Het donkere deel rechtsonder in het hart (een varkenshart) geeft het gekoelde deel aan.
Het donkere deel rechtsonder in het hart (een varkenshart) geeft het gekoelde deel aan. © Catharina Ziekenhuis Eindhoven

Cardiologen koelen hart plaatselijk af en hopen zo op minder blijvende schade na infarct

Cardiologen in Eindhoven zijn erin geslaagd een hart plaatselijk af te koelen. Dat kan ertoe bijdragen dat na een infarct minder blijvende schade aan het hart ontstaat.

Als een ijszak spierblessures kan tegengaan, zou ook een beschadigd hart gebaat moeten zijn bij koeling - het hart is immers een spier. Wereldwijd worden al jaren methoden gezocht om het hart af te koelen om de schade na een hartinfarct te beperken. Cardiologen van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven zijn erin geslaagd zo'n techniek te ontwikkelen. Cardioloog en intensivist Luuk Otterspoor promoveert donderdag op die nieuwe koelingsmethode.

Jaarlijks krijgen 35 duizend Nederlanders een acuut hartinfarct: doordat een kransslagader plotseling wordt afgesloten, stokt de bloedtoevoer naar het hart en dreigt een deel van het weefsel af te sterven. In het ziekenhuis wordt geprobeerd het bloedvat weer te openen met een dotterbehandeling. Daarbij wordt een buisje op de plek van de vernauwing geplaatst. Als dat snel genoeg gebeurt, kan de helft van het aangetaste hartspierweefsel het alsnog overleven.

Zwelling

Maar dat dotteren levert ook schade op, legt Otterspoor uit. Het infarctgebied is een wond en het lichaam stuurt daarom ontstekingscellen die kant op, die beschadigingen moeten herstellen. Zodra na het dotteren de bloedtoevoer weer op gang komt en die ontstekingscellen het hartweefsel bereiken, ontstaat een zwelling, net als in een geblesseerde enkel. Maar anders dan in de enkel kan de zwelling in het hart, een afgesloten ruimte, geen kant op. Daardoor worden kleine bloedvaten dichtgedrukt. Dat leidt tot onherstelbare schade, met groter risico op hartfalen en sterfte.

Al jaren proberen artsen in de hele wereld het hart bij het dotteren te beschermen door het te koelen. Hartpatiënten helemaal afkoelen blijkt geen succes. De kou leidt tot rillingen en stress en daarmee tot een verhoogde zuurstofbehoefte, waardoor het hart harder moet werken. Bovendien duurt het lang voordat een mens is afgekoeld tot 33 graden Celcius, zegt Otterspoor, terwijl bij dotteren snelheid geboden is.

Samen met wetenschappers van de TU Eindhoven en de Lifetec Group (een spin-off van de universiteit) ontwikkelde hij een nieuwe methode: door de vernauwing in de kransslagader wordt een katheter geschoven waarmee vervolgens koude vloeistof in het infarctgebied wordt gespoten. Zo wordt het aangetaste deel van het hart zo'n 5 graden kouder. Tien minuten later wordt de kransslagader geopend, waardoor het bloed weer naar het hart stroomt. Daarna wordt het hart nog tien minuten gekoeld en pas dan wordt de stent geplaatst. Otterspoor testte de koelmethode bij tien patiënten en concludeert dat die uitvoerbaar is en niet tot complicaties leidt. De techniek werd getest in een varkenshart, waarbij een warmtecamera liet zien dat alleen het infarctgebied afkoelde.

Het Catharina Ziekenhuis gaat de methode de komende jaren met vijf hartcentra in Europa verder onderzoeken

Gezondheidswinst

Hoogleraar translationele cardiologie Rudolf de Boer (UMCG), niet betrokken bij het onderzoek, noemt de achterliggende theorie geloofwaardig: donororganen worden na uitname ook gekoeld om zo de stofwisseling stil te leggen en de schade te beperken. Of de nieuwe koelingstechniek tot gezondheidswinst leidt, moet nog wel worden aangetoond, zegt hij. Bij dieren zijn met succes al honderden methoden beproefd om de schade in het hart te beperken, maar bij mensen blijft een effect uit. 'Dat geeft te denken.'

Bij de tien patiënten die Otterspoor behandelde, bleef van het gebied waar het infarct plaatsvond uiteindelijk 80 procent behouden. Daar kunnen geen conclusies aan worden verbonden, erkent hij, want de groep is te klein. Het Catharina Ziekenhuis gaat de methode daarom de komende jaren met vijf hartcentra in Europa verder onderzoeken. Over drie jaar moet duidelijk zijn of patiënten er baat bij hebben.