de schaduw van de bomen zal de oogst waarschijnlijk lager zijn. Maar verder op het veld kan de opbrengst hoger worden doordtde bomen beschutting geven tegen de wind.’ Bomen toevoegen maakt het landbouwsysteem diverser, zegt Sukkel. ‘Het levert ook meer biodiversiteit op. Dat maakt agroforestry interessant.’

Combinaties

Voor akkerbouw met bomen zijn volgens hem tal van combinaties te bedenken. Zoals rijen bessenstruiken, vrucht- of notenbomen tussen stroken met eenjarige gewassen. Of denk aan fruittelers: ‘Die hebben hun bomen nu dicht op elkaar staan. Daardoor trekken ze plagen aan. Je kunt bomen ook verder uit elkaar zetten en tussendoor vee laten lopen of gewassen verbouwen. Dan wordt de plaagdruk minder.’

De kunst is om combinaties te vinden die elkaar versterken. In de akkerbouw met zijn smalle marges is dat volgens Sukkel ingewikkeld. ‘Daar staan bomen al snel in de weg.’ In de veehouderij gaat dat gemakkelijker. ‘Daar bieden bomen beschutting voor het vee en je hebt minder oogstderving van het grasland.’

De meest vergaande vorm van boslandbouw zijn voedselbossen: een geïntegreerd systeem van permanente planten – bomen, struiken, klimmers, kruipers – die voedsel opleveren zonder toepassing van (kunst)mest of bestrijdingsmiddelen. Het oudste van Nederland staat in Groesbeek, bij Nijmegen: voedselbos Ketelbroek.

Toen initiatiefnemer Wouter van Eck hier twaalf jaar geleden begon bomen en struiken te planten op een kale maisakker, werd hij nog meewarig aangekeken: dat was wel een heel radicale andere vorm van landbouw. Inmiddels duiken foto’s van Ketelbroek op in ministeriële nota’s en is voedselbosbouw uitgegroeid tot een officiële beleidsdoelstelling: wat Schouten betreft komt er duizend hectare bij. Ketelbroek is 2,4 hectare.

Dat is snel gegaan, beaamt Van Eck, tevens voorzitter van de Stichting Voedselbosbouw Nederland. Ketelbroek is een particulier initiatief. ‘Wij zijn ontstaan buiten de gevestigde orde om. Maar blijkbaar raken we een snaar.’

In een paar jaar tijd is Ketelbroek uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor wetenschappers, studenten en boeren. ‘We worden overstroomd door aanvragen voor rondleidingen.’ Vooral jonge boeren zijn geïnteresseerd, merkt Van Eck. ‘Wij brengen bosbouw en landbouw bij elkaar. Dat zijn nu nog gescheiden werelden. Daar heb je vernieuwers voor nodig.’

Voedselbossen

De animo is groot, zegt hij: op tal van plekken in Nederland worden voedselbossen aangeplant. ‘Wij hebben als stichting 300 tot 400 hectare met serieuze projecten in de pijplijn. We zijn bezig een schaalsprong te maken.’ Voedselbossen zijn volgens hem vooral kansrijk in landbouwgebieden die dicht tegen natuur aanliggen vanwege problemen met stikstofuitstoot. ‘Daar is ook budget voor boeren die willen omschakelen.’

Dat is nodig, want de financiering is nog wel een hobbel, benadrukt agroecologisch adviseur Rombouts. Het aanplanten van een hectare walnotenbomen kost 3.000 euro. Maar het duurt jaren voor die wat opleveren. Het zou goed zijn als er een transitievergoeding komt voor boeren die willen overstappen op boslandbouw, zegt Rombouts. ‘Dat geeft een steun in de rug.’

Ook bij banken is een cultuuromslag nodig, weet melkveehouder Verhulst. ‘Veel banken doen moeilijk als je bomen plant op landbouwgrond. In hun ogen wordt de grond daardoor minder waard. Banken kijken nog puur door de gangbare landbouwbril.’

Voor Verhulst past bomen planten bij een manier van boeren die dichter aansluit bij de natuur. De walnotenbomen zijn wat hem betreft nog maar het begin. Hoe het verder gaat, laat hij graag aan zijn kinderen over. ‘De volgende generatie mag er verder mee gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden