interview wetenschapsredacteur George van Hal

‘Black Mirror op zijn Volkskrants, dat leek me wel spannend’

Volkskrant-journalist George van Hal. Beeld Rebecca Fertinel

In de zomerreeks Dit is de toekomst fantaseren schrijvers zoals Hanna Bervoets en Jan Terlouw over hoe wetenschappelijke ontwikkelingen onze wereld gaan beïnvloeden. Wat maakt die mix van fictie en wetenschap zo boeiend? We vragen het wetenschapsredacteur George van Hal. 

Al zolang als sciencefiction bestaat, halen wetenschappers er inspiratie uit. Wat nu onmogelijk futuristisch lijkt, kan in de toekomst zomaar dagelijkse kost zijn. Zo staat de serie Black Mirror erom bekend dat elke aflevering een griezelig realistisch aanvoelend toekomstscenario schetst. Toen George Van Hal in januari terugkwam van een interview met de makers was er een idee geboren. ‘We begonnen te fantaseren op de redactie: zou het niet leuk zijn om een Nederlandse versie van Black Mirror te hebben? Maar dan wel op zijn Volkskrants, met geschreven verhalen van literaire auteurs. Ik vond het een spannend idee.’

Het resultaat is de literaire zomerserie Dit is de toekomst. Zes weken lang verschijnt er elk weekend een nieuw verhaal. Hanna Bervoets, Jan Terlouw, Maxim Februari, Jan van Aken, Marieke Lucas Rijneveld en Arnon Grunberg werden gevraagd een fictief verhaal te schrijven, geïnspireerd op een mogelijke toekomstige wetenschappelijke ontwikkeling.

Fictieschrijvers die zich laten inspireren door wetenschappers. Het heeft niet direct met de journalistiek te maken. Waarom dan toch deze serie?

‘Het blijft fictie, dat klopt. De reden dat we het wilden doen, is dat het wetenschap invoelbaar maakt. We proberen dat ook te doen met onze journalistieke verhalen, maar die schrijven we toch erg vanuit het brein. Het is makkelijker om de gevolgen van wetenschappelijke ontwikkelingen te laten zien als je kan meeleven met personages waarvoor ze al gelden in het dagelijks leven.’

Hanna Bervoets trapte vorig weekend af. De auteurs mochten zelf uit een lijst met onderwerpen kiezen en werden vervolgens aan een wetenschapper gekoppeld, die ze alles mochten vragen wat ze nodig hadden om hun verhaal te schrijven. Bervoets koos de quantumcomputer. Ze schreef een verhaal over een jonge scholier in de niet al te verre toekomst die gepest wordt door zijn klasgenoten. Daardoor stort hij zich steeds meer op zijn talent voor programmeren met een quantumcomputer. Die computer is een uitvinding die zowel op een positieve als negatieve manier gebruikt worden, blijkt uit het verhaal.

‘Het verhaal van Hanna Bervoets is een goed voorbeeld’, zegt Van Hal. ‘Het gaat eigenlijk niet om dat grote idee van een quantumcomputer. Zoiets kan al heel snel voelen als een ver-van-je-bedshow. In Hanna’s verhaal gaat het om een gewoon persoon, in de gewone wereld, die te maken krijgt met zo’n ontwikkeling. Je kan je ineens voorstellen hoe het is als we over een x aantal jaar quantumcomputers hebben. Als zo’n verhaal je dat gevoel kan geven, is het volgens mij geslaagd.

‘Stel je voor dat wij dertig, veertig jaar geleden over de komst van internet hadden geschreven. Technisch gezien bestaat het internet uit ‘computers die met elkaar praten’. Daar kan je je niet zoveel bij voorstellen. De stap naar de gevolgen die we nu zien – sociale media, iedereen die de hele tijd met elkaar in gesprek is op Whatsapp – had je als journalist niet snel gezet, maar in een sciencefiction verhaal kan dat.’

Hardcore natuurkunde

Bervoets keuze voor de quantumcomputer vond Van Hal best dapper. ‘Ik vroeg me van tevoren al af of iemand ‘het moeilijke onderwerp’ zou kiezen. Het is echt zo’n hardcore natuurkundeonderwerp. Maar Hanna koos er bewust voor en had zich van tevoren heel goed ingelezen en voorbereid.’ Bervoets en Van Hal kregen een rondleiding door het lab van quantumcomputerhoogleraar Leo Kouwenhoven. ‘Kouwenhoven zei op een gegeven moment: en hier staan dan onze qubits, en wilde alweer doorlopen. Ik dacht: ho, even bij Hanna checken. Weet je waar hij het over heeft als hij zegt ‘onze qubits’? En zij zei: ja natuurlijk. Ze kon het exact reproduceren.’

Van Hal ging mee met alle gesprekken, omdat hij in kaders bij de verhalen schrijft waar de fictie op wetenschap is gebaseerd. De auteur-wetenschapper koppels praten achteraf in een speciale podcastserie na over de ontmoeting en hoe het verhaal heeft uitgepakt.

Arnon Grunberg koos kunstmatige intelligentie – wellicht omdat hij zelf heeft kunnen proeven aan de toekomstige concurrentie van die kant. Schrijver Jan van Aken en ecoloog Wieger Wamelink klikten zo in hun gedeelde interesse over de plantenkunde dat ze er volgens Van Hal prima een weekend van hadden kunnen maken. ‘Die vonden het echt geweldig.’

Bervoets verhaal loopt niet vrolijk af. Hoe is dat bij de andere verhalen?

‘Ze lopen niet allemaal zo slecht af. Het verhaal van Jan Terlouw dat deze week verschijnt bijvoorbeeld, dat gaat over het onderwerp leiderschap en is ronduit positief. Daarin hebben we de auteurs vrijgelaten. We waren niet op zoek naar een specifieke toon. Gemiddeld genomen heerst er wel iets meer pessimisme dan optimisme, denk ik. Maar dat is vaak ook weer in balans. Het verhaal van Bervoets toonde bijvoorbeeld, naast de slechte afloop, ook een heel hoopgevende toepassing van quantumcomputers.’

Boordcomputer HAL uit het boek 2001: A Space Odyssey is bepaald geen sympathieke vorm van kunstmatige intelligentie. Van het beeld dat George Orwell in 1984 schetst zou je spontaan je tv op de schroot gooien. In Black Mirror is vrijwel elke aflevering een dystopisch scenario. Waarom is sciencefiction vaak zo zwartgallig?

‘Het is, denk ik, ook gewoon wat het goed doet in een verhaal. Het was vroeger ook al zo, met de tv-series The Twilight Zone en The Outer Limits – inspiratiebronnen voor Black Mirror. Met een dramatische afloop is het misschien makkelijker om indruk te maken. In veel verhalen zit een waarschuwing dat we het niet zo ver moeten laten komen. Bij een vrolijk einde neem je die boodschap misschien minder serieus. Maar ik vraag me soms wel af of het ons negatieve beeld van de wereld versterkt, of je er niet steeds cynischer van wordt. Wat dat betreft zou ik het ook wel lekker vinden als er meer positief getinte, idealistische scifi op ons afgestuurd zou worden.’

Dit is de toekomst 

Zes Nederlandse topauteurs gingen met gerenommeerde wetenschappers in gesprek over de toekomst en schreven daarover voor de Volkskrant een kort verhaal. Dit zijn die zes verhalen.

Zaterdag 13 juli: Hanna Bervoets, ‘Superpositie’

Hanna Bervoets, winnaar van de Opzij literatuurprijs en voormalig Volkskrantcolumnist, ging in gesprek met quantumcomputerhoogleraar Leo Kouwenhoven van Microsoft. Het leverde een verhaal op over technologie, eenzaamheid en sociale wraak.

Zaterdag 20 juli Jan Terlouw, ‘Mevrouw de president’

Jan Terlouw, oud-D66 lijsttrekker en bekend van boeken als ‘Oorlogswinter’ en ‘Koning van Katoren’ ontmoette hoogleraar en leiderschapsexpert Janka Stoker (Rijksuniversiteit Groningen). Zo ontstond een verhaal over de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten, en haar poging om eindelijk het klimaatprobleem op te lossen.

Zaterdag 27 juli: Maxim Februari, ‘Kind tussen twee culturen’

Maxim Febrauri is columnist bij NRC en won in 2008 de Frans Kellendonk-prijs voor zijn gehele oeuvre. Hij sprak met hoogleraar en Spinozapremie-winnaar John van der Oost (universiteit Wageningen) over genetisch knippen en plakken. Dat leverde een verhaal op over (klein)kinderen en een mysterieus oranje petrischaaltje.

Zaterdag 3 aug: Jan van Aken, ‘Proximale falanx’

Jan van Aken, winnaar van de F.Bordewijk-prijs voor het beste Nederlandstalige prozaboek, sprak met Wiegert Wamelink (universiteit Wageningen) over wat ecologische rampen doen met (eetbare) planten. Het verhaal dat daaruit voortkwam speelt zich af in een ondergelopen wereld met verrassend bekende kenmerken.

Zaterdag 10 aug: Marieke Lucas Rijneveld, ‘De buitenaardelingen’

Schrijver en dichter Marieke Lucas Rijneveld, in deze krant al eens uitgeroepen tot literair talent van het jaar, filosofeerde met marine bioloog Lisa Becking over octopussen, evolutie en de (on)mogelijkheid van buitenaards leven. Het leverde een verhaal op tjokvol huzarensalade en existentiële twijfel.

Zaterdag 17 aug: Arnon Grunberg, ‘De beslissers’

Arnon Grunberg, winnaar van de AKO Literatuurprijs en voormalig voetnootschrijver op de voorpagina van de Volkskrant sprak met hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers (universiteit Twente) over menselijke kunstmatige intelligente. Het leverde een verhaal op over hoe een nieuw soort digitale dictators ons leven volledig gaan dicteren. 

Liever luisteren naar de verhalen?

De schrijvers lezen hun verhaal ook voor. Tevens kun je luisteren naar de gesprekken die de auteurs hadden met de wetenschappers.  Abonneer je hier op de podcasts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden