De allereerste mens is een tobberig type

Het scheppingsverhaal is niet de enige mythe die een begin markeert. Veel culturen kennen beginverhalen die over iets heel anders gaan....

In het begin schiep God de hemel en de aarde. Of scheidde hij, volgens de jongste wetenschappelijke inzichten, de hemel van de aarde, het land van de zee, de zeemonsters van de vogels, en schiep hij daarna de planten, dieren en de mens. In andere culturen ging het er vaak heel anders toe. In Chinese en Indiase mythen worden oergoden ontleed of ontleden zij zichzelf. Van sommige goden zijn de ledematen vergaan, er ontstaat gras uit hun haar, en uit hun dijen komen vruchtbare heuvels. In Congo krijgt de Kuba-oergod uit Kasaï opeens verschrikkelijke buikpijn, zodat hij moet overgeven. Eerst komt de zon eruit, dan de maan, de aarde, de struiken, bomen en dieren. En uiteindelijk de mensen, die – zo wil het verhaal – in grote aantallen zijn lijf verlaten.

‘Daar kan hij dus niks aan doen, dat overkomt hem’, zegt prof.dr. Mineke Schipper (1938), emeritus-hoogleraar Interculturele Literatuurwetenschap van de Universiteit Leiden. Zij spreekt dan ook liever van beginverhalen dan van scheppingsverhalen. ‘Scheppen komt lang niet in alle verhalen voor, en als bijvoorbeeld zo’n autonome mannelijke god mensen uit z’n eigen lijf voortbrengt, dan is dat meer een vorm van baren dan van scheppen.’

Schipper heeft zojuist de laatste hand gelegd aan een boek over beginverhalen, dat in februari volgend jaar verschijnt onder de titel In het begin was er niemand – Hoe de eerste mensen in de wereld kwamen. Daarin laat ze zien dat culturen niet alleen verschillend zijn, maar ook veel gemeenschappelijk hebben. Ze verzamelde 1.500 beginverhalen van grote en kleine culturen uit de hele wereld. Analyseerde ze, vergeleek ze en gaf er een wetenschappelijke interpretatie aan. Vaak komen ze uit boeken, maar ‘je hoort ook verhalen, je komt ze op allerlei manieren tegen. Ik geef er in mijn boek ook voorbeelden van. Maar wat ik vooral heb geprobeerd, is de vraag te beantwoorden wat voor soort antwoorden mensen hebben op de vraag hoe wij hier met z’n allen gekomen zijn. Geschapen of niet geschapen, dat is de vraag, en zo ja, dan blijkt er behalve aarde nog heel wat ander materiaal te zijn waar de eerste mensen van gemaakt kunnen worden.’

De variëteit in beginverhalen is groot. Maar behalve verschillen zijn er ook sterke overeenkomsten bij waar en hoe het allemaal begonnen is. In de bijbelse mythe is de aarde woest en doods en ligt de duisternis over de oervloed. In veel Aziatische en Afrikaanse beginverhalen is het niet veel anders: chaos, donkere oersoep, water, blubber. Vervolgens zijn er de planten en de dieren, en uiteindelijk is er de mens. In sommige beginverhalen was de mens er altijd al, niet op de aarde maar in de hemel. Of hij verbleef onder de aarde, waaruit hij omhoog gekropen is. Of hij kwam uit een ei. De parallel in al die mythen, van China tot Latijns-Amerika, Afrika, Australië of het Oud-Noors, is net zo basaal als vanzelfsprekend: de mens ontstaat en gaat dood. ‘Hetzelfde zie je vaak op macroniveau’, zegt Schipper. ‘De parallel is dan: de aarde komt uit een ei, het universum komt uit een ei – de helft is de hemel, de andere helft de aarde – en de eerste mens komt soms ook uit een ei.’

