De bij raakt - tot overmaat van ramp - verslaafd aan landbouwgif

Er komt maar geen eind aan de beproevingen van de 'neonicotinoïden', de landbouw-insecticiden die ervan worden verdacht bijen te schaden. Terwijl alle ogen gericht zijn op de honingbij, blijkt dat de klappen uitgerekend vallen bij wilde bijen zoals de hommel en de metselbij. En tot overmaat van ramp raken sommige bijen verslaafd aan het gif, als een roker aan sigaretten.

Beeld anp

De neonicotinoïden werden in de jaren negentig binnengehaald als precisie-bestrijdingsmiddel tegen plaaginsecten. Inmiddels zijn er echter zoveel aanwijzingen dat de stoffen ook schadelijk zijn voor andere insecten, dat de Europese Commissie besloot drie neonicotinoïden aan banden te leggen in toepassingen die mogelijk schadelijk zijn voor bijen. Dit jaar bepaalt de Commissie hoe het verder moet.

Twee nieuwe studies, die vandaag los van elkaar worden gepubliceerd in Nature, halen twee cruciale argumenten van de voorstanders onderuit: misschien is er op de gewone akker weinig aan de hand en misschien lusten bijen nectar met neonicotinoïden erin niet.

Minst last van gif

Om die eerste kwestie op te lossen, bestudeerden Maj Rundlöf van de universiteit van Lund en collega's acht paren proefvelden met koolzaad: telkens één veld zonder, en één veld behandeld met neonicotinoïden. Tot verbijstering van de wetenschappers had de honingbij nog het minste last van het insectengif. Wilde bijen zoals hommels en metselbijen daarentegen namen in aantal af en hadden minder nestactiviteit rondom de gifveldjes.

'Dit is precies de cruciale informatie die tot nu toe ontbrak', zegt bijenexpert Koos Biesmeijer van Naturalis. 'Men kon altijd zeggen: wat we weten is gebaseerd op laboratoriumexperimenten en hoeveelheden neonicotinoïden die in het veld niet realistisch zijn. Maar deze studie is helemaal zoals de boer het doet - en zoals de bij het doet.' Honingbijen zijn vaak voor maar de helft van de bestuiving verantwoordelijk; de rest komt op het conto van wilde bijen en soorten als zweefvliegen.

Geen smaak

Aan de universiteit van Newcastle voerden Sébastien Kessler en collega's honingbijen en hommels pipetjes met nectar, al dan niet aangelengd met de drie meest gebruikte neonicotinoïden. Al snel bleek dat de dieren de stoffen niet kunnen proeven: ze schrokken niet terug voor de vergiftigde nectar.

Verontrustender was echter de ontdekking dat hommels en honingbijen de voorkeur geven aan twee van de neonicotinoïden boven gewone nectar. Waarschijnlijk is er sprake van een soort rookverslaving, denken de onderzoekers. Neonicotinoïden zijn immers afgeleid van nicotine, de stof waarmee de tabaksplant vijanden van het lijf houdt. Volgens Biesmeijer is het ook denkbaar dat de dieren de gifstoffen lekker vinden ruiken. 'Zelf had ik er nog wat meer analyses tegenaan gegooid.'

Eerder deze maand vatte de koepel van Europese wetenschapsakademies EASAC de stand van kennis samen: vast staat dat neonicotinoïden ook in heel kleine, niet-dodelijke hoeveelheden schadelijk zijn, en in gebieden waar de stoffen worden gebruikt is steeds meer bewijs van 'ernstige negatieve effecten' voor soorten als kevers en akkervogels.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.