Dat honden zo lief en sociaal zijn, komt door een dna-fout

Wetenschappers hebben een verrassende verklaring gevonden voor het feit dat honden zo lief en sociaal zijn. De dieren lijden aan 'de hondenversie van het Williams-Beuren-syndroom bij de mens', in de woorden van een van de onderzoekers. Dat is een aangeboren verstandelijke beperking, onder meer gekenmerkt door een opvallend lief en sociaal karakter.

Beeld thinkstock

Mensen met het zeldzame Williams-syndroom, hebben behalve hun verstandelijke beperking een open gezicht en een uitgesproken zonnig, hartelijk karakter. Dat heeft 'sterke overeenkomsten' met het extreem sociale gedrag van honden, schrijft een Amerikaans onderzoeksteam in vakblad Science Advances. Bij zowel honden als mensen met het syndroom is hetzelfde stuk dna verstoord.

'Een hypersociale aard was tijdens het domesticatieproces erg voordelig voor de hond', licht onderzoeksleider Bridgett VonHoldt van de Princeton Universiteit desgevraagd toe. 'Daarop hebben we ze vele generaties lang geselecteerd.' Overigens gaat het te ver om honden eenvoudigweg te bestempelen als verstandelijk gehandicapte wolven, benadrukt ze: dat is te kort door de bocht.

'Schrijffouten' in drie genen

De hond moet ergens tussen de 40- en de 20 duizend jaar geleden in Europa bondgenoot van de mens zijn geworden, blijkt uit nieuw Duits dna-onderzoek dat toevallig ook deze week werd gepubliceerd. In de eeuwen daarna kreeg de hond geleidelijk meer 'puppy-achtige' trekjes, zoals grote ogen en een kortere snuit. Maar ook in karakter zal 's mans beste vriend langzaamaan socialer en milder zijn geworden.

VonHoldt ontdekte dat er bij de hond 'schrijffouten' zijn geslopen in drie genen die bij mensen met Williams-syndroom zelfs helemaal ontbreken. Waarschijnlijk regelen die genen details van hoe we ons voelen in de nabijheid van anderen, al is de precieze werking onduidelijk. Ook laboratoriummuizen bij wie de genen zijn verwijderd, worden opeens opvallend sociaal.

Beeld ap

'Schattigheidsgenen'

Eigenlijk kan het geen toeval zijn dat zowel de hypersociale honden als de extreem goeiige Williams-patiënten ruwweg dezelfde verstoring hebben in hun genetische receptenboek, vindt ook cognitief psycholoog Mariska Kret (Universiteit Leiden), zelf niet betrokken bij de Amerikaanse studie. 'Het interessante van honden is dat de mens veel invloed heeft uitgeoefend op hun evolutionaire ontwikkeling. En hier zie je selectiedruk op eigenschappen die aangenaam zijn voor de mens.' Kret is dan ook enthousiast: 'Mooi om te zien hoe deze onderzoekers dit fenomeen los van de diersoort beschouwen. En met succes. Je denkt bij het Williams-syndroom niet meteen aan honden.'

VonHoldt vermoedt dat verschillende hondenrassen ook iets andere 'schattigheidsgenen' hebben, met lieve knuffelhonden zoals de labrador en de golden retriever aan de ene kant, en rassen die we gebruiken als waak-, jacht- of sledehond aan de andere kant. 'Mijn hypothese is dat we de sociale persoonlijkheidstrekken in sommige rassen hebben versterkt, en in andere hebben afgezwakt.'

Beeld epa
Beeld Rechtenvrij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.