Dagboek van joodse kleuterjuf

In 1942 was Adèle Louise ('Detje') Pinkhof 18 jaar. Ze was geboren in een joods gezin in Amsterdam. Haar vader was een bekende bioloog en meteoroloog, die werkte bij de Hortus Botanicus en regelmatig publiceerde in het Algemeen Handelsblad....

Zoals zoveel meisjes schreef ze een dagboek. Dat begint op dinsdag 1 september 1942 met het voorstellen van de kinderen die aan haar zorgen zijn toevertrouwd, en eindigt op woensdag 22 oktober van datzelfde jaar met de mededeling dat zij haar 'onderwijzerslegitimatie' heeft gehaald, 'tenminste weer een papiertje'. Kennelijk had ze daarna andere dingen aan haar hoofd. Halverwege 1943 werd het hele gezin Pinkhof via Westerbork naar een concentratiekamp gevoerd, waar ze allen - op één dochter na -

Detje's dagboek is bewaard gebleven en is nu gepubliceerd in een kleine, maar liefdevol verzorgde uitgave: Een dagboek met sprookjes uit Kamp Westerbork (Herinneringscentrum Kamp Westerbork/Uitgeverij Tuindorp Haarlem; * 19,90). De 'sprookjes' in de titel slaan op een paar verhaaltjes die Detje in Westerbork schreef en die in deze uitgave zijn opgenomen, met de tekeningen die Detje er zelf bij maakte. Aan deze sprookjes is een expositie gewijd in het Herinneringscentrum Westerbork (tot 14 september).

In haar dagboekaantekeningen toont Detje Pinkhof zich een enthousiaste kleuterleidster, die met veel plezier zorgt voor de kleuters die vaak afkomstig zijn uit arme joodse gezinnen in de Amsterdamse volksbuurt. Een keer klaagt zij dat hun ondergoed 'te vies (is) om met een tang aan te pakken'. De oorlog speelt geen overheersende rol, maar is altijd aanwezig. 'Dood wil ik niet', citeert zij een moeder, 'ook niet nou in de slechte tijd, want de napret wil ik nog beleve.'

De angst om opgepakt te worden heeft iedereen in de greep. 'Vanmorgen kwam ik op school en hoorde dat juffrouw Buitekant opgepakt was', noteert zij op 9 september. 'Anders is ze er altijd om kwart voor 9 en nu was 't al bij negenen en was ze er nog niet. Gelukkig bleek 't niet waar te zijn, ze kwam toevallig alleen maar wat later.' Op 10 september schrijft zij dat juffrouw Buitekant die nacht is weggehaald. 'Er heerste vanzelfsprekend een afschuwelijke stemming. Alsof er iemand aan een besmettelijke ziekte gestorven was, en wij allemaal bang waren voor de besmetting.'

In haar sprookjes vertelt Detje het verhaal van het stadskaboutertje Claartje Pink, die met haar familie door grote reuzen uit haar holletje werd gesleept en naar een kamp op de hei gevoerd. 'Ach wat naar! Ach wat vreselijk! Al de gevangen kaboutertjes werden op wagentjes geladen, door bunzings getrokken. Daar reden ze. De hele nacht door. Weg uit 't bos. 'Dag bos! Zouden we je wel weer eens terugzien?', riepen de kaboutertjes.'

Han van Gessel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden