De aarde kan wel voor zichzelf zorgen (2)

Geologen hanteren voor de tijd andere schalen dan we gewoon zijn, schreef ik vorige week, en een blik op de aarde vanuit geologisch perspectief kan helpen de doelen voor het klimaatbeleid en duurzaamheid scherper te formuleren....

Frank Kalshoven

De homo sapiens (en voorgangers) leven pas enkele tienduizenden jaren op aarde, wat in de geologische tijdrekening betekent dat we er net zijn – de aarde is een slordige vijf miljard jaar oud. Gedurende die vijf miljard jaar heeft de aarde al heel wat rare kostgangers voorbij zien komen, van de eerste klonters bacteriën, via dinosauriërs tot zoogdieren.

Voor de aarde maakt het niet veel uit wie er op de afgekoelde korst boven de lava rondscharrelen, maar de scharrelaars zelf zijn wel afhankelijk van de ontwikkelingen van en op de planeet. Miljoenen jaren van evolutie werden vernietigd toen de dinosauriërs uitstierven, vermoedelijk na de inslag van een groot stuk steen uit de ruimte. De evolutie begon gewoon opnieuw met de huidige soortenrijkdom als resultaat. Zouden bij een volgende ‘grote gebeurtenis’ – bijvoorbeeld als gevolg van vulkaanuitbarstingen waarvan het stof de aarde afschermt van de zon – de huidige soorten uitsterven, dan zullen er weer nieuwe soorten ontstaan. De mens zal dan net zo min terugkeren als de dino’s na de vorige grote gebeurtenis.

Klimaatbeleid gaat dus over de mens en diens kansen op aarde, gegeven de natuurlijke processen die zich buiten de menselijke invloedsfeer voltrekken, en die – zie vorige week – veel langzamer maar ook krachtiger zijn dan wat de mens zoals uitspookt. En de enige reden om ons er druk over te maken is vanuit ons eigen belang: het laat de aarde koud of we voortbestaan; de andere soorten op aarde, dieren en planten, zijn zonder ons beter af, terwijl die soorten zelf, voor de aarde, net zo belangrijk zijn als de mens: niet.

We doen het voor onszelf. Dat is de, wat mij betreft, verhelderende conclusie van de ‘longer view’ op de ontwikkeling van de aarde. Het zet, althans in mijn hoofd, allerlei milieukwesties in een ander licht.

Neem soortenrijkdom. Door het in rap tempo uitsterven van allerlei soorten dieren en planten neemt die heterogeniteit af. Dat is erg, zeggen natuur- en milieubeschermers en ministers die erover gaan.

Maar waarom dan eigenlijk? Niet vanwege de natuur of de aarde zelf, hebben we nu vastgesteld. Wel of geen ijsberen – het laat de aarde koud. Afnemende soortenrijkdom kan om nog maar twee redenen ‘erg’ zijn. Ten eerste: de mens vindt een soort de moeite waard om te bewaren, bijvoorbeeld om esthetische redenen, omwille van vermakelijkheid of vanwege de bruikbaarheid (baten). Ten tweede: het verdwijnen van een soort heeft op wat langere termijn negatieve consequenties voor de mens, vanwege het een of andere kringloopeffect (veroorzaakt kosten).

Zo beschouwd zijn we dan plots weer dicht bij het economische huis. Want het al dan niet beschermen of redden van soorten wordt dan een onderwerp voor een maatschappelijke kosten/baten-analyse.

Of neem de effecten van zeespiegelstijging. Wie tot zich laat doordringen dat de Middellandse Zee zo’n tien keer is drooggevallen en weer is volgestroomd, realiseert zich dat de nu voorspelde stijging van de zeespiegel – voor Nederland veel minder dan een meter in honderd jaar – kinderspel is. Tussen nu en, zeg, tien miljoen jaar, zal de zeespiegel tientallen meters stijgen en dalen. En de aarde noch de natuur zullen zich hier iets van aantrekken. Waar het om gaat is: het is onhandig voor de mens.

Dit voert tot een radicale economische conclusie. Vorige week zagen we dat tijd in feite gaat over dat wat vloeibaar is: niets is vloeibaar op korte en alles is aanpasbaar op lange termijn. Gegeven de fluctuaties in de zeespiegel op lange termijn lijkt het, ongeacht dat metertje door CO2-uitstoot, omwille van toekomstige generaties onverstandig het economisch zwaartepunt van een land onder huidig zeeniveau te bouwen in een modderige rivierdelta. Oftewel: Nederland is geologisch onverstandig. Op korte termijn ligt de Randstad uiteraard fysiek vast. Maar op de lange termijn kan het zwaartepunt naar hoger gelegen grond worden verschoven. Hoe dat op een verstandige manier zou kunnen, is een echte hersenkraker. Dat lossen we vandaag niet op.

Een open vraag bij dit alles: als menselijk gedrag in klimaattermen een muis is, en de natuur zelf is de olifant, moeten we ons dan zorgen maken over het gedrag van de muis of ons voorbereiden op het langs stampen van de olifant?

Kort en goed: save the planet is onzin. Save the people is eerlijker. En of CO2-reductie bij het redden van de mensen zo belangrijk is, dat is – bekeken vanuit geologisch perspectief – nog maar helemaal de vraag. Aanpassen zou slimmer kunnen zijn.

Reageren?frank@argumentenfabiek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden