'Computerjongens zijn geen goden meer'

De automatiseerder herstellen zich van een crisis, onvermijdelijk gevolg van wildwest-praktijken en faillissementen. Bedrijven en beleggers steken weer geld in computers en software....

EEN Golf Cabrio als tussentijdse bonus voor de beste verkoper was usance. En de echtgenote ontving een bontjas als troost voor de eenzame avonden. In de computerbranche was het leven snel en slopend, maar de beloningen waren riant, herinnert Albert Snellink zich in zijn Zuid-Franse villa.

Hij was oprichter en directeur van MAI Europa, een bedrijf dat handelde in grote IBM mainframe-computers en daarnaast software produceerde. In de jaren tachtig had hij 250 verkopers onder zich. Iedere salesman die zijn doelstellingen haalde, mocht mee op het jaarlijkse uitje. 'Een dag of twaalf naar Kenya, Hongkong of Hawaii. Vijf dagen cultuur, vijf dagen in een luxe beach resort.'

Het waren gezelschappen van soms wel 125 mensen, inclusief partners. 'Eerst gingen de heren alleen, zonder hun echtgenotes. Dat vonden zij fijn.' Vaak zagen ze vanuit hun strandstoel een banier hangen van concurrenten als Datapoint en Hewlett-Packard. Het ging goed in de computerbranche.

Opnieuw verdient de computerbranche geld als water. En weer kunnen de automatiseerders de vraag niet bijbenen. Aanvangssalarissen voor 'IT-specialisten' stijgen met 10 procent per jaar. Net als toen lopen tal van computerbazen binnen op de effectenbeurs. Slechts één van de grote avonturiers van toen is nog actief: Willem Smit. Na Datex en Newtron gaat hij voor de derde keer naar de beurs, met Internoc. Is de computerbranche eigenlijk wel veranderd sinds de dolle jaren tachtig?

Tien jaar geleden líet je zien dat het goed ging. Directeuren die elkaar ontmoetten in barretje Hilton en daar hun Ford Sierra parkeerden naast de Maserati van een concurrent, kochten de week daarop toch maar iets duurders.

De rekeningen die zij naar hun klanten stuurden, waren er naar. Een computer was een schrijn die alleen door gewijde automatiseerders mocht worden aangeraakt. Zo kon het gebeuren dat een klant een dure upgrade voor zijn mainframe kocht, die niets meer inhield dan het omdraaien van een knop in de machine. 'En dan was het weer: op naar de kroeg', aldus een veteraan.

Door de komst van de pc in 1982 explodeerde de vraag naar computers en aanverwante diensten. Avonturiers zagen brood in systeembouw. Bedrijven als HCS en Infotheek waren vooral handelaren in apparatuur, waar de winstmarges snel wegsmolten toen het nieuwtje van de pc af was.

Plots wilden ze ook systemen bouwen. 'Maar hun projecten duurden drie keer langer dan was afgesproken en kostten zes keer zoveel geld', zegt Wim Bleeker, directeur bij Cap Gemini. 'Dat soort praktijken heeft een negatief effect gehad op de branche.'

De recentste grote flater was van Multihouse. Dat zou in 1992 een klanten-informatiesysteem bouwen voor zeven energiebedrijven. Vijf jaar later draait dat nog steeds niet goed. Multihouse kreeg drie weken geleden een schadeclaim van 173 miljoen gulden. Gevolg: surséance van betaling.

Veel meer projecten draaiden in de soep, maar de vuile was wordt traditioneel alleen buiten gehangen door de overheid en semi-overheidsbedrijven. 'Het bedrijfsleven staat niet graag voor aap', zegt directeur Rob Bus van Management Share, dat enkele jaren geleden bijna ten onder ging.

Een reeks faillissementen bezoedelde het imago van de computerbranche, dat toch al was aangetast door de prutsers. Kapseizende beursfondsen zoals HCS en Infotheek, en het onfrisse imago van sommige kopstukken, bezorgden de klanten jarenlange argwaan.

'We werden gewantrouwd. De klant geeft immers vitale processen in handen van een vreemde. Hij is niet alleen geïnteresseerd in kwaliteit, maar ook continuïteit. Hij wil dat we over tien jaar nog bestaan', zegt Bleeker.

Nog steeds mislukt een derde van de projecten, blijkt uit recente cijfers. Maar de schade is meestal geringer dan tien jaar geleden, omdat de projecten in onderdelen worden opgeleverd. Ook accepteren automatiseerders aansprakelijkheid voor hun fouten, zegt directeur Hans Stellingsma van Origin Nederland, een Philips-dochter. Management-systemen zijn verbeterd, software is verfijnd en alles is veel goedkoper geworden. Kortom, de kinderziektes zijn voorbij. De branche is (bijna) volwassen.

Klanten hebben zich er van laten overtuigen dat een nieuw tijdperk is aangebroken. De automatiseringsmarkt groeit weer als kool. De uitgaven aan informatisering zijn vorig jaar toegenomen met 8 procent tot 36,4 miljard gulden.

De vraag wordt aangejaagd door de overgang naar de euro en het probleem van de eeuwwisseling: programma's die in de war raken omdat ze de teller terugzetten naar '00'. Ook kunnen computers tegenwoordig complete bedrijfsprocessen aansturen, zoals verkoop en productie, en maken zij nieuwe diensten mogelijk, zoals virtueel bankieren en beleggen.

Het personeel, nu al 74 duizend man sterk, is bijna niet aan te slepen. Dit jaar komen er ruim vijfduizend banen bij, blijkt uit CBS-cijfers. Aanvangssalarissen bij CMG zijn het afgelopen jaar met 10 procent gestegen tot 3800 gulden bruto per maand. Veteranen van de krappe arbeidsmarkt van de jaren tachtig houden hun hart vast. Stort na de loongolf straks de vraag weer in, met bijbehorende faillissementen omdat de kosten te hoog zijn opgelopen?

Alle managers roepen om het hardst van niet. 'Een middelhoge IT-professional zit al gauw op een ton of meer. Dat was tien jaar geleden al zo', zegt Rob Bus.

Illustratief is het wagenpark: een stuk minder uitbundig. 'Je krijgt een Opel Corsa, anders niks', zegt een beginnende automatiseerder. Ook de hogere echelons krijgen niet meer dan een middenklasser. Bus: 'Computerjongens zijn geen goden meer, die onbeperkt worden betaald'.

Behalve de automatiseerders zelf geloven ook beleggers dat de branche volwassen is geworden. ING lanceerde enige weken geleden een IT-beleggingsfonds en haalde binnen de kortste tijd ruim vijfhonderd miljoen gulden op. Iedereen wil meeprofiteren van de hausse in computerfondsen, die het afgelopen jaar de grootste koersstijgingen doormaakten.

Jonge bedrijven zien hun kans schoon. Na een bescheiden aantal beursintroducties in de afgelopen jaren, zoals van Baan (software), CMG (systeembouw en software) en Triple P (systeembouw en software), heeft zich afgelopen maanden een reeks computerbedrijven aangediend met beursambities. Tot dat lijstje behoren: CSS (systeembeheer), Polydoc (software), CTI (software voor gebruiksgoederen als televisies), Dataplace (vormgever van internet-sites), AND (electronische uitgever en software) en Internoc (beheer van netwerksystemen op afstand).

Natuurlijk zeggen deze ondernemingen dat zij heel anders zijn dan HCS en Infotheek. Die bedrijven kwamen naar de beurs om de oprichter rijk te maken. Jan Kuijten ving tweehonderd miljoen gulden voor zijn deel in HCS, Willem Smit 135 miljoen voor Datex.

De nieuwe garde probeert het vertrouwen van de belegger te winnen met lange-termijn-uitspraken. 'Belangrijk is dat ik aandeelhouder blijf', zegt Hans Quellhorst van CTI. Jan Vlasveld, die tien miljoen opstrijkt voor zijn aandeel in CSS, zegt steevast dat hij nog jaren aan het stuur blijft. Vlasveld: 'Wat vroeger gebeurde, kan niet meer'.

Voorzichtigheid blijft geboden, zegt Adriaan Meij die de sector al jaren nauwgezet volgt en analyses publiceert op www.saturnus.nl/ame. 'Een deel van de markt is volwassen, zoals de mainframes en het systeembeheer. Maar nu komen er nieuwe technologieën op en die staan in de kinderschoenen, zoals internet en intranet, software-ontwikkeling met componenten en de verbinding van software en media.' En de jonge beursgangers begeven zich vaak in die nieuwe technieken.

Nieuwe technieken zjn juist het interessantst', zegt Willem Smit. 'De traditionele softwarehuizen en systeembeheerders hebben het nu nog goed, maar je moet kijken naar de markten van de toekomst'.

Als er één ondernemer is wiens woorden de belegger op een goudschaaltje moet wegen, dan is het Smit. Twee keer lanceerde hij een beursfonds en twee keer gingen de koersen onderuit. Bij Datex onder andere door een beursschandaal, waarvoor Smit later is gerehabiliteerd.

De tweede keer moest Smit na mismanagement bij Newtron als commissaris de restjes bij elkaar vegen. De rendabele restanten werden bij dochter Ordina ondergebracht, opnieuw in ruil voor aandelen. Omgerekend zijn aandelen Ordina pas dit jaar boven Newtrons emissiekoers gestegen, zeven jaar na dato.

Nu gaat de snelle Amsterdammer het voor de derde keer proberen, met Internoc. Smit zegt weinig last te hebben van een reputatie. 'Niet de hele wereld zal van me houden, maar de mensen die me kennen hebben geen problemen', zegt hij. 'Ik ken alleen maar mensen die geld aan me hebben verdiend.'

Bankiers verwelkomen hem nog steeds graag in hun boardrooms. Ook nu hij Internoc naar de beurs wil brengen, een bedrijf dat tienduizenden pc's op afstand zegt te kunnen beheren.

'Internoc biedt het nieuwste van het nieuwste', zegt Stephen Schweich, directeur van de Europese tak van de Californische zakenbank Robertson & Stephens die Internoc naar Nasdaq brengt. 'Internoc moet de komende maanden bewijzen dat zijn aanpak werkt, voordat het naar de beurs gaat'.

De bank is verrast dat de netwerktechnologie in Nederland als eerste wordt gelanceerd. 'Ze verbaasden zich dat we kennis importeerden uit Amerika en die eerder op de markt brengen dan Amerikanen', zegt Smit. Die technologische voorsprong is overigens niet veel langer dan een jaar. En in een jaar tijd kan alles veranderen in dat deel van computerland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.