Breinplaatjes zeggen wat je wilt zien

Scans hebben een objectieve uitstraling, maar eigenlijk zijn ze helemaal niet zo ondubbelzinnig, zegt Sarah de Rijcke. Zij is als promovendus verbonden aan de sectie theorie en geschiedenis van de psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen....

‘Een hersenscan is geen foto, het is het resultaat van ingewikkelde berekeningen die na een heleboel bewerkingen door computers worden omgezet in een afbeelding. Welke bewerkingen dat zijn, hangt af van de keuzen die wetenschappers hebben gemaakt. Pas daarna heb je een mooi ingekleurd plaatje in een tijdschrift staan.’

]]>

De Rijcke is komende maandagavond een van de gasten in het Kenniscafé van de Volkskrant, Nemo en De Balie, dat deze keer gaat over de afbeeldingen van onze hersenen. Die lijken wel voor zichzelf te spreken, maar dat is niet zo. Zoals de oude tekeningen en kopergravures van ons brein het persoonlijke stempel dragen van degenen die ze hebben gemaakt, zo is ook de hersenscan het resultaat van een reeks beslissingen en bewerkingen van wie ze presenteren.

De Rijcke: ‘Wetenschappers expliciteren in hun onderzoeksverslagen uitgebreid wat ze hebben gedaan. Maar die nuances verdwijnen naar de achtergrond wanneer een scan naar buiten wordt gebracht. Het publiek ‘ziet’ hoe de hersenen van iemand met depressie of schizofrenie afwijken van ‘normale’ hersenen. Maar dat kun je natuurlijk alleen maar laten zien wanneer van tevoren is afgesproken wat een afwijking ís. Dat moet je je steeds realiseren als je ernaar kijkt.’

Full color
Eén full color-hersenscan is altijd het resultaat van heel veel scans, het is een gemiddelde , legt ze uit. ‘Individuele hersenen verschillen niet zoveel van elkaar. De hersenen van een individuele schizofreniepatiënt, iemand die aan een depressie lijdt, een heteroseksueel of een man hebben veel meer overeenkomsten dan verschillen met die van respectievelijk een gezond mens, een homo of een vrouw. Maar als je echt op zoek bent naar verschillen, vind je die wel. Dat is een kwestie van heel veel mensen onder de scan leggen en heel goed zoeken.’

Zulke verschillen willen wetenschappers graag vinden, en het publiek heeft er grote belangstelling voor.

De Rijcke: ‘Er komt een steeds grotere focus te liggen op de materiële oorzaken van ziekten als bijvoorbeeld schizofrenie, depressie en autisme. Als je iets in het brein kunt zien, is dat een ‘hard’ bewijs dat er iets aan de hand is. Het is echt, het is gemeten. Daardoor verdwijnen ‘softe’ verklaringen die gebaseerd zijn op sociale factoren en omgevingsinvloeden letterlijk uit beeld – terwijl die er misschien minstens zoveel mee te maken hebben.

‘Misschien zijn de hersenen onder invloed van zulke factoren wel geworden zoals we ze op de scan zien; en is wat je in beeld ziet niet de oorzaak van de problemen, maar het resultaat ervan.’

Mensen zijn enorm gevoelig voor visuele representatie; je ogen bedriegen je immers niet. Maar apparaten moet je instellen, en de programma’s die ze gebruiken, zijn door mensen bedacht. Objectieve maten zijn niets anders dan afspraken die eventueel kunnen worden herzien. En data worden nooit allemaal weergegeven, want dan krijg je te veel ruis.' En wie bepaalt wat ‘ruis’ is, en wat ‘echt’?

Tumor
Daar komt wat psychische ziekten betreft nog een punt bij. ‘Een tumor is misschien een tumor, daar hoef je niet over te discussiëren’, zegt De Rijcke.

‘Maar wanneer heeft iemand een psychische ziekte? Dat hangt af van de diagnose die is gesteld.

‘Daarover worden voortdurend afspraken gemaakt. Denk maar aan de richtlijnen die zijn vastgelegd in de DSM, het diagnostisch handboek voor de psychiatrie. Die richtlijnen worden om de zoveel tijd herzien. En herziening komt vaak neer op het oprekken van een classificatie.’

Daarmee wil De Rijcke niet zeggen dat er wordt overgediagnosticeerd. ‘Het zal heus zo zijn dat allerlei gedrag dat vroeger niet begrepen werd, nu met recht herkend wordt als een ziekte. Maar het geeft wel aan dat onderzoek naar ziektebeelden gebaseerd is op afspraken die geen absoluut karakter hebben.’

Neurowetenschappers zijn zich goed bewust van het complexe karakter van hun onderzoek, zegt De Rijcke. ‘Veel beeldvormende studies zijn onvergelijkbaar door variatie in onderzochte hersengebieden, typen scanners en soorten proefpersonen. Bovendien zijn sommige data meer en anders bewerkt dan andere. Onderzoeksresultaten met elkaar delen is dus ingewikkeld.’

Publicatiedruk
Een ander probleem waarmee wetenschappers worstelen, is de publicatiedruk. De Rijcke: ‘Je moet natuurlijk wel extra je best doen om jouw mooie plaatje op bijvoorbeeld de cover van Nature te krijgen.’ Bovendien speelt ook geld een rol bij het onder de aandacht brengen van onderzoek. Dure scanners en een hoog onderzoeksbudget moeten mooie resultaten opleveren.

Onderzoekers zelf zijn meestal heel zorgvuldig, zegt De Rijcke. 'Ik maak meer zorgen over de buitenwacht, die overspannen verwachtingen heeft van de bewijskracht van hersenscans en ermee op de loop kan gaan.

‘Hier is het nog niet zo ver, maar in de Verenigde Staten worden hersenscans in rechtszaken gebruikt. Dan kun je er wel een expert bij halen die relativeert wat er te zien is, maar zo’n scan blijft toch een visueel aantrekkelijk iets met een eigen overtuigingskracht. Dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling.

‘De context waarin afbeeldingen zijn gemaakt, moet een belangrijke rol blijven spelen bij hun interpretatie. Het is de vraag of iemands psychische ziekte of ontoerekeningsvatbaarheid te vangen is in een plaatje.’

Kenniscafé: Hersenschimmen? De Balie, Amsterdam, maandag 21 april, 20.30 uur. Toegang gratis, reserveren op www.debalie.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.