Bouwmeesters gezocht in het land van de overleg-architectuur

Zowel het Jaarboek van het Nederlands Architectuurinstituut als Ed Melets boek 'Duurzame Architectuur' verwijst de Vinex-woonwijken naar de schroothoop, zij het vanuit verschillende motieven....

door Ids Haagsma en Hilde de Haan

ZO'N VIJFTIEN jaar geleden was de architectonische cultuur in Nederland een 'zielige Calimero' die door niemand werd begrepen. Ze klopte aan bij de overheid om steun, en ziedaar: er kwam een Architectuurnota (1991), een Stimuleringsfonds voor Architectuur (1993) en een pretentieus Architectuurinstituut, het NAi in Rotterdam (1994). En nu, in 1999, leeft architectuur onder het volk als nooit tevoren. Het gezicht van Nederland wordt bepaald door wat de architectuur van de overlegmaatschappij kan worden genoemd.

Zo ongeveer schetst de publicist Hans van Dijk in Architectuur in Nederland, Jaarboek 1998/'99de stand van zaken. Niet als tevreden constatering, integendeel. Met afschuw beschrijft de medewerker van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) hoe de bouwmeesters van nu zich en masse ondergeschikt maken aan consumentenwensen en gebouwen produceren die variëren van Mecannoo-modernisme tot complete wijken in 'jaren-dertig stijl'. Het leidt tot een overdaad aan boerderettes en cataloguswoningen.

Nee, echt goed gaat het dus niet met de architectuur in Nederland maar gelukkig kent het vak zijn helden. En naar hen ging de redactie van het Jaarboek op zoek; als keurmeesters reisden zij het land af, bekeken tweehonderd gebouwen kritisch en selecteerden er twintig voor hun boek, als de meest eigenzinnige, grensverleggende en authentieke bouwwerken van het nog lopende seizoen 1998/'99.

Hiermee volgt dit jaarboek een trend die al eerder is ingezet. In plaats van, zoals in vroegere edities, 'een representatief overzicht te geven van de meest opmerkelijke bouwwerken van het afgelopen jaar, niet alleen gewaardeerde, maar ook controversiële; niet alleen de mooiste, maar ook die welke illustratief zijn voor een belangrijke ontwikkeling', stelt de redactie zich nu expliciet tot taak het beperkte aantal bureaus te propageren dat zij tot de avant-garde rekent. Daartoe hoort steevast Rem Koolhaas, evenals Neutelings en Riedijk, van wie dit jaar zelfs drie werken zijn opgenomen. Maar ook Gunnar Daan heeft de laatste jaren niet ontbroken, evenmin als Hertzberger, Ben van Berkel, Benthem Crouwel, MVRDV en Claus en Kaan.

Er zijn fantastische gebouwen bij. In alle opzichten interessant is de villa in Bordeaux die Rem Koolhaas voor een aan een rolstoel gekluisterde opdrachtgever ontwierp, met een plateau ter grootte van een volledige werkkamer dat zich als een lift door alle drie de verdiepingen van het huis kan verplaatsen. Hetzelfde geldt voor het Möbiushuis in het Gooi van Ben van Berkel, dat is geïnspireerd op het wiskundig diagram van omgeslagen lussen (een vinding van de achttiende-eeuwse wiskundige A.F. Möbius). Eveneens terecht is dat het Minnaertgebouw in Utrecht van Neutelings en Riedijk in het Jaarboek is opgenomen, wegens de originele manier om een groot onderwijsgebouw te maken waarin klimaatregulerende installaties vrijwel overbodig zijn.

Maar het is wel een eenzijdig verhaal, dat nauwelijks inzicht geeft in de echte problemen waar de architectuur op dit moment voor staat. Dat is niet een tekort aan originaliteit en authenticiteit; daar wordt het land juist van vergeven. Wat doorbroken moet worden zijn die moedeloos makende mechanismen waardoor Nederland vol komt te staan met bedrijfsterreinen waar elke architect zijn eigen originele kunstje flikt; met eindeloze woonwijken waar rijkelijk milieuvriendelijk materiaal wordt toegepast, maar die door hun infrastructuur en geringe bebouwingsdichtheid toch uiterst milieuvervuilend zijn.

Het Jaarboek gaat in essays wel op die omstandigheden in, maar het zijn machteloze aanklachten tegen ontembare economische krachten. Voormalig directeur van het NAi Adri Duivesteijn constateert gelaten dat 'architectuurstromingen ooit stonden voor ideeën over de inhoud, de betekenis en de waardigheid van de woning, maar dat (met name in Vinex-locaties) architectuur nu nog slechts is wat Neerlands Hoop ooit duidde met 'de façade van glitter en goud'.' De enige uitweg die het Jaarboek de architecten biedt, is vluchtgedrag. Hans van Dijk: 'Lever je marktaandeel maar in, ga niet zeuren, bemoei je er niet mee en ga gewoon door met mooie dingen maken.'

Dat kan ook anders, bewijst het boek Duurzame architectuur van Ed Melet, want architectuur en stedenbouw (steeds vaker het werkterrein van architecten) hebben nog steeds een zinnige taak te vervullen. Vooral het zoeken naar de nog ontbrekende duurzaamheid van de hedendaagse bouwkunst is volgens hem de inspirerende uitdaging van deze tijd. Melet maakt meteen duidelijk dat hij het niet eens is met de normen voor duurzaamheid die de overheid hanteert. 'Belangrijker dan gebouwen met een lage EPN (Energie Prestatie Norm: een lage EPN betekent weinig energieverbruik) zijn aangename, gelaagde gebouwen en wijken die ons uitdagen en prikkelen; zij moeten de aandacht van de snel verveelde zap-generatie vasthouden; ze moeten de wegwerpmaatschappij weerstaan zodat ze lang kunnen functioneren.'

Een duurzame stad moet aan vergelijkbare eisen voldoen: 'Contrastrijk, spannend en gelaagd zijn; rauw, snel, gevaarlijk en ontroerend.' Dichte bebouwing is daarvoor volgens Melet vereist: 'Niet alleen wordt er minder aanspraak gemaakt op de ruimte en kunnen multi-functionele gebieden ontstaan, maar ook wordt de beleving van een stad intensiever.'

De ruim opgezette Vinex-locaties met hun verplichte milieuwijken, vol krappe rijtjeshuizen met eventuele zonnepanelen op het dak, worden dus ook in deze optiek naar de schroothoop verwezen. Maar wel met deugdelijker criteria dan avant-gardisme. Volgens Melet moedigen zij door hun eenzijdigheid - bijvoorbeeld door het ontbreken van winkels - veelvuldig autogebruik aan. De huizen voldoen bovendien door hun krappe maten al snel niet meer.

Waar het Jaarboek impliciet architecten aanraadt zich te distantiëren van de door de vrije markt verziekte bouwpraktijk, en adembenemende villa's voor de allerrijksten als voorbeeld stelt, zoekt Melet naar mogelijkheden om het kwaad met wortel en al uit te roeien.

Zijn voorbeelden komen uit binnen- en buitenland. Ze vormen een waaier van inventieve, fascinerende ideeën. Een groot deel van het boek behandelt gebouwen waarbij gelaagde gevels, vaak deels van glas, de binnenkant net zo afwisselend maken als de buitenkant: ook hier dus volop groen en frisse lucht. Al komt ook een scala van nog slimmere gebouwen aan bod, waarbij zorgvuldig is ingespeeld op het plaatselijke klimaat, met gebruikmaking van materialen en vormen die hun waarde daar hebben bewezen. Zoals het futuristische Cultuurcentrum in Nieuw-Caledonië van architect Renzo Piano. Het is een vrije vertaling van de traditionele huttenbouw op dit eiland. De reusachtige halfronde schermen die hij rond het lage centrum opstelde, combineren op dezelfde wijze als die hutten twee functies: het breken van de harde wind en het bewerkstelligen van ventilatie. Melet besluit zijn boek met voorstellen voor gebouwen of omgevingen, die in hun eigen energie voorzien. Dat levert fascinerende ontwerpen op, die, mits ze door Nederlanders waren ontworpen, vast in het volgende Jaarboek zouden prijken.

De beide boeken hebben dan ook veel gemeen. Allebei beogen ze de huidige stand van zaken te tonen. Dezelfde namen, dezelfde onderwerpen komen in beide uitgaven ter sprake. Maar terwijl het Jaarboek kiest voor de beperkte optiek waarin architecten originele kunstenaars moeten zijn, raakt Melet aan de oertaak van de bouwkunst. Hij toont aan dat de kracht van architectuur niet wordt bepaald door de originaliteit van de ontwerpers, maar door hun inventiviteit, hun bevlogenheid, en hun inzicht in wat de mensheid werkelijk nodig heeft: een gebouwde omgeving die langdurig voldoet en ook nog de aarde bewoonbaar houdt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden