Contact met het heilige

Op een bergtop zit een filosoof en op de top ernaast een dichter. Elk van de twee heeft het mooiste uitzicht en wil hier de ander van overtuigen....

Het Nijmeegse tijdschrift Parmentier heeft zijn zomernummer geheel gewijd aan dit nog altijd inspirerende vraagstuk. Redacteur Jan de Roder schreef een (grotendeels eerder in Trouw verschenen) inleiding en hij verbaast zich terecht over het feit dat niet Heidegger maar Wittgenstein een grote rol krijgt toebedeeld als er geschreven wordt over filosofie en literatuur. Heidegger schijnt alleen maar weerzin te wekken en dat terwijl juist hij, in tegenstelling tot Wittgenstein, de poëzie een plaats wilde geven op een berg even hoog als die van de filosofie.

De afwijkende standpunten van Heidegger komen nog uitvoeriger ter sprake in het ruim dertig pagina's tellende essay van Pieter Lemmens en Nico Dieteren. Zij beschrijven hoe Heidegger het 'methodisme' van de literatuurwetenschap verwierp nadat hij kennis had gemaakt met de poëzie van zijn enige echte geestverwant, de 'denkende dichter' Friedrich Hölderlin.

Diens hymnen en elegieën lieten zich niet langer als 'objecten' classificeren en vroegen om 'van binnen uit' beleefd te worden. Schrijven 'over' deze gedichten zou voorbijgaan aan hun 'wezen' en daarmee aan Hölderlins verwoede pogingen om het verloren contact met het 'wezenlijke' en het 'heilige' te herstellen.

Niets van dit soort verheven gedachten in 'Poëzie na de voorstelling', een essay waarin neerlandicus Ronald Besemer de rol van de massamedia in de postmoderne poëzie onderzoekt. Aan de hand van de Franse specialist in postmoderne vraagstukken, Jean Baudrillard, stelt Besemer dat de beelden die een dichter tegenwoordig gebruikt, niet meer uit het 'echte' leven afkomstig zijn en dat deze derhalve niet als een authentieke afbeelding van dit leven geïnterpreteerd kunnen worden.

De voorbeelden die Besemer geeft zijn interessant, maar zijn betoog loopt vast doordat hij de postmoderne poëzie nogal kritiekloos benadert en deze nauwelijks van een historische context voorziet.

Hierdoor krijgt het nieuwe (zo dat er is) in de uitgesproken postmoderne poëzie van Dirk van Bastelaere geen kans en wordt een aloude poëtische drijfveer als het 'terugkeren naar de werkelijkheid' als typisch postmodern voorgesteld.

Parmentier presenteert zichzelf als een tijdschrift voor 'literatuur met noten'. Dit wil zeggen dat Parmentier zich richt op bijdragen die een dialoog aangaan met andere literatuur en dat men hierbij de complexiteit niet schuwt of, zoals redacteur Jos Joosten het in een eerder nummer formuleerde: 'wij vergen graag iets van de lezer.' Dit streven naar diepgang is een verademing, maar iets minder droog zou wel mogen.

Wat meer humor, relativering en kritiek zouden Parmentier tot een minder academisch tijdschrift maken, dat wellicht ook voor de niet beroepsmatige liefhebber van literatuur interessant kan zijn.

Tegelijk hecht Parmentier weinig aan uiterlijk vertoon. Het gaat om de woorden en dat deze gezet zijn in een letter die zo klein is dat je na ieder artikel een half uur moet bijkomen van de hoofdpijn, kan de redactie en de vormgevers weinig deren. Illustraties zijn zeldzaam (een noodzakelijk kwaad, lijkt het wel) en alleen de modieuze, glossy omslag oogt als een concessie om de koper te verleiden.

Peter Swanborn

Parmentier, Uitgeverij Vantilt, jaargang 8, nummer 4, voorjaar/zomer 1998, * 17,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden