REPORTAGE

Dagtrip Tsjernobyl: niets aanraken

Tsjernobyl

In de afgesloten zone van Tsjernobyl - waar zich dertig jaar geleden de kernramp voltrok - krijgen toeristen rondleidingen. Maar de radioactieve straling dan? Verslaggever Dennis Rijnvis meldt zich, aarzelend, aan.

Foto Chris Heijmans

Raak dit niet aan', zegt Igor Bodnartsjoek. De gids die mij en vier reisgenoten rondleidt in de 60 kilometer brede exclusion zone rond de kernreactor van Tsjernobyl, buigt zich voorover in de gang van een verlaten ziekenhuis. We zijn eerder door een oude operatiekamer gewandeld, langs ingestorte wachtruimtes en medicijnkasten vol gebroken flesjes.

Bodnartsjoek liep steeds op de automatische piloot voor ons uit, maar nu lijkt hij op zijn hoede voor iets dat op de grond ligt: een verschrompeld stukje stof. Hij haalt een geigerteller uit zijn zak om de straling van het materiaal te meten. Onmiddellijk begint het gele apparaatje te piepen: eerst langzaam, maar steeds luider.

Ik doe een stap achteruit. Van tevoren heb ik getwijfeld over mijn trip naar Tsjernobyl. De straling die hier op 26 april 1986 vrijkwam bij de de kernramp, heeft aan duizenden mensen het leven gekost.

Alarm van de geigerteller

De eerste 29 slachtoffers (vooral personeel van de reactor en hulpverleners) stierven al tijdens de ramp aan stralingsziekte. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO zullen er uiteindelijk vierduizend inwoners van het gebied aan indirecte gevolgen van de radioactiviteit overlijden, voornamelijk aan vormen van kanker.

Toch worden er sinds 1997 toeristen toegelaten in het gebied rond Tsjernobyl. Na advies van Nederlandse stralingsexperts heb ik besloten dat een zes uur durende rondleiding geen kwaad kan. Maar het alarm van de geigerteller brengt me weer aan het twijfelen. Wat straalt er nog in Tsjernobyl na dertig jaar en hoe bang moet ik ervoor zijn?

'Het is een overblijfsel van een brandweerpak', zegt Bodnartsjoek, terwijl hij knielt bij het stukje stof op de ziekenhuisvloer. De eerste brandweermannen die op 27 april 1986 probeerden om de brand in de kernreactor te blussen zijn opgevangen in het gebouw, vertelt hij. 'Ze zijn binnen enkele dagen overleden.' Hij legt de geigerteller op de grond en wijst nonchalant naar een hoop zand die even verderop in een trapgat is gestort. 'Daaronder is de rest van de kostuums opgeslagen. Gelukkig kan niemand erbij.'

Dertig jaar naar Tsjernobyl

In het gebied waar in 1986 kerncentrale nummer 4 ontplofte, worden inmiddels rondleidingen gegeven langs verlaten gebouwen, overwoekerde atletiekbanen en verroeste kermisatteacties. Dompel uzelf onder in Tsjernobyl met dit scrollverhaal.

De 'sarcofaag' over de ontplofte reactor in Tsjernobyl, die binnenkort een nieuwe overkapping krijgt. Foto Chris Heijmans

Sarcofaag

De ontplofte kernreactor in Tsjernobyl krijgt een nieuwe 'deksel'. Vlak na de kernramp in 1986 werd er een betonnen constructie over de centrale gebouwd om de straling tegen te houden, maar daar zijn scheuren in gekomen. Er wordt daarom gewerkt aan een 150 meter lange stalen 'sarcofaag' die de reactor de komende honderd jaar hermetisch moet afsluiten. De overkapping wordt in november over de oude betonnen kap geplaatst door het Nederlandse bedrijf Mammoet.

Niks op de grond leggen

De gids draait zich om, raapt de geigerteller op en loopt naar buiten. Daar pakt een van mijn reisgenoten het apparaatje van hem aan. We stappen in een mini-busje en rijden in de richting van kernreactor 4. Ondertussen denk ik aan iets dat stralingsdeskundige Harry Slaper van het RIVM me vooraf heeft verteld: 'Leg in Tsjernobyl en omgeving geen dingen op de grond die je later weer oppakt, dan kun je per ongeluk radioactieve deeltjes op je handen krijgen en inslikken als je iets eet.'

Veel stofdeeltjes en brokstukken in Tsjernobyl bevatten radioactieve stoffen die zijn vrijgekomen bij de ontploffing van de kernreactor. 'Het gaat vooral om Cesium 137', zegt Slaper. 'Dit soort stoffen zijn gevaarlijk door zogenoemde instabiele atoomkernen.' Dat wil zeggen dat de atomen heel langzaam uit elkaar vallen in andersoortige deeltjes. Bij dat 'verval' komt energie vrij in de vorm van straling. De intensiteit van het stralingsniveau drukken wetenschappers uit in de eenheid sievert. 'Hoe meer sievert iemand oploopt, hoe schadelijker de straling is voor het menselijk lichaam.'

79,8 microsievert per uur, dat getal blijft door mijn hoofd spoken als ik weer in de bus zit. Het was de waarde die de geigerteller aangaf bij het stukje stof van het brandweerpak. 'Niets om je zorgen over te maken', roept Bodnartsjoek van achter het stuur.

De verslaggever in de stralingsmeter. Foto Chris Heijmans

Natuurparadijs

De afwezigheid van mensen in Tsjernobyl is goed voor dieren. Dat blijkt uit verschillende studies. Bij veldonderzoek rondom de kernreactor telde de Britse bioloog Jim Smith (Universiteit Portsmouth) bijzonder grote aantallen wilde dieren, waaronder herten, wilde zwijnen, elanden en wolven. Zelfs de bruine beer is na een eeuw afwezigheid weer teruggekeerd naar Tsjernobyl.

Verspreidingspatroon

Ik probeer het cijfer te relativeren. In het dagelijks leven staat iedereen bloot aan een beetje radioactiviteit. Instabiele atomen komen niet alleen voor in kerncentrales, maar ook in bijvoorbeeld de bodem. In Nederland is daardoor een straling meetbaar van ongeveer 0,08 microsievert per uur. In Tsjernobyl ligt het niveau door de kernramp op sommige plekken ruim honderd keer hoger, heeft Slaper gewaarschuwd. Maar de stralingswaarde van het lapje stof was alarmerender: bijna duizend keer zo hoog.

De omgeving zorgt gelukkig voor afleiding. We lopen over een atletiekbaan die onherkenbaar is, omdat er bomen door het beton zijn gegroeid. Bodnartsjoek leidt ons ook door een wijkcentrum en een zaalvoetbalhal in Pripjat, de stad die vlak naast de kernreactor ligt. De ramen zijn gebroken, het veld is bezaaid met takken en bladeren. De uitgang - waar geen deur meer in zit - komt uit op de plek die is uitgegroeid tot het symbool van Tsjernobyl: een plein met een verroest reuzenrad. Het is er doodstil. We horen onze eigen voetstappen terwijl we langs met gras overwoekerde botsautootjes lopen. Dan zomaar uit het niets laat de geigerteller weer van zich horen: 16 microsievert per uur. Drie stappen verder is de straling weer gedaald tot 0,4.

Hoe dat kan? Radioactiviteit verspreidt zich niet volgens een voorspelbaar patroon, zoals een gaswolk of een olievlek in zee, maar meer als zand in de wind. 'De grote brokstukken met radioactief materiaal zijn vlak naast de reactor in Tsjernobyl neergevallen, maar de stofdeeltjes zijn afhankelijk van hun grootte door de wind verspreid', legt Slaper uit. De kleinste waaiden uit over heel Europa, de grootste kwamen in de nabije omgeving terecht. Ze bleven steken in dakgoten, bomen en struiken. In theorie kunnen zelfs de bezems van inwoners een rol hebben gespeeld. Als radioactieve deeltjes op een hoop worden geveegd op een pleintje, zou daar een hotspot kunnen ontstaan. 'Maar de bewoners waren relatief snel weg uit het gebied, dus die kans is klein', aldus Slaper.

Waarschuwingsborden bij de grens van Tsjernobyl. Foto Chris Heijmans

Verhoogde kans op kanker

Het gepiep went uiteindelijk. De ruïnes waar we doorheen lopen, eisen onze aandacht op. Alle gebouwen lijken halsoverkop verlaten, de kamers zijn bezaaid met voorwerpen die te interessant zijn om zomaar voorbij te lopen. In een verlaten school bladeren we in schoolboeken en schriften. We gaan op stoeltjes zitten in een stoffige bioscoopzaal. Als we door een leegstaand zwembad lopen, klim ik op de hoge duikplank, ook al heeft de trap aan de onderkant geen treden meer. 'Vandalisme is een probleem hier', zegt Bodnartsjoek terwijl hij me laat begaan.

Pas bij het verlaten van de exclusion zone denk ik aan de gevolgen van die klimpartij. We moeten op een stralingsmeter gaan staan, die controleert of er radioactieve deeltjes op ons lichaam zitten. Ik kijk naar het stof op mijn armen en mouwen. Maar het alarm van het apparaat gaat niet af.

Een operatiekamer in het oude ziekenhuis van Pripjat, de stad die naast de reactor ligt. Foto Chris Heijmans

Gezondheid

Toch blijf ik me afvragen of mijn bezoek aan Tsjernobyl op de lange termijn mijn gezondheid kan schaden. Heb ik mijn kans op kanker verhoogd door de vele hotspots waar ik doorheen ben gewandeld?

'In theorie wel', zegt Slaper. Als je blootstaat aan radioactiviteit, speel je in feite een soort roulette met je dna. 'De straling kan mutaties veroorzaken in het genetisch materiaal van de cellen van je organen.' Meestal heeft dat geen gevolgen. De schade wordt verholpen door natuurlijke processen. Het dna wordt gerepareerd door je lichaam, of de cel sterft af. 'Maar in uitzonderlijke gevallen treedt precies een bepaalde mutatie op die een vorm van kanker veroorzaakt.'

Die kans is klein. Bij mensen die over langere tijd aan 1 sievert worden blootgesteld, neemt het risico op kanker tijdens hun leven met ongeveer 5 procent toe.

Een lege flat in Pripjat. Foto Chris Heijmans

Babusha's of Chernobyl

Mijn rondleiding in Tsjernobyl duurde uiteindelijk slechts vijf uur. Zelfs als ik urenlang op een hotspot van 20 microsievert per uur (0,00002 sievert) had gestaan, was ik hooguit aan 0,0001 sievert extra straling blootgesteld. 'Dat is ongeveer evenveel straling als je vangt tijdens een retourvlucht met het vliegtuig naar Amerika', zegt Slaper. 'Hypothetisch gezien zijn je kansen om als gevolg daarvan te overlijden ongeveer 5 op de miljoen, dat is niet eens echt meetbaar.' In werkelijkheid lag het stralingsniveau in Tsjernobyl in de meeste gebieden nog honderd keer lager: rond de 0,4 microsievert per uur. 'De dosis die je hebt opgelopen is waarschijnlijk verwaarloosbaar.'

Geen verrassing voor Bodnartsjoek. Hij kent verschillende mensen die alweer tientallen jaren in de exclusion zone wonen. 'Het zijn ouderen die hier zijn opgegroeid en zijn teruggekeerd naar hun huizen', zegt hij. 'We komen ze soms tegen tijdens de rondleidingen.'

Vorig jaar bracht de Amerikaanse regisseuse Holly Morris een documentaire uit over deze mensen, genaamd Babusha's of Chernobyl. De film vertelt het verhaal van drie vrouwen die zich na de kernramp op boerderijen in het gebied vestigden. Ze eten er al 29 jaar groenten uit eigen tuin en verkeren in goede gezondheid, zo is te lezen op de website van de film.

Bewoonbaar

Toch kan het nog lange tijd duren voordat Tsjernobyl weer officieel bewoonbaar wordt verklaard. De radioactieve deeltjes van de stof Cesium 137 hebben een halfwaardetijd van dertig jaar. 'Dat betekent dat sinds de ramp pas de helft van alle atomen zijn vervallen', aldus Slaper. 'Over dertig jaar zal er nog een kwart van het radioactief materiaal over zijn, over zestig jaar nog steeds eenachtste.'

Door het afgraven van stukken besmet land is de radioactiviteit op veel plekken wel flink gedaald. Toch moeten volgens Slaper ook de 'hotspots' worden gereinigd voordat bewoning weer mogelijk is.

'Als je er nu zou gaan wonen met kinderen, loop je het risico dat ze bijvoorbeeld in aanraking komen met zo'n besmet stukje brandweerjas. Dat lijkt me geen goed idee.'

Een stralingsmeter. Foto Chris Heijmans
Meer over