De mens wordt in de verhalen ook geboren uit goden die met elkaar paren. Of uit het ei van een godin die door een slang is bevrucht. Er is ook een god die masturberend twee kinderen baart met de hand die wordt gestuurd door een godin. In het hindoeïsme wordt met de ontleding van de god Purusha tegelijk de maatschappijstructuur vastgelegd, het kastensysteem van boven naar beneden: uit zijn hoofd ontstaan de priesters, zijn armen worden de nobelen, uit het onderlijf worden de handwerkslieden gemaakt, en uit zijn voeten komen de slaven.

‘Wat ik heel interessant vind’, zegt Schipper, ‘is dat niet alleen de moeder van alle baarmoeders het kind uit haar lijf laat komen, maar dat er ook autonome mannelijke voortplanters zijn. Het idee bij die masturberende god – en dat zegt-ie ook – is: ik was er al en bracht al mensen voort voordat de vulva’s er waren.’

Wat haar ook in de beginverhalen is opgevallen, is de rivaliteit tussen man en vrouw, tussen scheppende goden en godinnen. ‘Wat je ziet is dat een godin soms in het begin een heel belangrijke rol speelt en later in een god verandert in een andere versie van het beginverhaal. Later zie je ook in de verhalen van de grote godsdiensten dat vrouwen vaak buiten de belangrijke functies zijn gehouden. Waar dat mee te maken heeft, is moeilijk te zeggen, maar je ziet er in veel verhalen signalen van. De eerste mens is meestal een man. Soms is die met de rechterhand van een god gemaakt, en de vrouw met de linkerhand. In een verhaal van de Gikuyu in Kenia zie je dat de vrouwen in het begin de baas zijn en dat de mannen alles voor hen moeten doen: voor de kinderen zorgen, op het land werken. Dan wordt er verteld dat de vrouwen te veeleisend zijn. De mannen spreken met elkaar af dat het zo niet langer gaat en dat ze de vrouwen allemaal tegelijk zwanger zullen maken. Als het dan zover is, nemen ze de macht over. En sindsdien, zo besluit het verhaal, is alles paîs en vree.

‘In een ander verhaal maakt een god eerst een aantal mannen, dan wil hij aan de vrouwen beginnen, maar dan blijkt zijn materiaal op te zijn, en dan worden de vrouwen van restjes gemaakt. Dat de vrouw een ondergeschikte positie bekleedt gaat opvallen naarmate je meer verhalen hoort of leest. Ik denk ook dat de meeste verhalen vanuit een mannelijk perspectief zijn geschreven: eerst waren er de mannen, daarna kwamen de vrouwen, en die worden minder actief en minder belangrijk gemaakt. Mannen kunnen soms ook vrouw worden. Er is een verhaal uit Tanzania over de eerste twee mannen. De een ligt onder een boom te slapen, de ander klimt met een bijl in de boom om honing uit de holle stam te halen. Dan valt de kop van zijn bijl boven op de penis van de slapende man. Die begint te bloeden, en zo wordt en passant de menstruatie uitgelegd. De man is vrouw geworden. En daarna kunnen ze met elkaar slapen en paren.

‘De beginverhalen worden vaak gebruikt om een bepaalde structuur in de samenleving te rechtvaardigen: waarom de mannen dít doen en de vrouwen dát. Er zit ook vaak angst in, de angst van mannen voor de vrouw, voor seks, want ja, de eerste mannen zijn vaak volstrekt seksloos, of ze hebben een penis maar weten niet hoe ze ermee om moeten gaan. Uit die angst zijn ook verhalen over de vagina dentata ontstaan, de mannelijke angst dat vrouwen in het begin tanden in hun vagina hadden.

‘De man is eerst alleen, dan moet er een tweede mens bij, er moeten verschillende seksen zijn. En dan heb je nog de vraag: wie mag bovenop? Een apocrief verhaal over Adam en zijn eerste vrouw Lilith. Zij wil bovenop, want, zegt ze, wij zijn van dezelfde stof gemaakt, dus waarom zou jíj? Je kunt dus wel zeggen: in het begin is het meteen al flink tobben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden