Bron van radioactieve wolk die vorig jaar over Europa waaide, waarschijnlijk opwerkingsfabriek Rusland

Een opwerkingsfabriek in het Russische Mayak is de waarschijnlijkste bron van een wolk radioactief stof die in oktober over Europa waaide. Wrang detail: de Russen werkten in opdracht van Europese wetenschappers.

Het inwendige van de Borexinodetector in het Gran Sasso-laboratorium in Italië. De ondergrondse tank is behangen met lichtsensoren, die lichtsporen van passerende deeltjes opvangen. Beeld INFN

Bij de productie in Rusland van een speciale radioactieve bron ten behoeve van een wetenschappelijk experiment in Italië is in oktober vorig jaar een wolk radioactief ruthenium-106 ontsnapt. Die liet destijds boven grote delen van Europa alarmbellen afgaan.

Het SOX-experiment in Gran Sasso is begin deze maand helemaal afgeblazen, officieel wegens leveringsproblemen bij de opwerkingsfabriek in Mayak, tegen de grens van Kazachstan.

Tegenover wetenschapsblad Science ontkent een woordvoerder van het SOX-experiment deze week iets van de Russen vernomen te hebben over een stralingslek. Het zou technisch niet mogelijk zijn gebleken de vereiste radioactiviteit te produceren.

In een nieuw rapport over de verhoogde radioactiviteit in september en oktober schrijft de Franse stralingsautoriteit IRSN dat de opwerkingsfabriek van Mayak vrijwel zeker de bron van de radioactiviteit is geweest. Dat blijkt uit een reconstructie aan de hand van stralingsmetingen en weerpatronen. Volgens IRSN is opheldering nodig over de fabricage in Mayak van een cerium-144 bron uit kernafval. Mayak stamt nog uit de Sovjettijd en heeft een lange historie van incidenten en ongelukken, die vaak lang werden stilgehouden.

De tekst gaat verder onder de kaart.

Europees onderzoek

Dat die cerium-144-bron bestemd was voor het SOX-experiment in het ondergrondse laboratorium van Gran Sasso, Italië, staat vast. Dat experiment is uitgebreid beschreven in de literatuur en moest vanaf 2018 neutrino's bestuderen, spookachtige deeltjes die bij kernreacties vrijkomen. Van het neutrino zijn drie versies bekend waartussen de deeltjes voortdurend wisselen.

In het SOX-expriment zou gekeken worden naar neutrino's uit een grote cerium-144-bron van circa 40 gram, om te zien of er wellicht nog een vierde type neutrino in het spel is. Dat gebeurt met de reusachtige Frans-Italiaanse Borexinodetector, een vat met 300 kubieke meter vloeistof en duizenden lichtdetectoren, die flitsjes van passerende deeltjes vastleggen.

Het experiment had dit voorjaar van start moeten gaan, maar na felle protesten van plaatselijke milieuorganisaties in de Abruzzen was dat hoe dan ook al onzeker. Zij vonden het onverantwoord dat zulke radioactieve bronnen dicht bij waterbronnen in het gebergte worden gebruikt. Plaatselijke autoriteiten in het aardbevingsgevoelige gebied tekenden vorig najaar ook al bezwaar aan. Tegelijk ging er ook een petitie rond van voorstanders van het wetenschappelijke werk in de tunnels diep onder de grond. De container met het cerium was onverwoestbaar, stelden zij.

Wat er vorig najaar in Rusland precies is misgegaan bij de productie van de bron is onduidelijk. Het cerium-144 is een splijtingsproduct dat voorkomt in gebruikte brandstofstaven. Het wordt in kleine hoeveelheden gewonnen voor de behandeling van sommige oogkankers.

Te heet

Volgens het Franse IRSN-rapport is uit de stralingsmetingen ook af te leiden dat tijdens het incident relatief vers kernafval moet zijn gebruikt. Normaal krijgen gebruikte slijtstofstaven tien jaar de tijd om af te koelen, voor ze chemisch uit elkaar worden gehaald. In Science zegt een deskundige dat door de snelle verwerking het opwerkingsproces te heet kan zijn geworden. Daardoor zou ruthenium in gasvorm hebben kunnen ontsnappen, ondanks filters, en buiten als kleine druppeltjes zijn weggevoerd door de wind.

Een Russische expert ontkent in Science dat het proces te heet is geworden. Hij zegt dat in Mayak pas in november aan de bestelde ceriumbron is gewerkt. Ook houdt hij vol dat het radioactieve ruthenium ergens anders vandaan moet zijn komen aanwaaien.

Stralingsonderzoeker Lars Roobol van het RIVM in Bilthoven noemt de Franse conclusies wel plausibel. 'Er zijn forse onzekerheden, maar Mayak is het enige nucleaire complex in hun meest waarschijnlijke brongebied.'

Het RIVM nam tussen 21 september en 6 oktober vorig jaar geen sporen van ruthenium-106 in Nederland waar met het eigen snuffelnetwerk. In Wenen, Italië en verder oostwaarts werden wel veel hogere waarden gemeten, maar ook die vielen nog steeds in het niet tegen de natuurlijke achtergrond. Volgens Roobol gaat het ook in die gebieden nog om ongevaarlijke doses. 'Maar als je terugrekent naar waar het mee begonnen moet zijn, kan het dicht bij de bron wel degelijk gevaarlijk geweest zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.