Feiten voor bij de borrelHuurwoningen

Corporaties hebben er in vijf jaar tijd maar 729 huurwoningen bijgekregen

De verhuurdersheffing en begrensde verhoging van huurprijzen dwingt woningcorporaties te bezuinigen. Met grote gevolgen voor hun aanbod.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken ligt in de Tweede Kamer flink onder vuur nadat deze week uit CBS-cijfers is gebleken dat de huurprijzen op 1 juli met gemiddeld 2,9 procent zijn verhoogd, de hoogste stijging sinds 2014. De oppositie in de Tweede Kamer en ook een meerderheid in de Eerste Kamer willen dat Ollongren de huren bevriest, om zo huurders die in problemen komen door de economische neergang te helpen. Maar dat weigert de minister. Ze zou naar verluidt op Prinsjesdag de belasting voor woningcorporaties – de verhuurdersheffing – met 200 miljoen willen verlagen om de huursector te helpen. Een doekje voor het bloeden, zoals de oppositie schetst, of een majeure tegemoetkoming?

De verhuurdersheffing voor woningcorporaties is in 2013 ingevoerd en leverde de schatkist van 2014 tot en met 2019 in totaal 9,1 miljard euro op. De laatste jaren draagt de huursector elk jaar zo’n 1,7 miljard af. Als de corporaties krap bij kas zitten, kunnen ze ofwel meer geld binnenhalen door de huur te verhogen, ofwel minder uitgeven aan andere zaken.

De verhoging van de huurprijzen is in Nederland echter begrensd, zodat een corporatie niet onbeperkt huren kan verhogen. Corporaties mogen binnen een vastgestelde bandbreedte een huurverhoging doorvoeren voor zowel bestaande als nieuwe huurders. Huurders met een hoger inkomen kunnen een extra verhoging krijgen, maar een verhuurder kan de prijs vooral fors opschroeven als een huurder plaatsmaakt voor een nieuwe. De afgelopen twaalf maanden gingen bij zulke woningen de huurprijzen met 9,5 procent omhoog. Maar ook deze verhogingen zijn bij lange niet voldoende om de verhuurdersheffing te kunnen betalen.

De corporaties zijn daarom genoodzaakt te bezuinigen. Ze zijn minder huizen gaan bouwen, hebben renovaties uitgesteld of versoberd en soms ook huizen van de hand gedaan. Het resultaat is dat corporaties er de afgelopen vijf jaar niet meer dan 729 sociale huurwoningen bij hebben gekregen. Ter vergelijking: voor huizenkopers zijn er in dezelfde periode 240 duizend woningen bijgekomen.

Alle aanpassingen van de huurmarkt in 2014 hadden ook als doel om scheefhuurders te stimuleren naar duurdere huurwoningen of koopwoningen te verhuizen. Maar het aanbod van huurwoningen in de vrije sector is nooit echt van de grond gekomen.

Aangezien de bevolking blijft groeien door onder meer migratie en ook het aantal alleenstaanden stijgt, is de vraag naar betaalbare woningen nog altijd flink aan het groeien. Een handvol extra woningen bij corporaties en een groeiende vraag naar woningen veroorzaakt welhaast automatisch langere wachttijden. In veel gemeenten nam het aantal sociale huurwoningen zelfs af, waardoor huurders extra in de knel kwamen.

De combinatie van hogere huren, een tekort aan woningen en langere wachttijden heeft het vertrouwen van de huurder geschaad. Sinds 2014 is de tevredenheid van huurders aan het dalen, zo blijkt uit de meest recente cijfers van het CBS over woontevredenheid. De huurder van een corporatiewoning is daarbij zelfs somberder gestemd dan een huurder bij een particuliere verhuurder. 200 miljoen euro lijkt erg weinig om deze neergang te keren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden