Boeren met wat hulp van boven

Reportage: klimaatverandering

Met satellietinformatie helpt Nederland boeren in Oeganda hun teruglopende opbrengst op te schroeven. Alles loopt via eenvoudige sms-berichten: 'Plant nog even niet!'

Door traditionele kennis raakt de traditionele boerenkennis steeds verder verstoord. Foto Sven Torfinn

Je kunt hem niet zien, maar hij bestaat. Voor de boeren in het district Masaka, in het midden van Oeganda, is dat niet ongewoon. De man met het felgekleurde hemd noemt hem God, de vrouw met de hijab spreekt over Allah. Maar aan dit nieuwe 'opperwezen' is het nog wennen: een satelliet; even onzichtbaar als machtig.

Richard Muyingo wil tijdens de bijeenkomst van zijn boerencoöperatie, uitgerekend in een kerkje, wel proberen er iets meer over te vertellen. Hij gaat staan, deze 33-jarige landbouwer. 'Ik ben geen deskundige, maar het begrip satelliet kennen we wel. Net zoals we ook over Facebook hebben gehoord. We komen steeds meer te weten over, hoe noemen ze dat, het digitale leven.'

Daarmee lijkt zijn kennis over het onderwerp wel zo'n beetje uitgeput. Maar dat geeft niet, er zijn collega's die hem verder op weg kunnen helpen. Zij zijn de mensen die werken voor het zogeheten MUIIS-project en die hem gaan vertellen hoe, met informatie die Nederland verzamelt uit satellietbeelden, zijn boerenleven in Oeganda er beter op kan worden.

Simpel gezegd gaat dat zo. Als Muyingo zijn akkers oploopt, ziet hij niet alleen zijn maïs staan en zijn mango's hangen, maar weet hij ook dat het voor hem steeds moeilijker is een fatsoenlijke oogst bij elkaar te krijgen. 'Vroeger regende het hier zo'n 8 maanden per jaar. Nu is dat nog maar een maand of drie. Ook dit jaar heb ik veel last van de droogte.'

Dat is de kennis van de man op de grond. Duizenden kilometers van hem vandaan, in Nederland, zitten mannen en vrouwen die kennis hebben van satellietbeelden. Zoals Ruud Grim. Hij werkt voor het Netherlands Space Office, de Nederlandse ruimtevaartorganisatie. 'Een gemiddelde boer in bijvoorbeeld Oeganda heeft niets met satellieten', vertelt Grim in een skype-gesprek. 'Hij werkt met overgeleverde kennis en met signalen die zijn omgeving hem geeft, zoals over de juiste tijd om te gaan planten. Maar door klimaatverandering raakt die rijke traditionele kennis steeds verder verstoord.'

Om die reden is de Nederlandse regering het project met satellieten begonnen. De officiële naam is Geodata for Agriculture and Water (G4AW). In het project, dat momenteel in tien landen loopt, werken satellietinformatiebedrijven samen met verzekeraars, telecombedrijven, zaadleveranciers en andere organisaties om kleine boeren in ontwikkelingslanden te helpen. De komende jaren wordt er 20 miljoen euro extra voor uitgetrokken.

Muiis-medewerker Wilson Bamwesiqye geeft informatie aan twee boeren. Foto Sven Torfinn

'De satellietkaarten komen in geuren en kleuren bij ons beschikbaar', zegt Grim. De informatie bevat veel meer dan alleen het weer in een bepaald gebied. De satelliet kijkt als het ware ook 'in de grond' van de boeren en kan hun vertellen waar het meeste grondwater zit, wat het gehalte aan stikstof is en op welke plekken het best met kunstmest kan worden gewerkt. Die gegevens krijgen de boeren nu gratis tot hun beschikking. Over een paar jaar zullen zij hiervoor gaan betalen, hoeveel is nog niet duidelijk.

In Oeganda hoopt het Muiis-project hiermee de komende jaren de oogstopbrengsten met een kwart te vermeerderen en de inkomens van boeren gemiddeld met 20 procent te laten stijgen. Maar dan moeten de boeren, zoals die in Midden-Oeganda, wel informatie krijgen die past bij hun opleidingsniveau.

En dus is een tussenschakel nodig. Die zit in de Oegandese hoofdstad Kampala. Bij Enisibuuko, een ict-bedrijfje, bemannen drie jonge kerels wat zij hun 'war room' noemen. Hier komt de zeer uitvoerige, maar ook uiterst complexe informatie van de satellietkaarten binnen.

Gerald Otim is een van de drie informatiemusketiers. 'De deskundigen in het veld van Muiis stellen van de boeren gedetailleerde profielen op.' Daarvan zijn er inmiddels 27 duizend gemaakt; eind volgend jaar moeten 350 duizend boeren zijn bereikt. 'De informatie uit die profielen is uiterst geschikt voor allerlei diensten en bedrijven, zoals landbouwverzekeraars, kredietinstanties en potentiële afnemers van de landbouwproducten.'

De gedetailleerde informatie van de satellietkaarten wordt in Kampala samen met agronomen bestudeerd en in begrijpelijke informatie voor de boeren vertaald. 'Dan gaat het om de temperatuur, de luchtvochtigheid, het aantal uren zon en nog heel veel meer. Voor een boer is al die informatie niet zomaar te gebruiken. Uiteindelijk vertalen we alles in eenvoudige sms-berichten van 160 tekens. Zodat een boer weet: Plant nog even niet. Of: Gebruik dit deel van je akker, voor dit gewas.'

Een computer van ict-bedrijf Enisibuuko in Pampala. Foto Sven Torfinn

Verzekerd

Richard Muyingo, de jonge boer bij het plaatsje Malongo, vindt het allemaal bijzonder indrukwekkend. Hij laat zich met plezier profileren door Wilson Bamwesigye, een van de Muiis-medewerkers, die als landbouwdeskundige, tussen het afwerken van de vragenlijst op zijn smartphone door, aan Richard de nodige praktische tips weet te geven. 'En kan ik bij u dan ook een lening afsluiten?', vraagt Muyingo. Dat kan hij niet. Maar door maandelijks zelf ongeveer een euro bij te dragen voor de sms-informatie die hij zal ontvangen, is hij meteen voor een deel van zijn akkers verzekerd, mocht de oogst er tegenvallen.

De coördinator en drijvende kracht van het MUIIS-project is Carol Kakooza. Zij kijkt verlekkerd naar Muyingo's mango's en haalt herinneringen op aan de tijd waarin zij als meisje wanhopige pogingen deed om de sappige vruchten met een stok uit de bomen te slaan. Nu gaat haar aandacht voor een deel naar de jonge meiden en mannen in Masaka die het Oegandese boerenbedrijf, door de samenwerking als die met de Nederlandse ruimtevaartorganisatie, naar de toekomst moeten stuwen. Te veel informatie die beschikbaar is, lekt nu weg omdat de wat oudere boeren, ondanks hun enthousiasme, te weinig opleiding hebben om 'het digitale leven' echt aan te kunnen.

'Het feit dat het gaat om een technologieproject', zegt Kakooza, 'zorgt ervoor dat de jeugd erg geïnteresseerd raakt, ook hier op het platteland. Want jongeren houden van techniek en bij dit project komt een hoop technologie kijken, zoals het gebruik van telefoons, het uitwisselen van berichten - dat is het speelterrein van de jongeren. Als zij met hun kennis ingezet kunnen worden voor het boerenbedrijf, kunnen de opbrengsten van de akkers zeker verdrievoudigen.'

Het zou ook betekenen dat voor de snel groeiende groep jongeren in Afrikaanse landen als Oeganda zinvolle banen beschikbaar komen, met als extra voordeel dat de uittocht van het platteland naar de stad wordt geremd. Het klinkt bijna als de hemel op aarde. Of dat alles ook zal gebeuren, daarop geeft het nieuwe opperwezen nog even geen antwoord.

Oeganda.
Meer over