Column Kenniscafé: een pissebed op Ameland

AMSTERDAM - Op Ameland huist een pissebed onder een oude bloempot in een achtertuin aan de rand van Hollum. De pissebed woont daar erg tevreden, er ligt genoeg vermold hout om zich tot vervellens toe mee te voeden, er zijn ook genoeg pissedames om zich mee te vermaken, maar toch heeft onze pissebed last van een knagend probleem.

De pissebed is een beetje een filosoof. Op gezette tijden rolt hij zich op tot een balletje, sluit zich af van de rest van de achtertuin daar op Ameland inclusief de naaktslakken en de duizendpoten, en denkt na over de Grote Vragen des Levens. De pissebed vraagt zich onder andere af of er nog meer oude bloempotten in achtertuinen zijn. En als die er zouden zijn, of daar dan ook levensvormen kunnen wonen. En als ook dát zo blijkt te zijn, of die levensvormen dan een beetje lijken op de naaktslakken, de duizendpoten en de pissebedden waar hij zo vertrouwd mee is. In dat geval zou hij er wellicht zelfs mee kunnen praten; maar als dat allemaal niet het geval zou zijn, dan zit hij zich maar een beetje voor niks op te rollen.

Het knaagt de pissebed aan zijn geleedpotige ziel dat hij er niet uitkomt. Helaas snapt hij niet dat dat komt door zijn inherent gebrekkige observatiemiddelen. Hij komt niet verder dan wat gescharrel en gesnuffel onder zijn bloempot, en 's nachts, als het afkoelt en vochtigheid over de achtertuin neerdaalt, ook in de rest van de tuin, in de openhaardhoutstapel, in het klompenhok en onder een roestige plantengieter. Ziehier het universum van de Amelander pissebed. Dat er ook pissebedden leven op Vlieland, Schiermonnikoog, Noord-Beveland, Mallorca, Kreta, Madagaskar en de beide delen van Nieuw-Zeeland zal hem tot in de lengte der dagen onbekend blijven. Voor een pissebed eindigt het universum ergens voorbij het tuinhek.

De eigenaar van de bloempot, de openhaardhoutstapel en de rest van de achtertuin is een mens. Ook de mens is een beetje een filosoof, die zich bekommert over een aantal Grote Vragen des Levens. Over waar hij vandaan komt en waar hij naar toe gaat, en over de ruimte waarin hij zich bevindt. Hoe groot die is, en hoe ver je kunt gaan tot het einde, als er een einde is. En of de aardbol, die menselijke bloempot, de enige planeet is in heel die enorme ruimte waar iets op leeft. Natuurlijk heeft de mens veel meer waarnemingsmogelijkheden dan een pissebed, zoals sterrekijkers, grote spiegeltelescopen, en zelfs de Hubble en zijn opvolger. Maar dan nog. We weten dat er mensen en pissebedden wonen op Ameland, Kreta en zelfs in Nieuw-Zeeland, maar verder? Is er ergens anders in het universum nog leven?

Eigenlijk willen we drie vragen tegelijkertijd beantwoord zien: de eerste is of er überhaupt ergens leven zou kunnen zijn. De tweede is of dat leven dan ook nog een zekere mate van intelligentie bezit, zodat we er mee zouden kunnen communiceren. En de derde vraag luidt of dat al dan niet intelligente leven, als het ergens is, kan worden gevonden en bereikt. De antwoorden zijn, zo denk ik, respectievelijk 'ja', 'onwaarschijnlijk' en 'nooit'.

De uitgestrektheid van het universum is onvoorstelbaar. Alleen al in ons melkwegstelsel zijn ongeveer honderd miljard sterren en sterrenstelsels. En dan zijn er miljarden melkwegstelsels. De vraag of er nog meer universums zijn dan de onze is nog onbeantwoord, maar het ligt wel voor de hand. In totaal nadert het aantal mogelijke plekken om leven te laten ontstaan dus het oneindige. Denken dat leven alleen op onze eigen planeet Aarde is ontstaan lijkt me een ernstige vorm van arrogante blasfemie. Buitenaards leven is een statistische noodzakelijkheid.

Het leven op aarde is al enkele miljarden jaren oud. De eerste twee miljard was het bacterieel, daarna werd het wel wat ingewikkelder maar was het nog steeds eencellig, en pas de laatste half miljard jaar zijn er meercellige wezens. Sinds 200.000 jaar is er de denkende mens van onze eigen soort. Stel nu dat er ooit een ET naar de aarde was gekomen op zoek naar leven. De kans was ruim 99 procent dat hij op slijmerig eencellig leven was gestuit, of anders op trilobieten en coelacanthen. Hij had dan aan Base Control moeten rapporteren dat er weliswaar leven op aarde is, maar dat je er helaas geen fatsoenlijk gesprek mee kunt aanknopen. Hetzelfde gaat ons dus ook overkomen: we zoeken hooguit naar slijm.

En dan is er die afstand. In ons eigen zonnestelsel kunnen we het wel vergeten, daar is alles te koud of te heet of te nog-wat-anders dat niet goed is. Daarbuiten is te ver weg, ik zie althans niemand voor ogen die zich in de stoelen van een ruimteschip laat vastgespen om te weten dat hij 100 miljoen lichtjaren op reis gaat. Nog verder zou beter zijn. Die afstand, dat is het grootste probleem. Dolgraag willen we eens rondkijken in een mooi spiralig melkwegstelsel op twee miljard lichtjaren van hier. Maar dat lukt niet, netzomin als Madagaskar of Nieuw-Zeeland bereikbaar zijn voor onze pissebed.

Toch willen en moeten we blijven nadenken over de Grote Vragen des Levens. Over waar we vandaan komen en wie we zijn. Op die laatste vraag kan ik nu al wel een antwoord suggereren: onze plaats in het universum is die van een pissebed onder een bloempot in een achtertuin op Ameland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden