Chinese verschrikkingen in de mode Waar blijft de Chinese Marquez of Kadare?

NOG NIET ZO lang geleden was de Chinese literatuur in Nederland maar gebrekkig voorhanden. Wat er in Nederlandse edities verscheen, was vaak gebaseerd op vertalingen in het Engels of het Duits....

DAAN BRONKHORST

Chinese auteurs kregen vooral publiciteit als er een film van hun boeken was gemaakt, zoals Mo Yan (Het rode korenveld), Lilian Lee (Farewell to My Concubine), Su Tong (Raise the Red Lantern) en Amy Tan (De vreugde en gelukclub). Eén boek kan geen enkele Nederlandse lezer zijn ontgaan: Wilde zwanen van Jung Chang, dat in 1991 uitkwam. Het boek brak zo ongeveer alle verkooprecords van de laatste jaren.

Daarmee was een nieuw raadsel geboren, want waarom deed juist dit boek van een onbekende Chinese vrouw, die al tien jaar in het Westen woonde en in het Engels schreef, het westerse publiek smullen en griezelen van de verschrikkingen in de jongste geschiedenis van China? Wilde zwanen is goed geschreven, beslist, maar niet van bijzonder literaire betekenis. Het boek geeft een gedetailleerde en persoonlijke visie op de vervlechting van politiek en persoonlijk geweld die het leven van Chinese vrouwen, en mannen trouwens ook, tot zo'n hel heeft gemaakt. Maar dat was door heel wat anderen eerder gedaan.

Zo schreef begin jaren zeventig al ene Ken Ling, pseudoniem van een student, een persoonlijk verhaal van honderden pagina's over de misdaden die hij had gezien, en waaraan hij soms zelf tijdens de Culturele Revolutie, die in 1966 was begonnen, had deelgenomen. Het boek was ijzingwekkend goed geschreven. Maar het viel niemand op en kwam alleen in het Engels uit.

En waarom is er zo'n belangstelling voor China? Mao's Culturele Revolutie was een tragedie, maar eiste naar verhouding niet eens zoveel dodelijke slachtoffers als het bewind van Idi Amin, Pol Pot, Saddam Hussein of (in de jaren zestig) Suharto. Er is blijkbaar een andere fascinatie dan die van het schrikbewind alleen.

China, het laatst overgebleven grote communistische land, heeft de afstotende aantrekkingskracht van het totalitaire systeem. Westerse lezers lijken niet genoeg te krijgen van de dappere eenlingen die daarvan de keerzijde laten zien: de heimelijke literatuur, de verboden feestjes, de steelse seksualiteit, de kleine blijken van menselijkheid in de werkkampen en gevangenissen, en vooral de pijnlijke emoties waaraan burgers door een allesomvattende controle ten prooi zijn.

De laatste weken verschenen alweer drie Chinese boeken in het Nederlands. Literair gesproken is daarvan Rijst van Su Tong het interessantst. De roman is gesitueerd in de jaren twintig en dertig, en handelt over de opkomst en (onvermijdelijke) ondergang van een arme sloeber die het door hard werken en toenemende wreedheid tot een geslaagde rijsthandelaar brengt.

Ook dit boek is verfilmd, maar de film werd in China niet uitgebracht vanwege een teveel aan bloot. Su Tong, die deze roman schreef toen hij nog geen dertig jaar oud was, sleept je als een vaardig scenarist door het verhaal. In de eerste scène belandt de uitgehongerde hoofdpersoon op een kade waar hij door een bende wordt mishandeld en vernederd, maar alles verdraagt om een hapje varkenskop te kunnen bemachtigen.

In de laatste scène wordt hij, inmiddels rijk maar door ziekte vergiftigd, alweer gemarteld, nu door de zoon van de bendeleider uit het begin. Dit keer overleeft hij dat niet. De zweren en wonden van het laatste hoofdstuk zijn net zo beeldend beschreven als de rijstvrachten van daarvoor.

Su Tong biedt het boeiendste van de hedendaagse Chinese literatuur. Dat kun je met de beste wil van de wereld niet van Hong Yin zeggen. Haar boek, Zomer van verraad, is een 'seksuele ontwikkelingsroman' over een jonge dichteres, Lin Ying, wier verhaal heel beeldend een aanvang neemt op 4 juni 1989 in Peking, toen de studentendemonstraties daar met tanks en vlammenwerpers in bloed werden gesmoord. Lin Ying vlucht voor dit geweld en vindt thuis haar minnaar in bed met zijn ex-vrouw.

Daarmee begint een dwaaltocht door het meer of minder gewild-artistieke milieu van de hoofdstad. Lin Ying vindt een andere minnaar; ze kijkt met vrienden en vriendinnen naar porno-video's die door corrupte partijvriendjes het land in zijn gesmokkeld; ze belandt in bed met nog andere mannen, wat aanleiding geeft tot de 'openhartige' beschrijvingen waarvan de uitgever kond doet. Aan het eind neemt het verhaal een wezenlijk dramatische wending. De politie valt binnen op een wild feestje, en terwijl iedereen zijn kleren aanschiet en zijn ondergoed verbergt, danst Ying naakt en uitdagend voor de agenten. Maar ze is al te ver gegaan en laat zich geestelijk gebroken door het gezag afvoeren.

Dit had een onthullend verhaal kunnen zijn, maar de stijl van de roman is vaak al net zo gezocht als het gedoe van de half-geslaagde kunstenaars die er de personages van zijn. 'Ze besefte zelf ook wel dat haar geluk niet van één man moest afhangen, maar de liefde vormde toch een verblindende regenboog over haar in sluiers gehulde bestaan.' Een regenboog over sluiers? Verfilming van zo'n boek zal nog niet eenvoudig zijn.

De kwaliteit van het derde boek uit deze nieuwe reeks, Het lelietheater van Lulu Wang, is niet zo gemakkelijk vast te stellen. Indrukwekkend is het in een bepaald opzicht zeker, want Lulu Wang, die zich ruim tien jaar geleden hier vestigde, schreef haar boek in het Nederlands.

In bijna vijfhonderd bladzijden vertelt zij over het meisje Lian, dat haar moeder vergezelt naar een Culturele Revolutie-werkkamp. In een rap tempo maken we kennis met allerlei figuren, die zeker iets te vertellen hebben, want het kamp is bevolkt met verbannen intellectuelen, zoals een hoogleraar Engels, een vroeger beroemd historicus en een wiskundige. Lian zuigt hun kennis op, komt schoksgewijze tot een vroege volwassenheid, en blijft haar menselijke waarden trouw te midden van alle hypocrisie, verraad en opportunisme om haar heen.

Hoewel Het lelietheater daar nergens naar verwijst, dringt de vergelijking met Wilde zwanen zich voortdurend op. De auteurs zijn van dezelfde generatie, beide boeken zijn autobiografisch, in beide staat de verhouding moeder-dochter centraal, in beide komt de ellende van Chinese vrouwenlevens navrant tot uiting. En ook Het lelietheater moet een internationale bestseller worden; de vertaalrechten zijn al aan een dozijn landen verkocht. Maar juist het voorbeeld van Wilde zwanen laat zien hoe sterk dat boek, in z'n soms bedriegelijke eenvoud, was.

Jung Chang heeft een persoonlijke geschiedenis van bijna een hele eeuw gereconstrueerd. Haar boek documenteert een oneindig aantal ervaringen van familieleden en anderen die ze daarover tot in alle details moet hebben ondervraagd. Lulu Wang schrijft over en vanuit zichzelf. Ze maakte van haar 'ik' een romanfiguur, maar lijkt die keuze soms te vergeten. Een voorbeeld darvan is het moment dat Lian voor het eerst in het kamp komt; ze volgt haar moeder in een halfdonkere slaapzaal en dan staat er: 'Lian schatte het vertrek op vijfennegentig vierkante meter.' Werkelijk? Is dat de eerste indruk van een bang 12-jarig meisje, of spreekt hier zoveel jaar later de volwassen auteur?

Van de andere personages krijgen we in de tuimeling van anekdotes in dit boek niet meer dan stukjes te zien; ze krijgen meestal niet de kans tot zelfstandige individuen uit te groeien en zo moet een aangrijpend levensverhaal het voortdurend afleggen tegen een gebrek aan vormgeving.

De inzet van Nederlandse uitgevers voor het werk van Chinese schrijvers valt te prijzen, maar de hausse die daarmee gepaard gaat, laat meer kaf dan koren zien. Al met al is die ene allesovertreffende auteur uit China nog niet te voorschijn gekomen. Milan Kundera, Gabriel García Márquez en Ismail Kadare, om maar wat namen te noemen, stonden op in landen waar we zulke genieën niet hadden vermoed. Maar beklijven ook de namen van Dai Houying, Gu Hua, Han Shaogong, Yu Hua, Zhang Jie, Zhang Xianliang. . . en die twee dozijn andere Chinese schrijvers die de laatste jaren in het Nederlands zijn verschenen?

De lezer wacht nog steeds op het grote literaire werk uit China.

Daan Bronkhorst

Su Tong: Rijst.

Uit het Chinees vertaald door door Mark Leenhouts.

De Geus; 256 pagina's; ¿ 39,90. ISBN 90 5226 395 7.

Hong Ying: Zomer van verraad.

Uit het Chinees vertaald door Mark Leenhouts. Meulenhoff; 175 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 290 5189 2.

Lulu Wang: Het lelietheater.

Vassallucci; 490 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 5000 058 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden