Dan zul je papier eten. De levensloop van Gabriel Garcia Marquez tot 1967

IN GEPEINS verzonken zit Gabriel García Márquez aan een gammele, houten tafel. Hij heeft zijn schoenen uitgedaan en woelt met zijn rechterhand door zijn haar....

Naar verluidt werd deze prachtige foto begin jaren zeventig in Barcelona genomen, waar Márquez aan De herfst van de patriarch werkte. Hij was al beroemd, maar uit deze foto blijkt ondubbelzinnig dat schrijven voor hem een ascetische aangelegenheid was gebleven, die in enkele woorden kon worden samengevat: concentratie, papier, typemachine, prullenbak.

De Colombiaan Dasso Saldívar (1951) koos de foto voor het omslag van zijn biografie García Míarquez - El viaje a la semilla. 'Alsof ik al dood ben', verzuchtte Márquez toen hij hoorde dat zijn landgenoot aan zijn biografie werkte. Maar bij nader inzien blijkt hij een ideaal onderwerp voor een 'voorlopige' biografie. Zonder zijn overige werk te kort te doen, kun je Honderd jaar eenzaamheid beschouwen als een mijlpaal. Márquez heeft zijn eerste veertig levensjaren - aanvankelijk intuïtief, later doelbewust - aan het schrijven van dit boek gegeven. Toen het in 1967 uitkwam, sloot hij tevens een hoofdstuk in zijn leven af.

El viaje a la semilla (te vertalen als 'De reis naar de oorsprong') eindigt in 1967. Dat moet Márquez hebben aangesproken; hij verleende Saldívar uiteindelijk alle medewerking. Het resultaat van diens minutieuze onderzoek mag er zijn: een vuistdik boek met bijna vijfhonderd bladzijden informatieve tekst, een uitgebreid notenapparaat en ruim zeventig foto's.

Het boek begint met de reis die Márquez in 1952 met zijn moeder naar Aracataca ondernam, om het 'magische' huis van zijn grootouders te verkopen. In die tijd wilde Márquez over zijn jeugd schrijven. Het weerzien met zijn geboortedorp deed hem beseffen dat hij daarbij zijn geschiedenis niet buiten beschouwing kon laten. Vooral het verleden van zijn invloedrijke grootouders van moederszijde, kolonel Nicolás Márquez en Tranquilina Iguarán, verdiende nadere bestudering.

In navolging van Márquez gaat Saldívar op reis 'naar de oorsprong'. Hij geeft in zijn boek een helder overzicht van de levensloop van Márquez' voorouders en de woelige politieke situatie in het Colombia van rond de eeuwwisseling. Hij bespreekt de ontstaansgeschiedenis van Aracataca, dat model zou staan voor het mythische Macondo.

Niet alles wat wordt vermeld, zal lezers van Márquez' boeken onbekend voorkomen, omdat de geschiedenis van Aracataca en het leven van zijn grootouders een belangrijke inspiratiebron voor hem waren. Toch doet dat weinig af aan het belang van Saldívars verhaal. Dankzij de gedegen studie van de vele personages en gebeurtenissen die vooral Honderd jaar eenzaamheid tot zo'n rijk boek maakten, besef je pas wat Márquez bedoelde toen hij zei dat hij nooit iets heeft verzonnen.

Maar Márquez spreekt niet altijd de waarheid. Over zijn eigen leven heeft hij nogal wat uit zijn duim gezogen, blijkt uit Saldívars boek. Neem zijn geboortedatum: Márquez zei altijd dat hij in 1928 is geboren, een jaartal dat in vrijwel alle publicaties over hem is terug te vinden, maar zijn geboortejaar is in werkelijkheid 1927. Saldívar citeert Márquez' broer Luis Enrique, die meent dat Gabriel per se in het jaar van de beruchte staking van de bananenplantage-arbeiders geboren had willen worden.

De bloedige onderdrukking van deze opstand vormt een dramatisch hoogtepunt in Honderd jaar eenzaamheid. Ook hier leek Márquez te fantaseren. Hij sprak van drieduizend doden, terwijl er volgens de autoriteiten negen slachtoffers waren gevallen. Vermoedelijk vielen er in werkelijkheid enkele honderden doden, maar sind 1967 neemt vrijwel iedereen aan dat het er drieduizend zijn geweest.

Uit de passages over Márquez' jeugd blijkt dat Gabriel uitzonderlijk nieuwsgierig was en voortdurend iedereen vragen stelde. Dit tot wanhoop van zijn oma, die hem pas rustig kreeg door hem op te dragen stil op een stoel te blijven zitten, omdat hij anders de geesten van de overleden bewoners zou irriteren. De nachtmerries die hem als gevolg daarvan bezochten, zouden een belangrijke voedingsbodem worden voor zijn latere werk. Zijn literaire ontwikkeling voltrok zich verbluffend snel. Tijdens zijn eenzame studietijd in Bogotá raakte hij verslaafd aan lezen en zette hij zijn eerste prozateksten op papier. Een dag nadat hij Kafka onder ogen kreeg, schreef hij zijn eerste 'echte' verhaal, dat door de gezaghebbende krant El Spectador werd afgedrukt. Márquez was toen net twintig.

Hoewel hij in Colombia snel naam maakte, kon hij lange tijd amper van zijn pen leven. Dat had zijn teleurgestelde vader al voorspeld: 'Als je schrijver wilt worden, dan zul je papier eten.' Een onwankelbaar zelfvertrouwen, een intense liefde voor de literatuur en een aantal uitzonderlijk goede vrienden en raadgevers verhinderden echter dat Márquez opgaf.

In 1954 braken er gunstiger tijden aan: hij kreeg een contract bij El Spectador en schreef in rap tempo een reeks opzienbarende reportages. Een jaar later werd hij als correspondent naar Europa gezonden. Márquez noemde het een soort 'ballingschap', omdat hij met zijn 'Verhaal van een schipbreukeling' de woede van de dichter Rojas Pinilla zou hebben gewekt. Saldívar laat zien dat hij overdreef: Márquez wilde zijn vaderland vanuit een nieuw perspectief bezien en, vooral, film studeren in Rome.

Hij hield het echter al na enkele maanden voor gezien in Cinecittà en vertrok naar Parijs, waar hij begin 1956 hoorde dat El Spectador door de dictatuur was verboden. Ruim een jaar lang leefde hij in grote armoede. Met de hulp van zijn vele vrienden en dankzij uiteenlopende baantjes (hij zong zelfs een blauwe maandag in een nachtclub) hield hij het hoofd boven water.

Na onder meer in Havana te hebben gewoond, vestigde hij zich in 1961 in Mexico. Hij had toen twee romans op zijn naam staan en in feite was hij klaar voor het meesterwerk dat zijn vrouw Mercedes enkele jaren eerder al had aangekondigd. Toch begon hij pas in 1965 aan Honderd jaar eenzaamheid. Volgens Saldívar hield dit verband met zijn precaire financiële situatie - hij moest zelfs het hoofdredacteurschap van twee roddelbladen accepteren - én met zijn enorme passie voor de film.

Hij besloot de literatuur trouw te blijven, toen hij inzag dat hij als scenarioschrijver veel minder vrijheid zou hebben dan als romancier. Op een zomerdag in l965, tijdens een uitstapje met zijn gezin, wist hij opeens welke stijl hij voor zijn magnum opus moest hanteren.

Hij zou zijn grootmoeder als uitgangspunt nemen, die met een uitgestreken gezicht de meest ongelooflijke verhalen placht te vertellen. Márquez maakte rechtsomkeert en ging thuis meteen aan het werk.

Het hoofdstuk over het schrijven van Honderd jaar eenzaamheid is een hoogtepunt in de biografie. Nadat Saldívar de lezer inzicht heeft gegeven in de oorsprong van veel motieven, personages en anekdotes, reconstrueert hij Márquez' titanenarbeid bij het op schrift stellen van zijn verhaal.

Hij haalt getuigen aan, onder wie de Colombiaane auteur Alvero Mutis, die Márquez steevast 's avonds opzocht om onder het genot van een glas whisky over de roman in wording te praten. Als Gabriel te voorschijn kwam uit zijn met de meest bizarre handboeken volgestouwde werkhok, zag hij eruit alsof hij twaalf ronden had gebokst, aldus Mutis.

Uiteindelijk zou de 'literaire bevalling' veertien maanden duren. Eigenlijk wilde Márquez nog langer aan het boek werken, maar zijn financiële nood (hij had vrijwel al zijn bezittingen verpand) noopte hem een reeks episoden én twee generaties van het geslacht Buendía te schrappen.

Alle bronnen die Saldívar opvoert, beamen dat hij volledig aan de grond zat. Toen hij eind 1966 met zijn vrouw naar het postkantoor ging om het manuscript naar de Argentijnse uitgever Sudamericana te zenden, hadden ze met de grootste moeite het geld voor de portokosten bij elkaar geschraapt. Buiten sprak Mercedes, die nimmer de manuscripten van haar man pleegt te lezen, daarna de gedenkwaardige woorden: 'Gabo, nu ontbreekt het er nog aan dat het een slecht boek is.'

Sander de Vaan

Dasso Saldívar: García Márquez - El viaje a la semilla.

Alfaguara; 611 pagina's; ongeveer ¿ 45,-.

ISBN 84 204 8250 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden