Cees Renckens, de anti-kwakzalverkoning.

Interviewoud-gynaecoloog

Cees Renckens streed 32 jaar lang tegen kwakzalvers. Kwaad maakt hij zich nog altijd

Cees Renckens, de anti-kwakzalverkoning.Beeld Erik Smits

Wondergenezers en kwakdokters: Cees Renckens ging er met gestrekt been tegenin. Bij zijn afscheid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij presenteert de oud-gynaecoloog een vuistdikke kroniek – en blijft hij zich opwinden.

Borstenknijpen om ziekten te voorkomen, handopleggingen en homeopathie bij katten en honden, zalf met paardenplacenta tegen topsportblessures, apparaten die kanker uit het lichaam stralen en anale ozontherapie tegen fistels: zet de afgelopen zestien jaar kwakzalverij op een rij en het wordt een treurigmakende, soms lachwekkende opsomming. De vuistdikke kroniek over al die dwaalwegen, die deze maand verschijnt, vormt de afronding van de antikwak-carrière van oud-gynaecoloog Cees Renckens, die na 32 jaar uit het bestuur stapt van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

Noem een naam en Renckens (74) weet onmiddellijk wie het is en hoe het zat ‘en of ik al dan niet kwaad moet worden’. In zijn monumentale huis in de binnenstad van Hoorn maakt hij zich op voor een verhuizing, het complete archief van de vereniging staat, de dozen gesorteerd op alfabet, in de hoek van zijn werkkamer. Hij boekstaafde alles bij elkaar bijna een halve eeuw kwakzalverij, ruim drie decennia was hij het gezicht van de vereniging (waarvan 23 jaar als voorzitter) en voerde hij een vendetta tegen wondergenezers, kwakdokters, medisch onbenullen, aanbieders van bedenksels en wandelende takken van de kruidengeneeskunde (zijn woorden) – met scherpe tong, schoppend tegen schenen, niet te beroerd om voor de rechter te verschijnen. Waarbij hij pas echt vilein werd als kwakzalverij de reguliere zorg binnendrong of anderszins tot erkenning leidde: proefschriften over acupunctuur, ziekenhuizen die hun deuren openden voor congressen over Chinese kruiden, kwakzalvers die werden geridderd, of een straat die werd vernoemd naar tv-kruidenvrouwtje Klazien uut Zalk.

In zijn boek becijfert hij dat er in de alternatieve geneeskunde jaarlijks een half miljard euro omgaat, deels vergoed door de zorgverzekeraars. Een op de vijf volwassen Nederlanders gaat jaarlijks naar een alternatieve therapeut, waarmee we Europees gezien onderaan bungelen – in Duitsland en Zwitserland is de populariteit ruim twee keer zo groot. ‘We zijn toch nuchter kennelijk’, concludeert hij, om daarna hoofdschuddend vast te stellen dat het vooral hoogopgeleide vrouwen zijn die het kwakdenken omarmen.

Alternatieve genezers schijnen meer tijd en aandacht voor patiënten te hebben, kan dat hun aantrekkingskracht verklaren?

‘Een dokter zegt soms tegen een patiënt: wacht u maar even af, het gaat vanzelf over of: hier moet u mee leren leven. Dat zijn uitdrukkingen die kwakzalvers niet kennen. Ze hebben altijd een diagnose, ook zonder bewijs. Ik heb dit al vaker gezien, klinkt het dan. Voor patiënten die in de reguliere geneeskunde niet verder komen, is dat prettig. Dokters moeten patiënten beschermen tegen overbehandeling, maar in de alternatieve geneeskunde is alles overbehandeling.’

In de reguliere geneeskunde is ook de helft van de behandelingen niet bewezen effectief, zo is gebleken. Moet jullie vereniging zich daar dan ook niet mee bemoeien?

‘Daar zijn andere instituten mee bezig, het Zorginstituut en de Federatie van Medisch Specialisten bestuderen of behandelingen wel effectief zijn. Daar staan we volledig achter, wij kunnen dat als kleine vereniging nooit beter doen. Maar vergeet niet dat in de geneeskunde het bewijsniveau heel hoog is. Dat de helft van de behandelingen dat niet haalt, wil niet meteen zeggen dat het onzin is wat er gebeurt. Er is vaak een heel plausibele reden voor. Van veel behandelingen kunnen we bovendien om allerlei redenen de effectiviteit niet meer op dat hoge niveau vaststellen. Niemand durft bijvoorbeeld te besluiten om vrouwen in twee groepen in te delen, om nu eens goed te gaan uitzoeken of screening op borstkanker wel werkt. Terwijl er voldoende reden is voor twijfel, net als bij de screening op darmkanker. De groep mensen die zich laten screenen leeft gemiddeld net zo lang, ze gaan alleen aan andere dingen dood. Maar bij die screening spelen zoveel belangen mee, die krijg je niet meer weg.’

In uw boek noemt u vitamine-B12-klinieken ‘kwakzalverscholen’ en dry needling, veel toegepast door fysiotherapeuten, ‘de moderne variant van ezeltje prik’. Stoot u veel mensen niet af met die hoge toon?

‘Ja, goed punt, we krijgen er brieven over van trouwe leden die vragen of het niet wat minder kan. Sinds ik de leiding heb genomen is dit onze aanpak, naming en shaming en met gestrekt been erin. Ik vind dat een effectief wapen. Als wij onszelf de Vereniging ter Bevordering van Verantwoorde Gezondheidszorg gaan noemen, dan valt iedereen in slaap, dan is er geen journalist die nog belt. Maar het heeft iets onsympathieks om altijd overal tegen te zijn, dat is absoluut waar.’

Wat was uw persoonlijke drijfveer om u op de kwakzalverbestrijding te storten?

‘Als jonge dokter heb ik in Zambia gewerkt en daar heb ik gezien dat de reguliere geneeskunde een universele waarde heeft. De Afrikanen reageerden net zo gunstig op behandelingen als hier in het Westen, of het nou om maagklachten ging of om een schouder uit de kom. Ik zag dat veel Afrikaanse patiënten eerst naar toverdokters gingen en de resultaten van die behandelingen waren waardeloos, ik had daar al snel een zekere minachting voor. De vooruitgang in de geneeskunde wordt bereikt door goed wetenschappelijk onderzoek en het zoeken naar plausibele theorieën. Toen ik in 1975 in Nederland terugkwam, was net de alternatieve geneeskunde in opkomst. Het begon met de Chinese acupunctuur, daarna kwam de ayurvedische geneeskunde en de homeopathie. Ik dacht meteen terug aan wat ik in Afrika had gezien. Toen hoorde ik van de vereniging en dat vond ik fantastisch: als er geen bewijs is, gewoon radicaal afwijzen.’

De geschiedenis van de Vereniging tegen de Kwakzalverij voert langs een aantal geruchtmakende zaken waarvan Renckens er drie als de grootste successen beschouwt. De alternatieve behandelaars van actrice Sylvia Millecam, die in 2001 overleed aan borstkanker, kwamen na tussenkomst van de vereniging alsnog voor de rechter. Orthomanueel arts Maria Sickesz, die beweerde dat ziekten als schizofrenie worden veroorzaakt door scheefstand van de nekwervels, mocht na een elf jaar durende rechtsgang toch kwakzalver worden genoemd. En zakenman Roland Pluut, oprichter van een aantal dubieuze ‘kwakfondsen’ die op verraderlijke wijze bonafide gezondheidsfondsen beconcurreerden, slaagde er niet in om het ferme taalgebruik van de vereniging (‘circus Pluut’ en ‘criminele organisatie’) van tafel te krijgen.

Objecten van Cees Renckens, de anti-kwakzalverkoning. Objecten met een belangrijk verhaal i.v.m zijn strijd tegen de kwakzalverij. Beeld Erik Smits

Als u terugblikt, heeft de vereniging dan voldoende impact gehad?

‘Dat is lastig te meten, maar ik ben er zelf tevreden over. We zijn gek genoeg, met 1.800 leden, een van de grootste verenigingen ter wereld in zijn soort, en ik weet dat alternatief genezers voorzichtig zijn en ons niet graag tegen zich hebben. Dat kan ik af en toe teruglezen in teksten van die luitjes.

‘Het aantal alternatieve artsen is de afgelopen 25 jaar zo ongeveer gehalveerd naar ruim negenhonderd. Dat zijn de warhoofden, de zwakke broeders uit de beroepsgroep, en het is goed om te zien dat hun aantal afneemt. Ik vermoed dat het medisch onderwijs daar een grote rol in heeft gespeeld. Er is veel aandacht gekomen voor evidencebased geneeskunde, voor de vraag hoe je kunt bewijzen dat een behandeling werkt en ik denk dat artsen in spe wat kritischer worden.

‘Toch vind ik dat te veel artsen onverschillig zijn over de schade die kwakzalvers aanrichten. Ze hebben geen zin om er energie in te steken. Maar we hebben honderd studentleden, bijna allemaal artsen in opleiding, en dat stemt hoopvol.’

Er zijn, lees ik in uw boek, naast die negenhonderd alternatieve artsen 40 duizend aanbieders van alternatieve geneeskunde. Heeft het wel zin om daartegen te blijven strijden?

‘Ik denk het wel, want wie doet het anders? Zoveel medestrijders hebben we niet. De Inspectie is vrij passief, er moet wel heel veel aan de hand zijn wil die optreden. En artsenorganisatie KNMG spreekt zich al jaren niet meer uit over alternatieve geneeswijzen. De Australische huisartsenvereniging heeft alle leden laten weten dat zij zich afzijdig moeten houden van homeopathie. Ik heb de artsenverenigingen hier gevraagd of zij dat voorbeeld willen volgen, maar daar zijn ze niet toe bereid. Betreurenswaardig en laf, vind ik dat. Het laat zien dat onze vereniging vooralsnog onmisbaar blijft.’

Hij vertelt over het Brabantse varkensboertje, het is een verhaal uit de collectie ‘schandalige zaken’ in het boek, waarover hij zich aan de keukentafel in Hoorn nog altijd kwaad kan maken. Het boertje procedeerde door tot aan de Hoge Raad, omdat hij wilde worden vrijgesteld van btw-heffing. Zijn boerenbedrijf was bijzaak, hij beweerde dat hij jaarlijks een ton verdiende met magnetiseren en omdat hij tijdens die sessies ook sprak met cliënten, gaf hij dus in feite ook psychotherapie. En psychotherapeuten betalen, net als andere aanbieders van medische zorg, geen btw.

Beeld Erik Smits

Een van de bestuursleden van de vereniging ging op onderzoek uit en hoorde van buurtbewoners dat ze nog nooit patiënten bij zijn praktijk hadden gezien. De huisartsen en kinderartsen uit de buurt, van wie hij veel verwijzingen zou krijgen, kenden hem niet. ‘Die man heeft alles bij elkaar gelogen maar de zaak wel gewonnen. Hij heeft zijn geld mogen houden.’

Na 32 jaar kan hij zich nog altijd opwinden maar toch wordt het tijd voor verjonging, zegt hij. ‘Ik ben al negen jaar geen praktiserend arts meer, dus er veranderen dingen in de gezondheidszorg waar ik niet meteen weet van heb. Ik schreef een keer een verontwaardigde ingezonden brief en toen was het commentaar van vakgenoten: joh, dat doen we allang niet meer, je loopt achter. Dat moet je niet te vaak overkomen en dat risico neemt toe naarmate je er langer uit bent.’

Uit betrouwbare bron heeft hij gehoord dat een van zijn voorgangers, oud-voorzitter dr. A.P.N. de Groot (‘een heel fanatieke man’), op zijn sterfbed nog lag te schelden op kwakzalvers. ‘Ik mankeer nog niks hoor, maar dat wil ik wel voorkomen.’

Cees Renckens: Met het vizier op Kackadoris. Kroniek van de hedendaagse kwakzalverij. € 19,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden