Britse republikeinen

DE ENGELSE monarchie is, evenals de Nederlandse, vaak uitgescholden, maar nooit echt bedreigd. Ook niet toen elders in Europa tronen vielen (1848 en 1918)....

Ook bij alle recente troebelen rond het huis van Windsor - koninklijke echtscheidingen en de voor Elizabeth II zo pijnlijke Diana-cultus - gaat de Engelse discussie over modernisering van (en desnoods bezuiniging op) de monarchie, en niet over afschaffing. Zelfs al worden Australië en Canada republieken, dan zal dat de Engelsen niet tot voorbeeld strekken. Want de Britse Commonwealth zegt hun weinig meer.

Dit betoogt Antony Taylor in zijn studie naar Britse antimonarchale stromingen sinds 1790. Taylor doceert geschiedenis aan de universiteit van Sheffield en schreef veel over het Engeland van de vorige eeuw. Maar hij is meer een groot kenner van republikeinse stromingen dan een groot auteur. Zijn stijl is zwaarwichtig en pedant, maar zijn conclusies zijn eerder wat aarzelend.

Taylor was kennelijk bang dat zijn onderwerp, inderdaad verwaarloosd in de Britse geschiedschrijving, niet serieus genomen zou worden. Dit onderwerp verdiende een betere schrijver, maar blijft ook in deze onhandige vormgeving boeiend genoeg. Bovendien maken de vele fraaie en geestige illustraties veel goed.

In de vorige eeuw was de Engelse monarchie bepaald geen instituut dat boven richtingen en partijen stond. Wie geen anglicaan of Tory of landbezitter was, had er minder mee op. Bij radicalen, links-liberalen en bij de massa's in de sloppenwijken waren Victoria en haar voorgangers weinig populair.

Een nieuw kind van haar en Albert werd betreurd: 'Weer een opvreter erbij.' Dit betrof geen algemene afkeer van de 'hogere standen'. Bij de dood van oud-premier Robert Peel werd in de Londense achterbuurten gehuild. Hij had de armen goedkoper brood gegeven door het afschaffen van de graanwetten.

Een vroeg hoogtepunt in antimonarchale woelingen ontstond in 1817 na de dood van prinses Charlotte. Zij was het enige kind van de zeer impopulaire George IV uit zijn absurde huwelijk met een Duitse prinses. Toen de dochter stierf in het kraambed, leek de hoop op een vernieuwd Engels koningschap vervlogen. George werd ruiger uitgescholden en vernederd in spotprenten dan later Willem III in Nederland ('Koning Gorilla').

Victoria was in 1837 toch nog een aangename verrassing. Zij werd aanvankelijk afgebeeld als een jonge, bijna feeërieke weldoenster, die de armen zou helpen tegen de wil van haar politici in. Maar haar huwelijk met Albert was veel minder populair. De anti-Duitse sentimenten, al sterk tijdens de Hannovers, kregen weer ruim baan. Vooral toen Albert, in contrast met de politiek van minister Palmerston, conflicten met Rusland probeerde te voorkomen. Palmerston had weinig moeite om de radicale pers tegen hem op te stoken.

Na 1870 had bijna iedere grote stad in Engeland een republikeinse club met een eigen 'tegencultuur'. Men schold op koning, anglicaanse kerk en adel en sprak elkaar aan met 'citizen'. Taylor toont overigens aan dat het voorbeeld van de diverse Franse revoluties slechts een bescheiden rol speelde en vooral de propaganda tegen de republikeinen diende.

De antimonarchale onderstroom in Engeland had veel te maken met de herinnering aan Cromwell en het daaraan verbonden religieuze wantrouwen tegen de monarchie, dat nog steeds deel uitmaakte van het collectieve geheugen van het gewone volk. Bij rellen in slechtere perioden van een monarch kwamen zulke sentimenten naar boven. Tussen 1870 en 1872 was daar reden voor. Victoria rouwde zo lang en diep over de vroeg gestorven Albert dat zij vrijwel niet meer zichtbaar was voor het publiek. Geruchten over een relatie met haar Schotse dienaar John Brown deden de ronde.

Grote woede wekte een nieuwe begrotingspost toen Victoria's dochter Louise met de rijke markies van Lorne trouwde. De liberale leider Gladstone maakte die wet en verloor zo veel populariteit. Ook werd schande gesproken van de al te jolige levenswandel van kroonprins Bertie (de latere Edward VII), die wel 'de republikeinse troefkaart' werd genoemd.

Victoria kwam echter weer terug bij de mensen en werd vaak gezien als het nationale symbool van het (breed gesteunde) agressieve en populaire imperialisme aan het eind van de negentiende eeuw. Haar twee jubilea, in 1887 en 1897, werden uitbundig gevierd. Maar dat gebeurde, aldus Taylor, toch veel minder eensgezind dan de meeste historici hebben beschreven. Er waren nog republikeinse bladen en die mopperden over het vele staatsgeld dat aan zulke vieringen werd besteed, terwijl de armen hongerden.

In Australië drongen in 1887 republikeinen de eerste zitting van de jubileumcommissie binnen en namen daar een motie aan ter afschaffing van de band met Engeland. Taylor wijst erop dat de republikeinen in Engeland als antinationale scheurmakers beschimpt werden, terwijl hun geestverwachten 'down under' zich juist konden beroepen op een Australisch eenheidsstreven.

Overigens wil het met dit laatste nog steeds niet zo goed lukken. Het recente referendum over de republiek faalde vooral doordat de anti-Britse meerderheid geen gezamenlijke oplossing kon vinden voor de inrichting van een republiek (wel of niet een presidentiële democratie).

De vroege Engelse arbeidersbeweging was uitgesproken antimonarchaal en Keir Hardie mocht als parlementslid niet naar de koninklijke tuinfeesten. Maar de volgende generatie (MacDonald, Henderson, Attlee) was eerder ultramonarchaal. Volgens Taylor wilden zij daarmee hun politieke volwassenheid en geschiktheid om te regeren bewijzen. Hun vrouwen kregen les in hofetiquette van partijgenote en 'Fabian' Beatrice Webb. In 1936 hebben de socialisten niet willen profiteren van de crisis rond het aftreden van Edward VIII, die met de beruchte Wally Simpson trouwde.

In de twintigste eeuw stond het Engelse koningshuis meer boven de partijen, vooral dankzij de 'volkse' George V en de sympathieke stotteraar George VI, in de Tweede Wereldoorlog een nationaal symbool. Elizabeth II had weinig last van de woelige sixties, toen bijna alle andere instituties onderuitgingen. (In Nederland raakte de monarchie wél in de strijd betrokken, vooral door Beatrix' omstreden huwelijk.)

Het huis van Windsor kwam pas later in de problemen door de agressieve media, die koninklijke familieperikelen voor het eerst openlijk schilderden, daarmee een taboe doorbrekend. (Wat in Nederland ook gebeurde bij de Lockheed-affaire van 1976, terwijl de Greet Hofmans-affaire twintig jaar eerder nog onder het tapijt werd geveegd.)

Antony Taylor schrijft nogal geruststellend over de recente problemen van het hof. Intussen heeft hij aan die perikelen wel te danken dat zijn studie naar antimonarchale oprispingen actuele betekenis heeft gekregen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden