INTERVIEWRob Bijlsma

Bomenkap van bosbeheerders bedreigt de roofvogels in Drenthe: ‘Is dat het vergroten van biodiversiteit?’

Het aantal haviken nam tussen 1990 en 2020 met 60 procent af in westelijk Drenthe, zo noteerde Rob Bijlsma.Beeld Getty

Door het kappen van bomen is het aantal broedende roofvogels in ‘zijn’ Drentse gebied met 50 tot 100 procent afgenomen, concludeert Rob Bijlsma. De ‘boomtopper’ verwijt de bosbeheerders vernieling van natuur.

Meer dan dertig jaar klom ‘roofvogelaar’ Rob Bijlsma (65) in boomtoppen rond zijn woonplaats in westelijk Drenthe, om roofvogels te observeren. 36.300 ‘velduren’ maakte hij, op 7.274 dagen. De autodidact, gelauwerd om zijn onderzoek en boekpublicaties, heeft de ontwikkelingen nauwgezet in kaart gebracht en komt met diagrammen en tabellen tot een snoeiharde conclusie in het tijdschrift De Takkelinghet orgaan van de Werkgroep Roofvogels Nederland, waarvan Bijlsma prominent vertegenwoordiger is.

Met veel roofvogels ging het al slecht, maar de grootschalige kaalkap in de uitgestrekte bossen van zijn Drentse gebied is de hoofdoorzaak van afnames onder broedende roofvogels van 50 tot 100 procent, zo concludeert Bijlsma.

‘Zijn’ gebied, 4.660 hectare groot, wordt beheerd door Staatsbosbeheer (boswachterij Smilde en Vledder Aa), Natuurmonumenten (Berkenheuvel, inclusief Wapserveld) en Het Drentse Landschap (Vledder Aa, Doldersummerveld). In 2000 werd dat gebied omgevormd tot Nationaal Park Drents-Friese Wold. Sindsdien is volgens Bijlsma 36 procent van het bos van Smilde tegen de grond gegaan en 20 procent van Berkenheuvel.

Wespendieven

Alle zes soorten roofvogels die Bijlsma daar heeft zien broeden zijn tussen 1990 en 2020 sterk in aantal afgenomen. Het aantal wespendieven halveerde, de havik en buizerd namen met ruim 60 procent af, de sperwer met bijna 90 procent. De torenvalk en de boomvalk verdwenen halverwege de jaren negentig geheel, noteerde de roofvogelaar. ‘Door bosgebieden vervolgens in te richten als recreatiegebied verslechteren de leefomstandigheden van de resterende roofvogels nog verder.’

Een buizerd in Nederland.Beeld Getty

Bijlsma verwijt de beheerders vernieling van natuur, ‘goedgepraat via natuurverbeterende waanideeën’ over verbetering van de biodiversiteit die zij zouden beogen. Het gaat de rentmeesters niet om de wespendief, maar om het geld dat ze verdienen met omgezaagde bomen, stelt Bijlsma. Geen van de beheerders heeft zoveel meerjarige, gedetailleerde gegevens als hij, zegt de ‘boomtopper’. ‘Maar ze hebben dédain voor wetenschap en harde cijfers.’

‘Gesubsidieerd cynisme’

Zijn er dan geen andere soorten dan roofvogels op die open plaatsen gekomen? Zeker wel, erkent Bijlsma: ‘Er verschijnen andere vogels, zoals tijdelijk de kleine plevier, boomleeuwerik of veldleeuwerik, en ongetwijfeld een schare planten en insecten die er voorheen niet voorkwamen. Dat laat onverlet dat van oneindig veel organismen het leefgebied kapot is gemaakt. Dát verkopen als natuurherstel, topnatuur of vergroting van biodiversiteit mag je gerust gesubsidieerd cynisme noemen.’

Lijdt Bijlsma niet aan tunnelvisie, als hij zijn vizier enkel richt op roofvogels? Nee, zegt hij: hij hoort dezelfde geluiden van andere groepen die zich op één soort toeleggen. ‘Mossen, slangen, paddestoelen, insecten: alle mensen die zich daarmee bezighouden, zien hetzelfde gebeuren na houtkap. Wat is dan nog het vergroten van de biodiversiteit? En wat was dat in het verleden precies?’

Over zulke fundamentele zaken hoort hij nauwelijks serieuze discussie in de wereld van natuurorganisaties, zegt hij. Dat steekt hem. Vandaar zijn aanklacht, die hij verwerkt in een boek.

Hoe zeker weet hij als ‘boomtopper’ dat er geen andere oorzaken van de afname van roofvogels kunnen zijn dan houtkap? Bijlsma: ‘Die zijn er, en die noem ik ook in mijn stuk. Veranderd voedselaanbod, intensieve landbouw, recreatiedruk, de opkomst van predatoren als boommarter en oehoe. Maar het is zonneklaar dat houtkap de grootste factor is.’

Extra zuur voor hem: de natuurbeheerders zagen vooral ‘exoten’ om, naaldbomen als lariks, fijnspar, douglas en stika. Laat dat nou net soorten zijn waarin veel roofvogels zich in de loop der decennia zijn gaan nestelen. Bijlsma: ‘Natuurorganisaties krijgen het schuim op de lippen van de Amerikaanse vogelkers, ook een exoot. Maar die is allang opgenomen in de bosgemeenschap. Niemand van die organisaties kijkt naar wat een soort daar precies doet en betekent.’

De oehoe.Beeld Getty Images

Ambtenarij

‘Lekker laten staan’, vindt Bijlsma dan ook over veel exoten. ‘Uitroeien lukt je trouwens toch niet.’ En: ‘Elke ingreep is een nieuwe vernieling. Organisaties verkopen dat vaak als natuurherstel, maar dat kan alleen als je een utopisch wereldbeeld hebt. Natuur mag geen vrije loop meer hebben, maar moet voldoen aan wat Natura-2000 voorschrijft. In een nat gebied mag geen riet en wilg verschijnen, omdat het niet in de toekomstvisie staat. Dat is geen natuurbeheer, maar ambtenarij.’

Is het nog wel leuk om vogels te kijken als je ze alleen maar achteruit ziet vliegen? Jawel, verzekert Bijlsma. ‘Er is ook vooruitgang. Alles verandert permanent, dat is het leuke van natuur. Neem de draaihals: in 1990 zat die hier niet, door droogte in de Sahel. Midden jaren negentig trok het wat aan. Ik zat onlangs naar draaihalzen te kijken, toen ik naast me twee alarmerende grauwe klauwieren hoorde. Ook zong er een nachtzwaluw. In de top van een dode lariks zat een slangenarend. Dertig jaar geleden had ik dit niet geloofd.’

Maar ho, wacht – laat de natuurorganisaties zich niet op de borst kloppen: ‘Dit is niet hun succes, maar het gevolg van een veranderende wereld, bijvoorbeeld in Afrika. Zo hoor ik steeds meer kraanvogels in het broedseizoen. Hun opkomst in Nederland heeft niets met natuurbeheer hier te maken, maar alles met de maisteelt in Duitsland en Zweden.’

Reacties

Staatsbosbeheer:

‘Een deel van de oude monocultuur productienaaldbossen in het Drents-Friese Wold is omgevormd naar meer gevarieerde bossen of open landschappen. Dit doen we voor meer soortenrijkdom en het verbeteren van leefgebieden voor bedreigde plant- en diersoorten. Voor bepaalde soorten roofvogels zijn deze omstandigheden minder goed. Staatsbosbeheer hecht veel waarde aan de naleving van de Gedragscode Bosbeheer. We gaan graag met de Werkgroep Roofvogels Nederland in gesprek om te horen waar volgens hen verbeteringen mogelijk zijn.’

Natuurmonumenten:

‘Wij herkennen ons niet in het beeld dat Rob Bijlsma schetst. Heidegebieden zijn – op Europees niveau – uitzonderlijk; de biodiversiteit die daarbij hoort staat niet alleen in Nederland, maar ook Europees gezien het meest onder druk. Bossen komen in Europa veel meer voor en staan qua biodiversiteit minder onder druk. We geven de meest kwetsbare en bedreigde natuur meer ruimte door het vergroten en verbinden van heidevelden. Daarvoor kappen we af en toe bomen. De gedragscode voor goed natuurbeheer is daarbij onze leidraad. Bij het voorbereiden van werkzaamheden werken we zo veel mogelijk samen met lokale vogelwerkgroepen om eventuele aanwezige roofvogelnesten te sparen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden