Darwins theorie is voor de helft achterhaald

De verheerlijking van Darwin ontneemt het zicht op de revolutie die zich intussen in de evolutiebiologie heeft voltrokken, betoogt Nico van Straalen....

In dit Darwinjaar is een ware stortvloed van darwiniana over ons neergedaald. Als oprechte darwinist vind ik dat prachtig, maar er zit ook een ongemakkelijke kant aan: door de nadruk op Darwin lijkt het wel alsof sindsdien in de evolutietheorie niets meer is gebeurd. Dat werkt contraproductief in de beeldvorming. Creationisten richten zich vaak op een volkomen achterhaald beeld van de evolutietheorie, en dit wordt versterkt door de enorme aandacht voor Darwin als oervader van die theorie.

De klassieke versie van de evolutietheorie kreeg vorm toen begin 20ste eeuw de erfelijkheidswetten van Mendel in verband werden gebracht met Darwins evolutiegedachte. Deze klassieke theorie staat bekend als moderne synthese. Daarin wordt evolutie als volgt gedefinieerd: door mutatie ontstaan voortdurend nieuwe varianten van genen; deze nieuwe varianten zijn aanvankelijk zeldzaam, maar kunnen, als ze in een bepaald milieu een voordeel bieden aan de drager, per generatie in frequentie toenemen en zich verspreiden over de hele soort.

De klassieke evolutiegedachte legt dus een grote nadruk op het milieu, dat de beste varianten van nieuwe genen selecteert en de drijvende kracht achter de evolutie is. Darwin zelf benadrukte het belang van het milieu door te spreken van een ‘tangled bank’, een verknoopte walkant waarin planten door elkaar groeien, insecten rondfladderen en wormen door de vochtige aarde kruipen. In die verknoopte walkant is het een drukte van belang en iedereen moet knokken om zijn plaats te behouden.

Inmiddels heeft zich in de biologie sinds 1995 een ware revolutie voltrokken. We weten nu dat de erfelijke eigenschappen van een organisme vastgelegd zijn in een heel speciaal molecuul, het DNA, en we hebben de volledige genetische code van dat DNA ontrafeld voor honderden bacteriën en meer dan twintig diersoorten. Omdat we nu het DNA van alle dieren, planten en micro-organismen met elkaar kunnen vergelijken, hebben we een veel beter zicht op de boom van het leven gekregen.

Op essentiële punten blijkt die boom anders in elkaar te zitten dan lang is gedacht. Zaken die we jarenlang geleerd hebben, bijvoorbeeld de hoofdindeling van het leven (planten, dieren en micro-organismen), zijn inmiddels volkomen achterhaald.

Ook kunnen we nu vaststellen dat in het DNA veel meer beweging is dan gedacht. Er is een continue herschikking van het genetisch materiaal aan de gang. Stukken DNA kunnen van de ene naar de andere plaats springen door middel van virusachtige deeltjes, genen kunnen plaatselijk verdubbelen en zelfs het hele DNA kan verdubbelen. We weten ook dat DNA kan overspringen van de ene naar de andere soort, niet alleen tussen bacteriën, maar ook van parasieten naar hun gastheren.

Verder blijkt dat evolutie van nieuwe bouwplannen niet altijd het gevolg is van veranderingen van genen, maar ook van de manier waarop die genen geactiveerd worden tijdens de ontwikkeling, nota bene onder invloed van onderdelen van het DNA die geen herkenbare genetische code hebben. Als klap op de vuurpijl is ontdekt dat in een aantal gevallen eigenschappen die tijdens het leven worden verworven, overgedragen kunnen worden op de nakomelingen, een mechanisme in de geest van Lamarck, overduidelijk niet-Darwiniaans, dat al in 1888 door August Weissmann naar de prullenbak verwezen was – naar men dacht voorgoed.

Die turbulentie in het DNA vormt als het ware een interne ‘tangled bank’. Het is een bron van vernieuwing en evolutionair knutselen die los staat van de omgeving. Uiteraard zullen veel moleculaire experimenten afgestraft worden door het milieu, bijvoorbeeld bij misvormingen of monsters. Het milieu stelt de uiterste grenzen vast voor de levensvatbaarheid van het moleculaire geknutsel, maar binnen die grenzen is van alles mogelijk. Als we kijken naar de opeenvolging van soorten in de loop van de tijd, en willen verklaren waarom nieuwe lichaamsvormen ontstaan, dan schiet het principe van natuurlijke selectie tekort.

Dit is de moderne opvatting van evolutie: niet alles is een aanpassing aan het milieu. De bouwplannen van planten en dieren zijn veranderd door ongericht geknutsel dat spontaan optreedt in het DNA en waarvan alleen de allerberoerdste resultaten weggeselecteerd zijn. Natuurlijke selectie is niet de oorzaak, maar het gevolg van evolutie. Hoe evolutie verloopt, daarvoor moeten we naar het genoom kijken, niet naar het milieu.

We kunnen het Darwin niet kwalijk nemen dat hij in 1859 niks wist van DNA, genetica en ontwikkelingsbiologie. Zijn gedachtengoed is nog steeds springlevend, maar biologen weten dat het evolutiemechanisme dat hij voor ogen had, maar één kant van het verhaal is. De verheerlijking van Darwin in 2009 geeft een vertekend beeld van de moderne evolutiebiologie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden