Biotechnologie is een gevaarlijk spelletje met Moeder Natuur

Het verzet tegen biotechnologie in de wereld groeit, onder andere door de agressieve methoden van het bedrijf Monsanto. Volgens Juriaan Kamp en Tijn Touber zijn die producten gevaarlijk, niet nodig voor de bestrijding van honger in de wereld en leveren ze geen bijdrage aan het milieu....

BIOTECHNOLOGIE geldt als een veelbelovende nieuwe sector van de economie. Ministers spreken van een speerpunt van hun beleid. In een wereldeconomie waarin landen zich nauwelijks kunnen onderscheiden, wordt de biotechnologie aangeprezen als de industrie van de toekomst. Die behoefte aan een nieuwe 'tak van sport' om in te kunnen uitblinken, vertroebelt het zicht op de gevaren van het onbeperkt manipuleren met de natuur en op het veilige en schone alternatief van de biologische landbouw.

Het verzet in de wereld tegen de biotechnologie groeit, niet in de laatste plaats als gevolg van de agressieve praktijken van de aanvoerder van deze nieuwe technologie-sector: het Amerikaanse bedrijf Monsanto, nog bekend van het beruchte ontbladeringsmiddel Agent Orange waarmee het Amerikaanse leger dertig jaar geleden Vietnam besproeide. Waar in Europa overheden zich nog terughoudend opstellen tegenover biotechnologische experimenten, gaan Monsanto en de Amerikanen met volle kracht vooruit.

In de VS zijn al vele gemanipuleerde soorten officieel toegelaten. Op miljoenen hectaren worden inmiddels genetisch gemanipuleerde mas, soja, katoen en koolzaad commercieel verbouwd. Meer dan 15 procent van de Amerikaanse sojabonen komt voort uit genetisch gemanipuleerde zaden. En Monsanto houdt dat proces streng in de hand. De grootste troef van het bedrijf is het bestrijdingsmiddel Roundup dat al 25 jaar op de markt is en waarvan de omzet nog steeds jaarlijks met 20 procent stijgt.

Inmiddels brengt het bedrijf Roundup Ready zaden op de markt, die resistent zijn tegen het Roundup gif. Alles gaat dood, behalve het gemanipuleerde gewas. De resistente zaden en het bijbehorende gif zijn exclusief bij Monsanto te verkrijgen. Iedere boer die het zaad wil zaaien, moet een contract met de onderneming tekenen om alleen nog maar Monsanto's zaad te gebruiken. Voor de naleving van die contracten maakt het bedrijf gebruik van particuliere politie.

Met behulp van de Amerikaanse regering rukt Monsanto ook elders in de wereld op. In ontwikkelingslanden natuurlijk, die gemakkelijk onder druk zijn te zetten maar ook de Nieuw-Zeelandse minister van Gezondheidszorg klaagde onlangs over een 'agressief' bezoek van de Amerikaanse ambassadeur in Wellington. En het Britse parlement toonde zich recent eveneens not amused over de voortdurende dreigementen uit de VS. Maar met behulp van een pr-bureau slaagt Monsanto er vooralsnog aardig in de strategie om in Nederland 'geen slapende honden wakker te maken' ondanks het feit dat in koekjes, beschuit, pindakaas, vissticks, diepvriespizza's en tal van andere producten inmiddels al gemanipuleerde Monsanto-soja is verwerkt.

Het probleem is dat biotechnologie geen grenzen kent. Gemanipuleerde sojabonen en tomaten vinden hun weg over de wereld. Niet alleen via daadwerkelijke export maar ook omdat planten nu eenmaal leven: ze kruisen zich en planten zich voort. Sommigen vinden, dat het manipuleren van genen in wezen niets anders is dan het ouderwetse fokken en telen van rassen. Maar telen en kweken is in ieder geval nog gebaseerd op deelname van het organisme zelf. Je kunt een paard met een ezel kruisen om een muildier te krijgen, maar je kunt een paard niet met een eik kruisen.

Met genetische manipulatie kun je alle biologische grenzen overschrijden. Als er dan iets fout gaat - door 'overspringende' genen kunnen onuitroeibaar onkruid of resistente virussen ontstaan -, kan dat leiden tot catastrofes die niet onderdoen voor een atoomramp. De potentiële gevaren van biotechnologie zijn zelfs nog groter dan die van kernenergie. Straling laat zich nog beteugelen - de sarcofaag om de centrale van Tsjernobyl - maar niemand houdt een opmars van gemanipuleerde planten tegen.

'Als er iets misgaat, staan we voor de opgave om een soort milieuvervuiling te bestrijden die zichzelf voortplant', schreef de Britse kroonprins Charles vorig jaar in een opmerkelijke aanklacht tegen de biotechnologie in de Daily Telegraph. In dat artikel gaf Charles ook treffend aan waarom we bevreesd zouden moeten zijn. Biotechnologie verstoort het ecosysteem.

Twee simpele voorbeelden: doordat het gen van een sneeuwklokje in een aardappel werd ingebracht, werd de aardappel resistent tegen bladluis, maar dit betekende ook het einde van de lieveheersbeestjes die zich voedden met de bladluis. En de gaasvlieg, de natuurlijke vijand van de maïsboorder en het basisvoedsel van vele akkervogels, ging dood na het eten van schadelijke insecten die op genetisch gemanipuleerde maïs waren getrakteerd.

Het zijn nog maar 'kleine' voorbeelden, maar het is niet moeilijk om verdere effecten in de evolutieketen te voorzien. En makkelijk is biotechnologie in elk geval niet. Een blauwe roos maken - bijvoorbeeld - lijkt zo simpel: je zet gewoon het gen dat petunia's blauw kleurt in het DNA van de roos. De eerste blauwe roos is er echter nog steeds niet. Een zalm sneller laten groeien, lukt inmiddels wel. Een vervelende bijkomstigheid is echter, dat hij ook groen wordt. Waar ligt de grens? Overheden verzekeren ons intussen dat nieuwe gewassen aan strenge testprocedures worden onderworpen, maar wie weet welke eventuele gevolgen zij moeten onderzoeken? En hoe test je de effecten van het eten van genen die mensen nog nooit eerder aten? Biotechnologische experimenten zetten bij uitstek de deur open voor een scala aan onvoorziene gevolgen voor milieu en de menselijke gezondheid.

Monsanto en andere bedrijven claimen dat biotechnologie belangrijke bijdragen levert aan een schoner milieu en aan het oplossen van de honger in de wereld. Immers - zo luidt het argument -als zaden resistent tegen plagen worden gemaakt, behoeft er op de akkers niet meer te worden gespoten met gif. Vooralsnog is daar weinig van te merken. Het effect van Monsanto's Roundup is juist dat boeren meer spuiten: de gewassen zijn immers resistent en dus spuiten ze nu niet alleen vóór het inzaaien, maar ook gedurende het groeiseizoen.

En wat de honger betreft: als het Monsanto er werkelijk om te doen is de wereldbevolking te voeden - haar eigen woorden -, waarom ontwikkelt het dan zogenaamde 'zelfmoordzaden'-zaden die zichzelf na één generatie om zeep helpen? Het DNA is zo geprogrammeerd, dat de plant zijn eigen embryo's doodt. Monsanto wil binnen afzienbare tijd Terminator-seeds van alle mogelijke gewassen op de markt brengen.

Daarmee wordt de natuurlijke cyclus van zaad-tot-plant-tot-zaad verbroken. Dé cyclus die het leven op deze planeet in stand houdt, komt hiermee ten einde! Boeren worden gedwongen om jaarlijks bij Monsanto aan te kloppen voor nieuw zaad. Hiermee verdwijnen de unieke rassen - de biodiversiteit - die kleine boeren door de eeuwen heen hebben gecultiveerd om op hun specifieke bodemsoorten de beste planten te doen groeien. Voortaan wordt van Zuid-Afrika tot Japan dezelfde maïs, paprika en komkommer verbouwd.

Welke nobele motieven liggen hieraan ten grondslag? Hoe kan dit ooit een oplossing voor het voedselprobleem zijn? Nee, Monsanto heeft slechts één doel voor ogen: zoveel mogelijk geld verdienen door een zo groot mogelijk deel van de wereldvoedselmarkt - de grootste economische markt! - aan zich te onderwerpen. Die doelstelling gaat schuil achter de valse beloften van hongerbestrijding en een schoner milieu.

De biotechnologie is wat de nucleaire technologie in de jaren zestig en zeventig was: een gevaarlijk spelletje met Moeder Natuur. Net als bij het energievraagstuk, waarbij veel geld wordt genvesteerd in gevaarlijke oplossingen (kernenergie) en de voor de hand liggende oplossingen (zonne- en windenergie) vrijwel worden genegeerd, zo dreigt de biotechnologie ook haar doel voorbij te schieten.

Er zijn simpeler oplossingen. Het is uitstekend mogelijk om de groeiende wereldbevolking te voeden zonder biotechnologie. Sterker, zonder bestrijdingsmiddelen en zonder kunstmest. De moderne biologische landbouw - en dat is iets heel anders dan de 'middeleeuwse' voorstelling van een ploegende boer achter een knol - biedt de mensheid een gezonde, veilige en duurzame voedselvoorziening. Het is simpelweg niet waar dat alleen grootschalige - en chemische - landbouw voldoende voedsel oplevert voor de groeiende wereldbevolking.

Vijftig procent van het voedsel in Afrika wordt - vooral door vrouwen en zonder moderne hulpmiddelen - geteeld op 2 procent van het totale landbouwgrondgebied; de andere helft van het voedsel wordt geproduceerd op de overige 98 procent van het landbouwareaal door grootschalige bedrijven met veel kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Er zijn wereldwijd - van Honduras en de Filipijnen tot India - opmerkelijke successen geboekt met het omschakelen van industriële landbouw naar biologische landbouw met inheemse gewassen, waarbij oogstverbeteringen tussen 50 en 100 procent worden gerapporteerd. Dergelijke cijfers bieden het beste bewijs dat we de biotechnologie helemaal niet nodig hebben.

Er bestaat het nodige onderzoek - onder andere een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit 1994 - dat aangeeft dat het goed mogelijk is om de wereldbevolking te voeden met de moderne biologische landbouw. Het is een kwestie van een keuze, zoals het destijds een keuze was om een mens op de maan te laten lopen. Vooralsnog durft Nederland de verleiding van deze 'technologie van de toekomst' niet te weerstaan.

De overheidsgelden vloeien voor het leeuwendeel naar chemische en biotechnologische landbouwmethodes. 'Star Wars in de polder' - de woorden zijn van prof. dr. E. Goewie van de Landbouwuniversiteit in Wageningen - geniet onbetwist de prioriteit. En haast sluipenderwijs rukken ook in Nederland de akkers met gemanipuleerde gewassen op. Slechts een enkeling ziet de officiële bekendmakingen - vergunningen voor het planten van gemanipuleerde, steriele aardappelplanten of voor genetisch gemodificeerde anjers - van de overheid ergens 'verstopt' tussen de advertenties in de dagbladen.

In Groot-Brittannië, Duitsland en ook Frankrijk staat de biotechnologie de laatste maanden hoog op de publieke agenda. Het wordt tijd dat ook in Nederland het gesprek over biotechnologie begint. Eén vraag behoort in dat gesprek te worden beantwoord: hebben we biotechnologie nodig?

Wat ons betreft: nee. We kunnen de wereldbevolking ook op een natuurlijke wijze voeden. En als de Nederlandse industrie behoefte heeft aan een nieuwe speerpunt, suggereren wij graag de biologische landbouw. Het begrip duurzaamheid valt tegenwoordig vaak in politieke plannen en nota's. Een nieuwe groene (biologische) revolutie beantwoordt veel beter aan die doelstelling dan een ongewis én onnodig spelletje met de natuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden