Chirurg hoeft geen macho meer te zijn

De chirurgie is een mannenbolwerk. Van oudsher werden vrouwen ongeschikt geacht voor het 'harde' vak. Maar de rolverdeling in de operatiekamer begint te veranderen....

OOK MET uitstekende papieren en een paar jaar extra chirurgie na de basisopleiding voor arts, lukte het Anke Smits eind jaren tachtig niet meteen een opleidingsplaats chirurgie te bemachtigen. Toen ze in 1991 werd toegelaten, besloot ze om ook te promoveren. 'Ik dacht: ik zal ze krijgen.'

De strijd die Smits moest voeren is kinderspel vergeleken bij wat Hank Pull ter Gunne 25 jaar eerder moest doorstaan. Zij solliciteerde bij wel tien ziekenhuizen naar een opleidingsplaats, de afwijzing volgde telkens per kerende post, meestal zonder opgaaf van reden. Een enkeling wond er geen doekjes om: we willen geen vrouwen, dat zult u wel begrijpen. Uiteindelijk werd ze aangenomen door het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam. Door een verlichte geest die voor de oorlog al een vrouwelijke chirurg had afgeleverd.

Van de 820 algemene (niet specialistische, maar rechttoe rechtaan) chirurgen in Nederland zijn er veertig (nog geen 5 procent) vrouw. Er zijn 349 chirurgen in opleiding, van wie 30 procent vrouw is. Voor het komend jaar zijn 65 opleidingsplaatsen te vergeven. Daar hebben 73 vrouwen (31 procent) en 164 mannen naar gesolliciteerd.

'We zullen die vrouwen hard genoeg nodig hebben, het gros van de medicijnenstudenten is vrouw', zegt Hans Keeman, tot voor kort chirurg, tegenwoordig adviseur van het Lucas Ziekenhuis in Amsterdam. 'Vroeger zat er af en toe een meisje tussen de co-assistenten, nu loopt er soms een jongen tussen.'

Keeman heeft geen idee hoe de afnemende belangstelling van mannen voor geneeskunde te verklaren is. Het heeft misschien te maken met de verdiensten, oppert hij. 'Die zijn in dertig jaar gehalveerd. Het is niet meer zo vet soppen als vroeger.'

Pull ter Gunne was eind jaren zestig de enige vrouw tussen dertig mannen op de chirurgenopleiding in Rotterdam. Naarmate de opleiding vorderde, deed het mannenbolwerk minder moeite zijn ware aard te verhullen. 'Met de jaren krijg je meer verantwoordelijkheid en moet je jongere assistenten opleiden. Er waren nogal wat jongens die niet deden wat ik zei. ''Neem ik niet de juiste beslissingen?'', vroeg ik ten slotte ten einde raad. Een was zo eerlijk om te zeggen dat ze geen vrouw wilden gehoorzamen. Daarop ben ik agressiever geworden. Dat was kennelijk de bedoeling.'

Eenmaal gevestigd als chirurg in het Eindhovense Diaconessenhuis, ondervond Pull ter Gunne geen tegenstand meer. 'Ze hadden me gevraagd te solliciteren, ik werd volkomen geaccepteerd. Ik weet dat dat in maar weinig ziekenhuizen zo is. Overal worden vrouwen als tweederangsartsen beschouwd, behalve als ze kinderarts zijn.'

Germaine Vos-Deckers, chirurg-in-opleiding van 1990 tot 1996 en nu chirurg in Zevenaar: 'De mannen die ons opleidden, zagen in dat je niet langer vrouwen kunt weren. Er stonden een hoop collega's klaar om hen af te schieten als het mis zou gaan. Die vonden een vrouw per definitie ongeschikt om chirurg te worden.'

De eerste jaren van haar opleiding voelde Vos zich een buitenbeentje. 'Ik gedroeg me er ook naar. Ik maakte me zorgen over wat de mannen van me dachten en neigde ernaar om me hetzelfde te gedragen en dezelfde grappen te maken. Belachelijk.' Vanaf het moment dat Vos besloot dat de mannen 'het er maar mee moesten doen', was het gedonderjaag afgelopen. 'Degene die er moeite mee heeft dat ik een vrouw ben, heeft een probleem. Niet ik.'

Sinds die radicale ommezwaai waardeert zij de bekoringen van mannenstreken. 'Mannen zijn eigenlijk heel gemakkelijk. Ze zijn haantjes, maar als een haantje heeft gewonnen, is hij hét haantje en luistert de rest naar hem. In een club kerels heeft er een altijd het hoogste woord en de rest vindt dat prima. Vrouwen blijven bekvechten; vrouwen bij elkaar is een krabbenmand. Zodra er een haar kop boven de mand uitsteekt, staat de rest klaar om haar weer in de mand te trekken. De keren dat ik onderuit werd gehaald, gebeurde dat altijd door een vrouw.'

Smits, chirurg in het Utrechtse Mesos Medisch Centrum: 'De nieuwe generatie mannelijke chirurgen is minder van ikke groot, ikke sterk. Vroeger, als ze hun rubberklompen en jasje aantrokken, voelden ze zich een hele piet. Jonge chirurgen gaan meer uit van wie ze echt zijn. Het is niet meer zo'n legerachtig sfeertje.'

Vos: 'De chirurgendagen in Veldhoven, waar heel chirurgisch Nederland opdraaft, hebben nog steeds een hoog machogehalte. Met het assistentencabaret heb ik er een keer een liedje over de machoman gezongen. Ze sloegen op tafel van plezier, ze herkenden zich er allemaal in.'

Meer vrouwen in de chirurgie zal het vak ten goede komen, verwacht Pull ter Gunne. 'Ik wist altijd alles van de patiënten. Hun verleden, hun gezinssituatie, hoeveel kleinkinderen ze hadden. Ik kreeg dat allemaal te horen, de jongens niet. Die zeiden: ''Dat is niet belangrijk voor de genezing.'' Dat is waar, maar als een patiënt mij dat vertelt, moet ik dat in me opnemen, want voor de patiënt is het wél belangrijk.'

Keeman: 'Mannelijke chirurgen zijn niet keihard en gevoelloos. Die zullen er best tussen zitten, maar ik ken ook vrouwen die hard kunnen optreden. Ik heb mijn assistenten altijd voorgehouden dat ze empathie moeten tonen.'

Vos: 'Ik heb het idee dat ik veel gewoner ben voor mijn patiënten dan mijn mannelijke collega's. Niet dat zij zich op een voetstuk plaatsen, maar de patiënten stellen zich anders op. Zij vinden het hartstikke leuk om een vrouwelijke chirurg te hebben en reageren daar zo enthousiast op dat ze werkelijk alles tegen me zeggen.'

Smits: 'Mannen maken graag hun punt: ''Ik heb het de patiënt toch uitgelegd'', zeggen ze dan. Maar daar gaat het niet om. Het enige dat telt is of de patiënt het heeft begrepen en of hij er verder mee kan. Er is al veel verbeterd. De macho-chirurg van vroeger zei niks. Het was weggehaald. Punt.'

Van het ressentiment waartegen Pull ter Gunne een kwarteeuw geleden tijdens de opleiding moest opboksen, resten slechts restanten, zegt Keeman. 'Er zijn nog steeds oudere chirurgen die vinden dat er geen vrouwen bij horen. Als je daarop ingaat, komen ze niet veel verder dan dat vrouwen er niet voor deugen.'

Smits: 'Er zijn maatschappen, ik denk meer dan de helft, die sollicitatiebrieven van vrouwen meteen in de vuilnisbak mikken. Er hoeft maar één chirurg tegen te zijn, en er komt geen vrouw.'

Pull ter Gunne, inmiddels vijf jaar met pensioen, is ongehuwd. 'Tijdens de opleiding had ik niet eens tijd om mannen buiten het ziekenhuis te leren kennen. Ook daarna werkte ik tussen de zeventig en tachtig uur. Het was het een of het ander. De patiënten gingen voor.'

Vos, moeder van twee kinderen: 'De pioniers waren niet getrouwd en hadden geen kinderen. Nou, wij vonden dat opereren en kinderen heel goed samen kunnen gaan. Het is een kwestie van strak organiseren en goede afspraken. Na de vakantie komt er een au pair.'

Smits, ook moeder van twee kinderen, was de eerste chirurg in opleiding in Utrecht die een kind kreeg. Tijdens haar zwangerschapsverlof maakte ze haar promotie af. 'Ik had altijd wel het idee dat ik 120 procent moest presteren.'

Vos: 'Als je niet uitkijkt, krijg je de meeste weerstand uit je directe omgeving. Die vraagt zich hardop af of ik wel een goede moeder ben. Dat is veel erger dan de hindernissen tijdens de opleiding.'

Behalve de snel terrein winnende vrouw, wacht de chirurgie nog een verandering: deeltijdwerk. Het een is een logisch gevolg van het ander, lijkt de voor de hand liggende verklaring. Harde cijfers ontbreken vreemd genoeg in het goed georganiseerde en gedisciplineerde chirurgenwereldje.

Voor Vos en Smits is er geen verband. Zij kennen nauwelijks chirurgen in deeltijd, ook geen vrouwelijke. Zelf moeten ze er niet aan denken. Ze hebben alle twee even parttime gewerkt en wisten niet hoe snel ze er uren moesten bijpakken toen die mogelijkheid zich voordeed.

Vos, minimaal zeventig uur per week in touw: 'Je kunt niet alles overdragen. Als er complicaties optreden bij een patiënt die ik heb geopereerd, wil ik er bij zijn. Dan ga ik in gedachten terug naar wat ik tijdens de operatie heb gedaan en gezien. Stap voor stap. Dat staat zo nooit helemaal in het operatieverslag.'

Keeman: 'Hoe meer overdrachten, des te meer kan er mislopen. Bij het tuchtcollege zijn het vaak zaken die in het weekeinde niet goed zijn overgedragen.'

Smits, wekelijks goed voor zestig uur: 'Ook voor bestuurlijke dingen is het veel handiger om fulltime te werken. Als je parttime werkt, wordt er meestal uitgerekend op je vrije dag vergaderd.'

Vinden chirurgen een patiënt overdragen al moeilijk, een operatie halverwege uit handen geven is uit den boze. Pull ter Gunne: 'Je moet de operatie afmaken. Zenuwen en bloedvaten leg je opzij om ze niet te beschadigen. In de boeken zijn slagaders rood, aders blauw, zenuwen geel en spieren mooi donkerrood, maar in het echt zijn ze allemaal een nuance van rood. Gaandeweg de operatie gaat het overal bloeden en krijgt alles helemaal dezelfde kleur. Als je zelf de vaten en zenuwen opzij hebt gelegd, herken je ze acuut, maar of iemand die halverwege de boel overneemt dat ook in een oogopslag doet, weet ik niet.'

Niet veranderd zijn de hoge eisen die aan de beoefenaren van het vak worden gesteld. Kordaat optreden is er een van. Een vrouwelijke chirurg moet uit hetzelfde hout zijn gesneden als Madam Speaker Betty Boothroyd, de vastberaden voorzitter van de Britse Tweede Kamer, die onlangs haar vertrek aankondigde.

Vos: 'Je wordt geselecteerd op eigenzinnigheid, daadkracht, karakter en een bepaalde agressiviteit.'

Pull ter Gunne, die van de drie het hardst tegen de gevestigde orde moest knokken: 'Ach, misschien had ik niet genoeg initiatief om te stoppen.'

Smits: 'Oké, genoeg gekletst.' En ze zet de cassetterecorder van de verslaggever uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden