Bureau zwaait Ad Muller uit

Twintig jaar zat hij met J.J. Voskuil op één kamer van het P.J. Meertens Instituut voor Volkskunde, Dialectologie en Naamkunde....

Na 37 jaar verlaat Ton Dekker per 1 mei 2000 het P.J. Meertens Instituut als wetenschappelijk onderzoeker. Ter gelegenheid van dit afscheid wordt hem 'De discipline van het dagelijks leven' aangeboden, het dubbelnummer van het Volkskundig Bulletin (jaargang 25 nummer 2/3, verschenen bij SUN; fl 30,-) dat ook de Bureau-fans zich niet mogen laten ontgaan.

Het is roerend te zien, hoe ferm de collega's Dekker in bescherming nemen tegen de reputatie van angsthaas, lijntrekker en zeurkous die Voskuil hem heeft bezorgd. De antropoloog Willem de Blécourt biedt Dekker een artikel aan over 'De kattendans' (verhalen over ontmoetingen met katten), en meldt in zijn inleiding weinig gegevens voor zijn reconstructie te hebben. 'Voor mij vormt dit een intellectuele uitdaging, hoe speculatief de onderneming misschien ook is. Bovendien is het gewoon leuk, iets wat voor Han Voskuil onvoorstelbaar is.'

Contribuant Gerard Rooijakkers liet in de personalia achterin de volgende zin opnemen: 'Zowel Dekkers principiële loyaliteit als ook zijn enthousiasme voor het vak - zaken die de lezer van Het Bureau wellicht niet zou verwachten - hebben hem sterk getroffen.'

Ook de historicus Willem Frijhoff, die tot 1999 in de wetenschapscommissie van het Meertens Instituut zat, deelt een paar steken uit aan Voskuil, die tot zijn afscheid in 1987 afdelingshoofd Volkskunde was: 'Voskuils sterke persoonlijkheid was de dragende kracht van de afdeling Volkskunde. Ze bracht haar tot ontwikkeling maar maakte individuele medewerkers die wel eens iets anders wilden of de dingen vaak anders zagen, vleuggellam. Wie Dekkers publicatielijst bekijkt en zijn artikelen leest zal al gauw ontdekken dat hij eigenlijk pas vanaf het eind van de jaren zeventig in autonomie zijn wetenschappelijke persoonlijkheid heeft kunnen ontwikkelen.' Die 'Bibliografie A.J. (Ton) Dekker' telt ruim vijf pagina's, en bevat tot 1979 vijf artikeltjes. De schuld van Voskuil.

Het stuk van Rooijakkers, 'Is dit mijn leven? Fiction en faction in Het Bureau', lijkt vooral een poging de lezer ervan te overtuigen dat Het Bureau weliswaar een sleutelroman is, maar dat de mening en visie van Han Voskuil (alias Maarten Koning) niet hoeven samen te vallen met de werkelijkheid. Iedereen dácht dat al, maar gaat juist door deze verzekeringen op het puntje van zijn stoel zitten: zou die Dekker dan echt als twee druppels water op Ad Muller lijken?

Dekker blijkt bij het verschijnen van een nieuw deel van Het Bureau eerst al zijn 'Ad Mullertjes' via het register op te zoeken, teneinde tevreden te constateren dat hij het meest van zijn collega's voorkomt in de roman. In een radioprogramma zei hij hierover: 'Ik begin te merken dat allerlei andere mensen bij mij op het instituut zich beginnen af te vragen: zou ik ook uitverkoren zijn? Sommigen konden niet afwachten en hebben het aan de oude baas zelf gevraagd, maar helaas. En als een geslagen hond druipt men dan af.' Zou Dekker hier zijn typische lachje hebben laten horen?

Het onthullendst is het interview waarmee de bundel opent. Carla Wijers, het nieuwe hoofd Volkskunde (of in de huidige terminologie: onderzoeksleider Etnologie), interviewde Dekker op 29 juni 1999 samen met haar collega's John Hel sloot en Theo Meder. Alle schouderklopperij en rehabilitatie-ijver in de tweehonderd pagina's die op dit vraaggesprek volgen, zijn goed bedoeld, maar zinloos. Dekker is Muller, daar helpt geen feestbundel aan. Over de begintijd onder Voskuil: 'Wij hadden toen helemaal geen plannen om nou eens lekker onderzoek te gaan doen. We wilden wel alles wat er geweest was inblikken in het kaartsysteem. Dat was het dan. (. . .) Je krijgt misschien het beeld van iemand die daar lekker rustig zit, maar ik heb wat afgeleden in die eerste jaren. Verschrikkelijk. Echt verschrikkelijk, omdat ik absoluut niet wist wat het vak inhield.'

In 1969 maakte hij een vragenlijst over de kerstboom. Vanwaar deze onverhoedse werkdrift? 'Mensen vroegen: ''Waar bent u mee bezig?'' ''Ik lees de hele dag artikelen en ik zit kaartjes te tikken.'' ''Ja, maar een onderwerp?'' ''Nee, daar zijn we niet mee bezig.'' Dat begon toch een beetje bij mij te wringen. Vandaar ook dat ik die kerstboom ben gaan doen.'

De vragenlijst gooide Dekker er in een week uit. Het artikel nam wat meer tijd: 'De opkomst van de kerstboom en kerstversiering in Nederland (ca. 1835-1880)' verscheen in 1982 in het Volkskundig Bulletin.

Pas rond 1980 begon Dekker te dagen wat de relevantie van het vak was. 'Je moet als volkskundige goed kunnen vertellen hoe cultuur in een samenleving functioneert. Achteraf denk ik ook: hoe is het mogelijk? We hadden dus eigenlijk iemand moeten hebben op ons instituut die ons dat gewoon eens even had verteld. Maar er heeft nooit iemand iets gezegd. Meertens ook niet.'

Voor de liefhebbers bevat dit dubbelnummer tevens artikelen over Marken, 'Kerstboom en kerstversiering op koloniaal Java (1852-ca. 1941)' en volksliedjes als bron van inspiratie voor allochtone kinderen: 'Sinterklaas is jarig/ hang hem aan de muur/ Trek hem aan zijn ballen/ Dán is het twalef uur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden